donderdag 8 september 2011

De mooiste musea 1


Ik heb een te doen-, te lezen- (kennelijk vind ik lezen iets anders dan doen) en te regelenlijstje. Op mijn te regelenlijstje staan meestal enge dingen die te maken hebben met mijn administratie. Vaak behelzen dit zaken als: “kopie paspoort maken in verband met beëindiging telefoonabonnement”, “bezwaar aantekenen boete” of “rijlessen regelen, NU EINDELIJK rijbewijs”. De goede verstaander heeft waarschijnlijk allang door dat dit lijstje nooit slinkt. Ik haat dit lijstje maar het maken ervan ontslaat mij niet zelden van de verplichting het lijstje ook daadwerkelijk “af te werken”. Althans, in gedachten is het lijstje máken al heel wat en moeten die instanties maar eens ophouden met aan mijn kop te zeuren. Er is immers al de lijst waarop hun naam nauwkeurig staat genoteerd. Dat mogen ze best controleren. Ook heb ik al van jongs af aan de neiging om de dingen te categoriseren. Zo is rozenbotteljam lekkerder dan abrikozenjam maar aardbeien/ frambozenjam heeft de voorkeur. Daar gaat nooit iets aan veranderen, want dan moet ik mijn lijst aanpassen. In de categorie jonge diertjes spannen de mierenetertjes de kroon maar is een babyolifant ook moeilijk te versmaden. Negerzoenen zijn smakelijker dan een café noir maar halen het niet bij een gevulde koek. De beste huilscène ooit werd gespeeld door Al Pacino in The Godfather 3 en het lekkerste notenrozijnenbrood ter wereld koop je bij Paul Annee in Amsterdam. Zo!

Categoriseren is belangrijk. Je leert iemand goed kennen aan de hand van zijn voorkeuren. Ik heb daarom ook nooit goed begrepen waarom mensen zo tegen het gebruik van stereotypen zijn. Ik vind het heel helder om de wereld te kunnen verdelen in VPRO- en Varagids-mensen, Volkskrant- en Telegraafgespuis, paardrijtrut met CDA-sjaal-typen en Duitse leernicht met snor-mensen. Met vooroordelen is ook niet per se iets mis. Of wil je soms beweren dat Afrikanen niet sneller kunnen rennen? Duitse vrouwen helemaal niet allemaal sletten zijn en Grieken niet allemaal lui?

De afgelopen maanden heb ik nagedacht over de mooiste musea. Ik ben zo vriendelijk geweest om ze hieronder op een rijtje te zetten. Dit is mijn bijdrage aan een beter georganiseerde wereld. Kleine musea, opgericht door verzamelaars, zijn mijn favoriet. Hier is deel één van de lijst:

1. Museo del Specola
Via Romana 17, Florence

Het natuurhistorisch museum van Florence. Het museum bezit een adembenemende collectie opgezette dieren. Van vlinders tot torren en van uilen tot nijlpaarden. Ook zijn er prachtige schelpen, fossielen, stenen en koralen. Je voelt je Alice in Wonderland wanneer je door dit museum struint. Alles is opgesteld in begerenswaardig mooie kasten. Wat het museum verder bijzonder maakt is de gigantische collectie anatomiepoppen. Levensgrote poppen, met haar én schaamhaar, contrapposto poserend, de hand begeerlijk onder het hoofd, terwijl hun ledematen blootgegeven worden. Mooie dwarsdoorsneden van gevulde baarmoeders, siamese tweelingen en anatomische studies van spieren, pezen en botten. Oh, hoe mooi en romantisch de wetenschap ooit begon. Dit museum maakt al mijn Wunderkammer-dromen waar. 

2. Isabella Stewart Gardner Museum
280 The Fenway, Boston

Isabella Stewart Gardner, een goede vriendin van John Singer Sargent en Henry James, liet zich bij het verzamelen van kunst bijstaan door de vermaarde Bernard Berenson. Haar collectie kunstwerken is prachtig maar de manier waarop ze de werken tentoon heeft gesteld maakt het museum echt bijzonder. Het is de combinatie van een elegant bureautje met een schildersezel erop waarover schijnbaar achteloos het mooiste textiel is gedrapeerd en een schilderij is gezet. Het museum is gevuld met mooie hebbedingen: wellustige wandtapijten, tekeningen (een hele mooie Michelangelo), zeldzame boeken, keramiek en reliekhouders. Isabella reisde de wereld rond en ze kocht. Zoals zij haar leven en haar huis vormgaf, zo ziet het er nu nog steeds uit. Als je Isabella heet, mag je levenlang gratis het museum in en krijg je 10% korting op de spullen in de museumwinkel!

3. Museo Poldi Pezzoli
Via Manzoni 12, Milaan

Weer een verzamelaar. Ik denk dat huizen/musea van verzamelaars zo mooi zijn omdat ik me zo levendig in de verzamelaar kan verplaatsen. Ik zou zelf een hele goede verzamelaar zijn. Als iemand mij wil sponsoren dan houd ik me van harte aanbevolen. De entree is hier net zo fijn als in het Isabella Stewart Gardner museum. Daar stap je een wintertuin binnen en hier tref je onder aan de trap een fontein aan met grote goudvissen. Palmen geplaatst in Delfts blauwe vazen met gietijzeren draken eraan. Chinese vazen, achttiende-eeuwse kroonluchters, bustes met moren, glaswerk en het mooiste porselein. Er is ook nog een zaal met klokwerken en horloges. Ik wil trouwens wel dat zestiende-eeuwse horloge met de engelen die de wijzers vormen. Hier vind je trouwens ook een waanzinnige Botticelli en Cosmé Tura.

Als je in één museum goed kunt zitten dan is het hier wel. Het meubilair is perfect afgestemd op de sfeer van alle individuele zalen. Daar kunnen de meeste grote musea nog iets van leren. In de zaal met de mooie Mantegna staan banken als blokkendozen qua kleurstelling perfect passend bij de schilderijen. In een andere zaal zag ik een houten designbankje dat prachtig stond in dat interieur.

4. Galleria Borghese
Piazzale del Museo Borghese 5, Rome

Alleen al vanwege de gebeeldhouwde David van Bernini en het geschilderde exemplaar van Caravaggio de moeite van een bezoek waard. En dan hebben we het nog niet eens gehad over al die andere prachtige schilderijen en beeldhouwwerken. Nog wat persoonlijke favorieten: dat spannende beeld door Canova van Pauline Bonaparte, Bernini’s Apollo en Daphne en Rubens’ Kruisafneming.

5. Pinacoteca di Brera
Via Brera 28, Milaan

Hier mag je op Savonarolastoelen zitten wanneer je even moet uitrusten. Wat een mooie collectie: Foppa, Bergognone, Da Fossano en niet te vergeten Crivelli, Mantegna en Bellini. Wij, kunsthistorici zijn door die verdomde Vasari te veel gefixeerd geweest op dat saaie Florentijnse gedoe. Noord-Italiaanse Renaissance doet een hart echt nog veel harder kloppen. Met deze prikkelende woorden sluit ik mijn lijstje voorlopig af.

Voor vandaag een recept van Nigel Slater. Hij is momenteel mijn favoriete kok. Alle groenten die hij bereidt komen uit zijn eigen Londense tuin. Voor kook- en tuininspiratie is zijn boek “Tender” een aanrader. Onderstaand vind je zijn zalig romige slasoep:

Voor zes personen

een grote, ronde krop sla (400 gram)
een dikke plak boter
2 sjalotjes
500 gram doperwtjes (ik gebruikte diepvrieserwtjes)
een liter kippen- of groentenbouillon
3 takken verse munt

Haal de krop sla uit elkaar en was de blaadjes zorgvuldig. Nigel waarschuwt dat zelfs de minste hoeveelheid zand de soep zal ruineren. Smelt de boter in een diepe soeppan op laag tot medium vuur. Pel de sjalotjes, snijd ze dun en laat ze zacht worden in de boter. De sjalotjes moeten zacht worden maar niet kleuren. Hak de blaadjes sla wat en voeg toe aan de boter. Wanneer dat een beetje is geslonken, voeg je de erwtjes, de bouillon en de munt toe en breng je alles aan de kook. Zet het vuur lager, kruid de soep met zout en peper en laat pruttelen voor zeven tot tien minuten. Haal de pan van het vuur en pureer de soep. Serveer warm.  

Zaterdag volgt deel 2 van de lijst met mooiste musea. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen