donderdag 16 juni 2011

Open sollicitatie aan onze minister-president

Wij hebben een familietalent, of, zo je wilt, een familiegebrek. Alle drie hebben we er in meer of mindere mate last van. Als we iets niet interessant vinden dan hebben we ons de vaardigheid meester gemaakt om te luisteren maar niet te horen. Onze desinteresse betreft met name de technische aspecten van het leven. Terwijl we zogenaamd geïnteressseerd luisteren naar iemand die ons uitlegt hoe je een stopcontact fabriceert, een cd op mp3 zet of hoe je Celsius omrekent naar Fahrenheit, dwalen onze gedachten af naar wat we vanavond gaan koken, proberen we ons ervan te vergewissen dat we niets tussen onze tanden hebben zitten, of we kijken naar de kont van een voorbijganger. De zaken die ik niet interessant vind, kan ik dan ook niet of nauwelijks. Wiskunde heb ik moeten laten vallen, klokkijken kon ik pas op mijn dertiende (waarom staan die wijzers niet gewoon keurig op bepaalde cijfers?) en waarom spreken we niet van links, rechts, rechtdoor of naar beneden, maar van West, Oost, Noord en Zuid? Met name deze laatste lacune in mijn ontwikkeling wreekt zich in de Verenigde Staten waar men alles het liefst aanduidt met windrichtingen: “neem de ingang aan de westerzijde”.

Ik vraag me af of ik in dit huidige kabinet kans had gemaakt op een ministerpost. Ik denk zelf aan het Ministerie van Financiën of iets met infrastructuur. Ik heb Kunstgeschiedenis gestudeerd en dat lijkt mij de geschikte vooropleiding. Kan ik lekker ten oosten of westen van het land een nieuwe snelweg laten aanleggen. Maar kan iemand mij vertellen of die Noord/Zuidlijn in Amsterdam nu van boven naar beneden of van links naar rechts loopt? In financiën ben ik trouwens ook echt heel goed: ik kan al jaren pinnen en geld over de balk smijten als de beste. Iedereen die mij kent kan bevestigen dat er niets op mijn hoofdrekenen valt af te dingen. Mark (ik mag toch wel Mark zeggen?), ik zie je reactie graag tegemoet en hoop dat dit alles aanleiding vormt mij uit te nodigen op gesprek zodat ik me nader aan je kan voorstellen (mag wel tutoyeren toch?). Voor alle duidelijkheid: tutoyeren betekent jij-zeggen. Ik weet niet waarom ze daar tegenwoordig zulke dure woorden voor gebruiken.

Voordat ik in je kabinet plaatsneem moeten me er wel een paar kleine dingetjes van het hart. Maak je niet druk: ik zal Jip-en-janneke taal bezigen ( dat is een ander woord voor gebruiken) en het niet al te ingewikkeld maken. Ik wil alleen zo graag van je weten waarom de politiek al jaren zo’n minachting voelt voor cultuur. En Mark, jouw partij van Vrijheid en Democratie, vertoont hier helemaal een sterk staaltje van. Waarom steekt het je zo dat 0,4 procent van de 250 miljoen euro die we uitgeven aan subsidiëring van maatschappelijke activiteiten naar de kunst gaat? Waarom heb je in vredesnaam een man tot staatssecretaris van cultuur benoemd die ook naar eigen zeggen een oelewapper is? Onze Halbe: “Kunst is smaak, je moet er blij van worden, het moet je energie geven”. Hij is geen kunstkenner en vindt dat niet erg omdat dit eerder een voordeel is dan een nadeel wanneer er zoveel bezuinigd moet worden. Lekker onpartijdig, zo zonder voorkeuren. Sinds wanneer? Sinds wanneer laten we ons liever opereren door een chirurg zonder afgeronde medicijnenopleiding omdat dat been er tóch af moet?

Al in 2006 schreef jullie fractievoorzitter Stef Blok, die Bedrijfskunde heeft gestudeerd, dat het maar eens afgelopen moest zijn met het subsidiëren van kunst. Ook Halbe Zijlstra lijkt een hekel te hebben aan kunst en met name aan gesubsidieerde kunst. Je had Halbe niet gelukkiger kunnen maken dan met de mededeling dat hij de stekker uit bepaalde in zijn ogen toch waardeloze culturele instellingen mocht trekken. 200 miljoen bezuinigen op al die zaken die hij toch niet snapt is als een jongensdroom die eindelijk uitkomt. Hij beseft  “dat er pijn in zit” en dan lacht hij dat misselijke besmuikte lachje en verklaart dat hij liever naar de Efteling gaat dan dat hij naar die oude “plaatjes” in het Rijksmuseum kijkt. Dat is toch immers niet meer van deze tijd. Halbe is als een arts die het liefst alleen maar slechtnieuwsgesprekken voert.

Mark, Stef, Halbe, ik denk dat het niet onverstandig is om jullie beter te laten voorlichten voordat jullie dingen roepen die zelfs voor Geert te kort door de bocht zouden zijn. Jullie noemen de Verenigde Staten zo graag als voorbeeld voor bepaalde beslissingen in jullie beleid. Zo schrijft Stef dat “New York niet het Mekka van de schilderkunst is geworden dankzij de genereuze overheid”. Vernieuwing in de kunst is met andere woorden niet afhankelijk van overheidssteun. Helaas vergeet hij daarbij twee dingen. Kunstenaars als Mark Rothko en Jackson Pollock (ik neem aan dat hij het over deze generatie kunstenaars heeft wanneer hij spreekt over de bloeiende New Yorkse art scene) werden wel degelijk financieel gesteund door de overheid, namelijk door het Federal Art Project. Dit project was een onderdeel van het veel grotere Works Progress Administration, door President Roosevelt geïnitieerd om Amerika en zijn kunstenaars door de crisisjaren heen te helpen. Het project maakte geen onderscheid tussen abstracte en figuratieve kunst. In een periode waarin abstracte kunst nog niet zo breed werd geapprecieerd en verkocht, zorgde de overheid voor een vast inkomen voor deze kunstenaars en stond deze overheidssteun aan de wieg van hun succes.

Ten tweede, is de samenleving in de Verenigde Staten volstrekt anders georganiseerd dan in Nederland. Amerikanen betalen namelijk nauwelijks belasting en de rijken bepalen zodoende zelf waar hun geld heengaat. De rijken doen hier niets liever dan het financieren van een nieuwe vleugel in een museum of het bekostigen van een leerstoel aan een universiteit. Deze schenkingen betekenen prestige en bovendien zijn giften tot 1 miljoen dollar per jaar belastingaftrekbaar. Stef, heb je je nooit afgevraagd hoe het toch komt dat elk Amerikaans boerengehucht zo’n goede concertzaal heeft? Zo’n systeem kun je natuurlijk ook in Nederland introduceren. Als je rijke Nederlanders niet langer 52% belasting laat betalen (waarover mensen als Halbe dan beslissingen mogen nemen) dan geef ik je op een briefje dat ook de Nederlandse elite massaal aan het cultureel doneren zal slaan. Geen rijk mens zal het nog in zijn hoofd halen om te investeren in het openbaar onderwijs van Oosterwolde wanneer hij van datzelfde geld een toneelgezelschap van zijn naam kan voorzien. Halbe, je kansen op een baan in de politiek zouden in zo’n scenario zo goed als verkeken zijn. Ik zal je dat nog eens uitgebreider uitleggen. Het onderwijssysteem is hier namelijk ook helemaal anders en na alles wat ik over je gelezen heb, lijkt het me voor jou niet haalbaar om hier een dergelijk "succes" te oogsten.

Mark, lieverd, nogmaals: ik houd me aanbevolen. Het is nog niet te laat om het tij te keren. Je hoeft nog niet als minkukel de geschiedenisboeken in. Echt niet, maar wacht niet te lang.

Speciaal voor jullie heren politici heb ik een recept uitgekozen uit mijn allereerste kookboek. Het zijn “Toverpaddestoelen” en ze zijn niet al te moeilijk om te maken. Bij uitzondering voeg ik een afbeelding van het eindresultaat toe. Ik weet immers hoe dol Halbe is op “plaatjes”. 

Voor vier personen:

200 ml slagroom
2 bananen
4 halve perziken uit blik
1 el chocolade-hagelslag

Schep de slagroom op een bord. Strijk de room op het bord uit. Pel de bananen en snijd ze in vier stukjes. Snijd de punten er af. Zet de stukjes banaan rechtop in de room. Zet de halve perziken boven op de stukken banaan. Strooi er nu de chocolade-hagelslag over. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen