vrijdag 9 december 2011

Bananenrepubliek

Een tripje naar het postkantoor. Dat betekent vanzelfsprekend ‘s ochtends opstaan met Snap’s “I got the power”. Zonder Snap—die gezette neger met blockhead die ons begin jaren negentig voorzong dat het zwaar zou worden maar dat we de kracht hebben (Gettin' kinda heavy /I've got the power!!/ Oh-oh-oh-oh-oh-oh-oh-oh-oh yeah)—is een tocht naar het postkantoor bij voorbaat onbegonnen werk. Dat zou zoiets zijn als de Tour de France willen fietsen zonder epo. Voor mijn geestesoog verschijnt Rocky in zijn dikke grijze joggingpak en met zijn faal oranje zweetband terwijl hij, gevolgd door een stoet kinderen, de trappen van het Philadelphia Museum of Art op rent. Zijn gebalde vuisten in de lucht, boksende schijnbewegingen makend, triomferend. Andere keren gebruik ik het beeld van de film Rocky IV waarin Rocky’s vriend Apollo Creed in de ring wordt doodgeslagen door een killing machine uit Rusland, Ivan Drago. Rocky, overmand door verdriet, trekt zich in zijn eentje terug in de eenzame Siberische besneeuwde bergen om zich daar klaar te maken voor een bokswedstrijd tegen deze onmenselijke Drago. Elke dag, vóór de training, laadt Rocky zich op door naar een foto van Drago te kijken. Hij ploetert door de sneeuw en de ijzige beekjes, zaagt knoestige houtbalken door en trekt huifkarren door de meters sneeuw en ijzel. Hij groeit een baard, verwerkt zijn verdriet en bouwt zijn spierkracht, dit alles muzikaal terzijde gestaan door een geweldige synthesizer. Rocky, I tot en met V, kan de uitdaging aan en ik, Eva, één tot en met inmiddels alweer eenendertig, moet het ook kunnen. Ook ik got the power, tenslotte. Met Snap en Rocky als geestelijk leiders moet het me lukken om een trip naar het postkantoor te overleven.

Na het ontbijt, zodra ik mijn schouders heb losgemaakt, mijn yogamatje op mijn rug heb gebonden (voor na afloop!), mijn weesgegroetjes heb gedaan en Snap en Rocky voor de honderdste keer heb aangeroepen, ga ik op weg. Ik moet drie grote enveloppen naar Nederland versturen. En ik ben er klaar voor! Ik stap in de ring. Letterlijk, want sinds zes maanden moet elke bezoeker van het postkantoor het circuit van de rolstoel afleggen om bij de rij te komen. De trappen zijn namelijk “in the process of repair”. Dit bordje, met talloze andere waarschuwingsborden omgeven, hangt er–niet gelogen–al een half jaar. De rij blijkt lang en gaat langzaam. Mensen zitten op hun knieën de zware dozen die ze gaan versturen met tape dicht te plakken. Er wordt gesteund, gemopperd en gevloekt. Het is extreem warm binnen. Vanaf 1 oktober wordt in de Verenigde Staten de centrale verwarming in alle overheidsgebouwen standaard op loeien gezet, ongeacht de buitentemperatuur. Vaak is het in Connecticut in de maanden oktober en november nog zo’n twintig graden. De wachtenden dragen allemaal een jas en de zweetdruppels biggelen langs hun voorhoofden. Het moet binnen wel drieenveertig graden zijn. Je bent een zeer gelukkig wezen als je vantevoren weet dat je poststuk in een envelop kan. Bij drie grote enveloppen hoef je maar twee keer in de rij te staan en slechts twaalf keer je eigen adres en dat van de ontvanger op te schrijven. Dit bedoel ik serieus. Linksboven moet je je eigen adres invullen; in het midden dat van de ontvanger. Alles wat je verstuurt moet worden gecheckt en dan moet je een douaneformulier invullen waarop je de inhoud en opnieuw beide adressen moet schrijven. Je moet je als afzender bekend maken omdat je wel eens het domme idee zou kunnen hebben opgevat om antrax op te sturen in plaats van een gezellig paar kerstsokken. Ik wil U niet eens lastigvallen met de procedure die het opsturen van een pakketje vergt. Nogmaals, met een paar enveloppen ben je gezegend. Je bent binnen anderhalf uur klaar en je wordt tenminste niet uitgejouwd door het personeel. Het scheelt al met al een slok op een borrel. Iets waar we inmiddels allemaal aan toe zijn.

Je kunt het de dames van het postkantoor nauwelijks kwalijk nemen. Hoewel de dames ook bij normalere, niet-bokstemperaturen bepaald niet vriendelijk zijn. Of dit nu komt door hun lange plastic nagels die het verdraaid lastig maken om douaneformulieren af te scheuren en postzegels te plakken of omdat ze een hekel hebben aan internationale post, ik weet het niet. Hoewel ik een vermoeden heb. Laatst beet één van hen mij toe dat ik niet mocht zuchten omdat ik tenslotte “9/11 niet had meegemaakt”. Een tripje naar het postkantoor.

Een boksdieet is, heb ik begrepen, ingewikkeld. De spieren van een bokser moeten kracht en energie kunnen behouden en tegelijkertijd mag een bokser niet teveel aankomen omdat hij binnen zijn gewichtsklasse moet blijven. Ik weet niet wat Rocky eet. Vijfenvijftig procent van een boksers dieet bestaat in ieder geval uit natuurlijke koolhydraten. Voor vandaag presenteer ik een eenvoudige salade van kikkererwten met feta en koriander (afkomstig uit “De smaak van mijn herinnering" van Tessa Kiros).

Volgens Tessa zijn de volgende hoeveelheden voldoende als bijgerecht voor zes personen. Je kunt deze hoeveelheid ook gewoon aanhouden als je met zijn tweeën bent. Je kunt de salade makkelijk bewaren.

250 gr gedroogde kikkererwten (een nacht in koud water geweekt) of een blik kikkererwten van 400 gr
250 ml olijfolie
1 grote rode ui, fijngehakt
5 teentjes knoflook, zeer fijn gehakt
1 of 2 rode chilipepers, zonder zaad en fijngehakt
250 gr verkruimelde feta
4 lente-uitjes, alleen het groen, fijngehakt
25 gr gehakte koriander
30 gr gehakte peterselie
sap van 1 citroen

Gebruik je kikkererwten uit blik, spoel ze dan alleen af en doe ze in een kom. Spoel geweekte kikkererwten af, doe ze in een pan, voeg ruim water toe en breng ze aan de kook. Zet het vuur iets lager en kook ze 1-1,5 uur tot ze zacht zijn maar niet uit elkaar vallen. Verse kikkererwten hebben meestal velletjes. Zodra de kikkererwten zijn afgekoeld, giet je ze af en doe je ze in een grote kom. Haal er zoveel mogelijk losse velletjes uit.
Verhit 3 eetlepels van de olijfolie en fruit de rode ui tot die gaar en lichtgoudbruin is. Voeg de knoflook en de chilipeper toe en bak deze even mee, tot je de knoflook kunt ruiken. Laat de knoflook niet bruin worden. Laat de inhoud van de pan helemaal afkoelen.
Voeg de feta, de lente-ui, de koriander, de peterselie en het citroensap toe aan de kikkererwten en breng op smaak met zout en peper. Voeg de afgekoelde knoflookolie en de resterende olijfolie toe en meng alles goed door elkaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen