donderdag 29 december 2011

Vreemde kostgangers

Ze is vermoedelijk niet langer dan 1.40 meter en zal niet meer dan wegen dan een veertje. Haar benen zijn zo dun als stokjes. De huidkleurige panty die ze altijd draagt zwiebert er dan ook ruim omheen. Het zwaarste dat ze draagt is haar beige jampotglazenbril en je kunt zien dat haar gezicht te lijden heeft onder het gewicht van dat gigantische apparaat. Ik heb niet de indruk dat de bril haar erg veel zicht verschaft. Voor de rest draagt ze altijd zo’n gebloemd keukenschort dat ik voorheen alleen kende om de brede heupen van hysterische Zuid-Italiaanse mamma’s die de hele dag ravioli aan het maken zijn. Echtgenoot en ik kennen haar omdat ze mensen op straat altijd vraagt of ze een stukje aan hun hand mag meelopen. Haar evenwicht en haar beentjes zijn namelijk zo fragiel dat ze nauwelijks zelfstandig kan lopen. Het verzoek wordt ook regelmatig aan ons gericht en wij weigeren uiteraard nooit. Het grappige is namelijk dat ze “maar” een meter of twintig met je wil meelopen. Na die afstand wil ze dat je haar tegen een brievenbus of lantaarnpaal posteert, waarna ze een ander vraagt de weg met haar te vervolgen. Over die twintig meter doe je overigens wel een tijdje.

Elke ochtend om half negen loopt er een keurig nette man door onze straat. Zijn leeftijd is mij een raadsel. Hij draagt een lichtbruine pruik met een overdadige hoeveelheid haar, getoupeerd in een geordende zijscheiding. Met een plastic zakje ruimt hij de rommel in de straat op. Om half negen ’s ochtends is onze straat aan de beurt maar ik zie het hem overal in New Haven doen. Ik weet niet of het een zegen of een vloek voor hem is dat zijn diensten zo van pas komen. Om werk zit hij nooit verlegen.

Ik kom hem altijd tegen op “The Green”, een veldje waarop je volgens de Yale-wervingsbrochure ’s middag een dutje kan doen, tenminste—al schrijven ze dat er niet bij—wanneer je wakker wilt worden in één of andere Dutroux-kelder in Westville. Hij is ook al zo’n kleintje; kan niet meer meten dan 1.60 meter. Maar hij is groots van kostuum! Hij draagt dag en (waarschijnlijk) nacht een cowboypak. Compleet met sporen aan zijn laarzen, een riem met ruimte voor zijn pistool en lasso, een bandana om zijn nek en een extravagante cowboyhoed. Deze zwarte cowboy van Connecticut is standaard voorzien van een Zorro-masker. Hij kijkt altijd schichtig om zich heen alsof hij op elk moment tot een duel zou kunnen worden uitgedaagd.

Er moet een afzetmarkt zijn voor die producten omdat het anders niet zo kan zijn dat er zoveel van dat soort winkels bestaan. Ik heb het over winkels waar je dingen kunt kopen voor je auto. Luchtverfrissers in de vorm van kerstbomen, sponzen wanten om je auto mee in de was te zetten of luipaardstoffen hoezen voor je autostoelen. Bij de kassa vind je glijmiddel voor je wielen. De mensen die hier komen winkelen zijn natuurlijk de vreemdste kostgangers van de wereld. Wanneer je werkelijk in de rij staat om een geborstelde aluminiumpookknop, een uitlaatsierstuk of een handremcover te kopen dan spoor je niet. Mijn madame fragile, opruimmeneer en black cowboy komen mij telkens weer volstrekt normaal voor wanneer ik geconfronteerd wordt met bovenstaande types. Wie is er nu in de war: degene die propjes van straat raapt of degene die het nodig vindt om een regenhoes te kopen voor zijn paraplu? Wie is nu gek: iemand die, zich terdege bewust van haar gebrek aan evenwicht, vraagt om steun van anderen of de verpleegkundige die mij standaard een rolstoel aanbiedt wanneer ik het gezondheidscentrum binnenLOOP voor een routine controle? En onze cowboy? Die heeft natuurlijk volstrekt gelijk. Het is hier per slot van rekening net het Wilde Westen.

Voor vandaag heb ik een recept dat ik maakte tijdens de kerstdagen. Het komt (weer) uit het kookboek “Tender” van Nigel Slater. Het is een salade van rode kool, blauwe kaas en walnoten.
Voor twee personen heb je meer dan genoeg aan:

1 kwart rode kool
een halve venkel
een (russet) appel (ik gebruikte een ordinaire pink lady)
een beetje citroensap
een middelgrote wortel
150 gr blauwe kaas
een handvol walnoten
1 stengel bleekselderij
2 el rode wijnazijn
2 tl milde dijon mosterd
3 el pindaolie
2 el walnootolie (ik gebruikte 5 el walnootolie en liet aanschaf van de pindaolie achterwege)
een snufje suiker

Versnipper de rode kool en de venkel. Snijd de appel in kwarten, verwijder het klokhuis en snijd in dunne plakjes. Doe allemaal in een grote schaal en druppel wat citroensap over de appel om te voorkomen dat deze verkleurt. Snijd de wortel in luciferstokjes en snijd de blauwe kaas in dunne plakjes. Voeg toe aan de schaal. Toast de walnoten in een koekenpan tot ze beginnen te geuren. Snijd ook de bleekselderij in dunne plakjes. Doe alles in de schaal. Voor zover de inhoud van de salade.

Voor de vinaigrette meng je de azijn met de mosterd en een beetje zout en peper. Voeg de olie toe en een beetje suiker. Meng alles goed door elkaar. De salade is ook de volgende dag nog erg lekker.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen