Sinds ik in een stad woon waar de populatie voor het ene deel uit studenten bestaat en voor het andere deel uit arme mensen, zijn er veel eerste levensbehoeften die ik niet in een winkel kan kopen. Mintgroene nagellak van Dior, een fitnessboek met de aantrekkelijke titel “Lose your mummy tummy”, roze sprinkels voor muffins, een cakevorm in de vorm van een konijn en nutella. Er zitten wel honderd hazelnoten per pot in maar dat doet aan de smaak niets af. Ik eet gerust een pot nutella per week als Echtgenoot mij niet voor is. Dit culinaire hoogstandje is in onze biologische supermarkt niet te vinden. Idioot want die hazelnoten zitten er toch niet voor niets in. Amazon biedt gelukkig uitkomst.
Het aardige van Amazon is dat ze je, zodra je daar spullen gaat bestellen, suggesties doen voor andere producten die je via hun website kunt aanschaffen. Vanaf het moment dat ik vorig jaar een tamelijk nutteloze raviolimaker bestelde (wie wist toen al dat ravioli zo gemakkelijk met de hand te maken is?) vliegen me de ravioliopzetpastamachinestukjes, raviolistempels en kant-en-klare ravioli (?) me om de oren. Sinds ik heb aangeklikt ook maar enige interesse te hebben in het verliezen van mijn zwangerschapsbuik word ik doodgegooid met dvd’s van postnatale bootcamps, core workouts en corrigerend ondergoed. Die laatste suggestie komt dichtbij briljant. Amazon zag mijn bestelling van talloze potten Nutella, raviolimakers, bakvormen en siliconenboterkwastjes en gaat er alvast vanuit dat ik een luie onlineshopper ben met overgewicht. Zo eentje die in januari een paar keer naar de sportschool gaat maar het gauw voor gezien houdt wanneer blijkt dat je moe wordt van beweging. Zo eentje die er dan maar voor kiest loeistrak spandex te dragen tijdens een feestje en die spreekt over dingen “halen” in plaats van dingen kopen.
Mijn aanschaf van drie pakken katoenen luiers en luierbroekjes bracht Amazon op het idee mij in kennis te stellen van het bestaan van de Fisher-Price Papasan Cradle Swing. Het immense apparaat is een automatische wieg die je als ouder niet zelf hoeft aan te duwen. De wieg doet al het werk. Het wiegt je baby volautomatisch van links naar rechts of van voor naar achter, heeft acht dagliedjes en acht nachtliedjes en kan wiegen op zes verschillende snelheden. Alsof dat allemaal nog niet genoeg is draaien er ook nog knuffeldieren voor de ogen van je baby in het rond. Je zet je baby erin en achttien jaar later is de baby klaar. Dat werk.
Als U denkt dat bovenstaande suggestie vreemd is: Amazon verkoopt blijkbaar ook opblaasbare bondagestoelen. Dit weet ik omdat ik op zoek was naar een voedingsbh. Zo kunt U, ook wanneer U in Zuid-Frankrijk op de camping staat Uw SM-activiteiten voortzetten. Ik ben benieuwd welke opties Amazon van de hand doet op het moment dat je zo’n aankoop doet. Een kort internetonderzoekje leert me dat je allerlei bizarheden online kunt kopen. Wat dacht U van een handdoek waarop het menselijk lichaam staat weergegeven? Zo weet U altijd met welk deel van de handdoek U Uw kont heeft afgedroogd. Of een mondstuk dat je aanleert om breder te lachen? Er zijn ook Subtle butt Fart pads te koop. Deze compressen kunt U aan de binnenkant van Uw onderbroek plakken om de lucht van nare scheetjes te neutraliseren.
Amazon moet mij wel een bijzonder saaie consument vinden. Heb je haar weer met haar potten Nutella. Ik wacht op het moment dat Amazon zijn mondje gaat roeren. Dat Amazon mij schrijft dat ik ook maar eens aan bed moet worden vastgebonden met hun volautomatische handboeien, dat de Nutella moet worden vervangen door body chocolate en mijn konijnencakebakvorm beter een Playboy bunny kan worden. We wachten af.
Het aspergeseizoen is aangebroken. Tenminste dat vermoed ik: eerlijk gezegd kun je hier het hele jaar voor weinig geld hele lekkere asperges kopen. Ook witte asperges, in Nederland het witte goud genoemd vanwege de hoge prijs, zijn goedkoop. En bovendien schijnt hier al weken de zon en is het warmer dan twintig graden (zo, lekker puh!). Dit pastagerecht is simpel, snel en heel lekker. Het staat binnen tien minuten op tafel. Precieze hoeveelheden zijn hier niet van belang. U kunt het gerecht maken met geitenkaas maar ik vind het lekker met mozzarella.
Voor twee personen
300 gram pasta
half bosje groene asperges, schoongemaakt (alleen de houterige onderkant moet worden afgesneden) en in stukjes van 2 cm gesneden
paar eetlepels olijfolie
1 el citroenschil
2 tl fijngehakte dragon
1 bolletje mozzarella
citroensap, naar smaak
Kook de pasta (maakt niet uit wat voor soort) in een grote pan met goed gezouten water. Drie minuten voordat de pasta gaar is, voegt U de aspergestukken toe. Giet de pasta en de asperges (zodra ze gaar zijn) af en vang een kopje van het kookvocht op.
Terwijl de pasta aan het koken is mengt U wat eetlepels olijfolie, de citroenschilletjes, de dragon en de in stukken gescheurde mozzarella in een grote kom. Voeg daar de warme pasta, de asperges en een beetje kookvocht aan toe. Meng dit alles goed door elkaar en breng op smaak met zout, peper en citroensap.
Posts tonen met het label pasta. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pasta. Alle posts tonen
donderdag 22 maart 2012
Nutella
Labels:
asperges,
citroen,
kaas,
mozzarella,
pasta
donderdag 23 juni 2011
Lelijk taalgebruik
Ik hoorde het een paar weken geleden voor het eerst. Echtgenoot werd door een onbekende man, van wie hij net een paar sportsokken had gekocht, aangesproken met “buddy”. “Did you find everything you need, buddy?”. Ik kende dat woord voorheen alleen maar in de context waarin het thuishoort: als vriendelijke aanduiding van een gekwalificeerd vrijwilliger die zo goed is om zijn vrije tijd door te brengen met het ondersteunen van mensen met een levensbedreigende ziekte. Sinds wanneer was echtgenoot buddy’s met deze vreemdeling? Leidt echtgenoot een schaduwleven? En kon ik er nog iets aan doen om deze ramp af te wenden? De man was namelijk niet dodelijk ziek: hij leed slechts aan lelijk taalgebruik. “Buddy”, dat klinkt bijna zo erg als: “alrighty” of “See you later, alligator”. In het Nederlands zo lelijk als “goeiesmorgens” of “doei, doei”. Eén keer “doei” is ernstig, bij twee keer kop eraf!
Ik zal vast niet de enige zijn die bij domme Nederlanders vrij direct aan de zanger van Volumia moet denken. Zijn naam is Xander de Buisonjé en het zou mij niet verbazen als het hem een hele tijd heeft gekost om dit goed te kunnen spellen. Het leven is te kort om moeilijk te lopen denken, zo verkondigde hij ooit met verve. Dit moet de tekst van zijn bekende meezinger “Hou me vast” verklaren. “Niemand weet waarom de nacht weer dag wordt”? Op de website van de Hervormde Kerk in Nijkerk kunnen we lezen dat dit komt omdat Hij de zon en de maan in zijn hand heeft en zorgt voor de afwisseling van dag en nacht. Inmiddels zijn er echter ook mensen die vermoeden dat dit te maken heeft met het draaien van de aarde. De kant die naar de zon is gekeerd heeft licht. De kant die van de zon is weggekeerd heeft nacht. “Niemand weet waarom een bloem verwelkt?” Dit, beste Xander, komt door het hormoon ethyleen dat de groei en ontwikkeling van planten regelt. Als je een roos van een struik snijdt, dan maakt de roos meer ethyleen aan en zal de bloem eerder vergaan. “Niemand weet waarom er mensen slapen in de kou”? Dat is inderdaad een lastige. Er zijn mensen die zich geen huis kunnen veroorloven. Je hebt ze ook die zich niet willen conformeren aan onze “huisje, boompje, beestje”-idealen en prefereren op straat te leven, en anderen hebben het misschien snel warm. Xanders leven is te kort om over dit soort vragen na te denken. Nadenken zal wel niet echt zijn “ding” zijn.
Trouwens, waarom is het nog steeds niet strafbaar om “stukje” te gebruiken wanneer het heel duidelijk geen “stukje” kan betreffen. Er bestaat niet zoiets als een stukje tevredenheid. En mensen die het hebben over een “stukje” zelfontplooiing zou ik willen aanraden te beginnen bij een “stukje” fatsoenlijk taalgebruik. Laten we bij dezen afspreken alleen J.C. Bloem nog toe te staan een stukje te gebruiken: “Een stukje bos, ter grootte van een krant / Een heuvel met wat villaatjes ertegen / Geef mij de grauwe, stedelijke wegen / De’in kaden vastgeklonken vastgeklonken waterkant” Zo hoort het en niet anders.
In het Nederlands is “gewoon” en “eigenlijk” wat in de Verenigde Staten “like” is. Het woord wordt te pas en te onpas gebruikt en de betekenis is volstrekt hol. “Oh, this is like so amazing, like really”. “And then he was like.., and she was like.., and then I said that’s like awesome”. Ik maak geen grap. Menig gesprek verloopt volgens bovenstaand patroon. Ook het stippellijntje is niet gelogen. Het “like” wordt vaak niet ingevuld. De spreker probeert uitdrukking te geven aan een persoonlijke ervaring maar de ervaring is blijkbaar te machtig. Woorden schieten tekort en het “like” blijft in het luchtledige hangen. Als de spreker er “echt voor zou gaan” dan heeft hij wellicht meer kans om zijn “target” te halen. Dan kan hij dat thuis aan zijn “kids” vertellen of natuurlijk aan “de kleine”. De kriebels kruipen over mijn rug. Hasta la vista, baby!
“Kekke” pasta met paprikarelish
Voor vier personen
400 gram pasta
4 takjes basilicum om te garneren
voor de relish:
1 tl komijnzaadjes, geplet
2 tl olijfolie
500 gram rode en gele paprika's in reepjes van 1/2 cm breed
5 teentjes knoflook, fijngehakt
2 middelgrote rode pepers, zonder de zaadjes, fijngehakt
4 middelgrote rijpe tomaten, ontveld
2 el zongedroogde tomaten, fijngesneden
Rooster de komijnzaadjes ca 1 min in een droge hete koekenpan. Voeg olie, paprika, knoflook en rode peper toe. Laat met deksel op de pan in ongeveer 40 minuten op zeer laag vuur zacht worden. Hak de tomaten grof. Doe tomaat en zongedroogde tomaat bij de paprika in de pan. Betrooi met wat zout en laat zonder deksel op hoog vuur 5 minuten inkoken tot een dikke saus. Kook ondertussen de pasta. Doe de saus bij de pasta en laat dit nog een minuut doorwarmen zodat de pasta de smaak van de saus goed kan opnemen. Garneer met basilicum.
Labels:
paprika,
pasta,
pasta met paprikarelish
donderdag 26 mei 2011
Dag des Oordeels
Het was zaterdagavond, vijf voor zes en we zaten in een restaurant in Waterbury. Het was me al een paar keer door het hoofd geschoten. Als je in elk bushokje het Einde der Tijden aangekondigd ziet staan, dan laat dat je toch niet geheel onberoerd. De wereld zou kunnen vergaan en mijn anti-religieuze opvoeding zou zich eindelijk wreken. Echtgenoot en ik hadden daarop besloten uit eten te gaan. Als de Dag des Oordeels echt zou aanbreken, de doden uit hun graven zouden verrijzen en de levenden bijna allemaal zouden sterven, dan zouden we er tenminste een gratis maaltijd aan overhouden. Al die zaken overdenkend, stond er die avond opeens een man op. Hij schraapte luidruchtig zijn keel en vroeg het etende publiek om aandacht. Hij wilde graag, nu het spreekwoordelijke tien voor twaalf was aangebroken, nog even zeggen hoeveel hij van zijn vrouw had gehouden. Die vrouw zat met haar servet op schoot naast hem. Hij bedankte zijn kinderen—ook aanwezig—en het personeel van het restaurant en ging weer zitten. Wij brachten een toost uit op de man en zijn gezin en wellicht op onze eigen naderende dood. Het werd zes uur en er gebeurde niets, vijf over zes en nog steeds waren de ons beloofde aardbevingen niet losgebarsten. Behalve een paar obers met veel te volle borden was er niemand langsgelopen die er uit zag alsof hij dood was. Echtgenoot en ik trokken alvast onze portemonnee.
Toen dacht ik nog dat de Dag des Oordeels wellicht op 21 mei 2011 zou plaatsvinden. Harold Camping was niet de enige die zijn idee moest bijstellen. De werkelijke Dag des Oordeels kwam op de dag na de “Commencement”, wanneer de afgestudeerde Yale-studenten hun studentenkamers moeten verlaten en hun zomervakanties beginnen. Het is op dat moment dat je het ware gezicht van de Verenigde Staten ziet. Alle “rich college kids” gooien hun meubels de straat op en de arme zwarte bevolking verzamelt zich daar om de afdankertjes op te halen. Sterker nog, te beschermen met hun leven. Onder de afgestudeerden zaten ook heus Afro-Amerikaanse kinderen en onder de armoedzaaiers zag ik een enkele blanke maar over het algemeen is het toch volstrekt duidelijk dat het de Afro-Amerikanen zijn die in het getto wonen en de blanken die in de “gothic-fairytale-bubble”, die Yale University heet, vertoeven.
Dat er eindelijk een zwarte president is, doet hier niets aan af. Er wonen bijna 40 miljoen Afro-Amerikanen in dit land en 95% van hen heeft op Barack Obama gestemd. Met zo’n hoog percentage Afro-Amerikanen, Hispanics en Aziaten op wiens steun hij kon rekenen mocht het inderdaad wel eens gebeuren dat er een zwarte president zou komen. Obama won echter niet de meerderheid van de blanke stemmen. En het is hem tot nu toe niet gelukt om de ongelijkheid die ik elke dag om me heen zie vlot te trekken. Ik heb het hem bovendien niet zien proberen. Wat ik wel heb gezien is dat de jongens aan Wall Street (diezelfden die onze economie om zeep hebben geholpen!), inmiddels weer boven Jan zijn. Zij hebben het zelfs beter dan ooit. De rijken zijn de afgelopen jaren alleen nog maar rijker geworden. Twee politicologen (Hacker en Pierson) rekenden voor dat Amerika in de extreme concentratie van rijkdom bij een kleine elite niet onderdoet voor landen als Ghana en Nicaragua. Het is de “winner-take-all-politics”. Deze politcologen leggen niet de schuld bij de vrije markt maar bij de politiek. Ook Europa staat immers onder druk van concurrentie van lagelonenlanden en daar is de kloof tussen arm en rijk veel minder toegenomen. Een paar cijfers die je van je stoel doen vallen. De top 1-procent harkt hier jaarlijks een biljoen dollar binnen. De top binnen die top zag het jaarinkomen stijgen van 4 miljoen dollar in 1974 tot 35 miljoen dollar nu. Hacker en Pierson beargumenteren dat dit komt omdat de rijken de meeste invloed hebben in de besluitvorming. Zij lobbyen hun weg door Washington en zorgen goed voor zichzelf. Belastinghervorming komt dus vooral ten goede aan de mensen die nu ook al zwemmen in het geld. Obama staat erbij en kijkt ernaar.
Dit is duidelijk niet voor iedereen het land van de onbegrensde mogelijkheden. Net zomin als een 89-jarige radiomaker in staat bleek om het Einde der Tijden te voorspellen, kan Obama een happy end voor iedere burger garanderen. Dat is bijzonder teleurstellend. Camping is in de herkansing gegaan. We kunnen ons gaan opmaken voor een nieuwe Dag des Oordeels: 21 oktober 2011 moet het dit keer gaan gebeuren. We zullen het zien. We gaan maar niet uit eten. We kunnen ons zo’n grapje niet weer veroorloven.
Ik wacht geduldig op Obama’s herkansing.
In de tussentijd kunnen we maar het beste een armeluismaaltijd op tafel zetten. Een "oudje" van Donna Hay:
Pappardelle met venkel en olijven
2 rode uien, gehakt
2 kleine venkelknollen, in reepjes
2 el olijfolie
1 3/4 dl witte wijn (ik maakte hem zonder de wijn en dat is, vind ik, lekkerder!)
375 gr. pappardelle
1/4 kop basilicumblaadjes (een goede handvol)
1 kop zwarte olijven (zoveel als je lekker vindt)
10 kappertjes (ga jij ze tellen?)
6 ansjovisfilets, gehakt
parmezaanse kaas
Voor vier personen
Leg ui en venkel in een ovenschaal en schep ze om met de olijfolie. Voeg eventueel de wijn toe (ik zou het niet doen) en bak 30 minuten in een op 200 graden voorverwarmde oven: de venkel moet gaar zijn. Kook de pappardelle in een pan met ruim kokend water beetgaar. Laat uitlekken.
Schep de pappardelle om met het venkelmengsel, de basilicum, olijven, kappertjes en ansjovis. Serveer met parmezaanse kaas en veel grofgemalen zwarte peper.
Labels:
pappardelle met venkel en olijven,
pasta,
venkel
Abonneren op:
Posts (Atom)