Posts tonen met het label dessert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dessert. Alle posts tonen

donderdag 12 januari 2012

Baby Einstein

In één van mijn lievelings jaren tachtig films, Baby Boom, komt een scène voor die nu profetisch lijkt omdat het de gewoonste zaak van de wereld is geworden. Althans in Amerika. Diane Keaton speelt hierin een doorgewinterde sluwe zakenvrouw in New York – hooggeknoopt bloesje, flinke schoudervullingen, loeistrakke rokken en killerheels – een “tiger lady” die haar zaakjes perfect onder controle heeft totdat ze van een onbekend familielid een erfenis ontvangt. De erfenis is een baby. Haar leven staat op zijn kop terwijl ze carrière en kind probeert te combineren. De beruchte scène speelt zich af rondom de zandbak in het park. Op een bankje zitten twee moeders die proberen een speelafspraak voor hun kinderen te arrangeren. Dit lukt uiteindelijk met veel moeite tussen de vioollessen, de computercursus en de kinderpsychiater door. Ondertussen schuift er een andere moeder aan die in tranen is. Haar kind is niet aangenomen op de gewenste “pre-school”. Niet aangenomen worden op die school betekent, aldus verhaalt ze snikkend, ook niet worden toegelaten op de juiste kindergarden, waarna je de goede prepschool kunt vergeten en je nooit of te nimmer naar een ivy league school zult kunnen. Het kind is dus bij voorbaat hopeloos verloren terwijl het daar nu nog schijnbaar gelukkig zandkasteeltjes zit te bouwen en haar luier zit vol te poepen. Niet aangenomen op de pre-school ondanks haar perfecte curriculum en haar fantastische referenties. De andere vrouwen betreuren het lot van de jonge moeder. Zittend in de zandbak voelt onze protagoniste zich steeds kleiner worden nu ze moet aanhoren hoe naïef ze tot dusver was, hoe onbewust van de druk die het ouderschap met zich meebrengt. De ellende wordt nog groter wanneer één van de kinderen zijn speelactiviteiten tijdelijk staakt om op te merken dat de lucht van vandaag erg lijkt op Paul Cézanne’s Baai van Marseille. Schilderkunst werd hem – jochie van drie – gedoceerd aan het “Centrum voor Slimmere Baby’s”. In de volgende scène van de film zie je onze tiger lady dan ook op de grond van dit centrum zitten terwijl ze haar kind met flash cards nieuwe kennis bijbrengt. Kaart na kaart maakt ze haar kind bekend met de fenomenen: deurknop, Whoopi Goldberg, President John F. Kennedy en Mercedes.

Flashcards waarmee je je kind kunt leren welke boerderijdieren je hebt, hoe alle vierenveertig Amerikaanse presidenten eruitzagen en hoe je een Goya van een Velazquez onderscheidt – die bestaan er al sinds jaar en dag, niet alleen in de film maar ze zijn ook gewoon te koop bij de winkel om de hoek. Maar ik was oprecht verbaasd bij de ontdekking van de “pregnancy bellyphone” of de “itummy prenatal music band”. Uw kind kan al in de baarmoeder worden opgeleid zodat bovenstaande dwalingen richting armoede, drugs en goot niet langer hoeven plaats te vinden. U kunt Uw kind op een Ivy League krijgen als U gewoon al vóór de geboorte begint met zijn opleiding. Niets ingewikkelds aan. Het betreft hier een koptelefoon die met banden aan Uw buik wordt vastgesnoerd waarop U “Bach for babies” kunt draaien. Maar U kunt uiteraard ook Dostojevski’s Misdaad en Straf afspelen, Uw kind wat uitdagende differentiaalvergelijkingen voorleggen of hem wat prangende ethische dilemma’s presenteren. De cd’s met muziek die speciaal voor het ongeboren kind worden gemaakt, heten “Ultrasound”. Ik vind het briljant. Het zou de ontwikkeling van de foetus op een ander plan brengen. Het voordeel van de band is – zo lees ik in alle enthousiaste klantenrecensies – dat hij zo comfortabel is dat je niet eens doorhebt dat je hem draagt.

Zo springt Uw kind na negen maanden de baarmoeder uit, spreekt hij vloeiend zestien talen, schrijft verzen in het latijn, zingt hij mee met Tosca, legt hij een voorkeur voor Gontsjarov boven Tolstoj aan de dag, legt hij U uit wat Kierkegaard nu toch eigenlijk bedoelde en weet hij perfect hoe het allemaal heurt; U heeft er geen kind meer aan.

Voor vandaag een schuldvrije appelkoek/taart. De koek bestaat voor tachtig procent (zo ongeveer) uit appels dus hij is tamelijk gezond.

6 zure appels (Granny Smiths)
boter om bakvorm in te smeren
3 grote eieren
200 gr suiker
1 tl vanille-extract
125 gr bloem
kaneelpoeder en poedersuiker om over de koek te strooien

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Bedek een taartvorm (van ca. 23 cm) met bakpapier. Wat ik de makkelijkste methode blijf vinden is de bodem van de bakvorm bekleden met bakpapier en de randen inkwasten met boter. Ik zet het bakpapier van de bodem vast door de ring ertussen te plaatsen. Zo loopt er ook nooit beslag uit de vorm.

Schil de appels en snijd ze in kleine blokjes (alsof je appelmoes maakt). Stort de appels allemaal direct in de taartvorm.

Meng in een grote kom met een elektrische mixer de eieren en de suiker. Dit moet een dik mengsel worden.

Voeg de vanille toe en schep met een lepel de bloem bij het mengsel. Meng door elkaar. Het beslag moet (nogmaals) dik zijn.

Schep met een lepel het beslag over de appels zodat je ze allemaal bedekt.

Zet de koek een uur in de oven of in ieder geval totdat een satéprikker schoon uit de koek komt.
Bestrooi de koek met kaneelpoeder en poedersuiker.

Deze koek is ook lekker voor het ontbijt.

donderdag 24 november 2011

Bumpersticker

Aan een gestresste bakfietsmoeder die “wel wat humor in haar leven kan gebruiken” kun je schrijven: “What she wants, she gets. Just in case you need a personal mantra”. Aan een ADHD-kind met een gebrekkig zelfvertrouwen schrijf je de bemoedigende boodschap “I dream great big dreams for you”. U zult het niet geloven maar Hallmark, de fabrikant van die lelijke en zogenaamd grappige wenskaarten, helpt ons tegenwoordig niet slechts meer aan een kaart maar doet zelfs suggesties van de hand over de tekst waarmee we de kaart zouden moeten voorzien. Hallmark heeft een internetsite met de meest walgelijke verwensingen. Hallmarks eigen motto “Life is a special occasion” belooft natuurlijk al weinig goeds. Hier is er nog eentje. Voor moeilijke dagen: “It’s tough...but you’re hanging in there”. Of deze voor een nieuwbakken bruidspaar: “True hearts, true love, true happiness always”. Werkelijk?

Laat ik het niet merken dat U op Uw kerstkaarten dingen gaat schrijven als “"Holding you and your family close in thought and in love." Als ik daar achterkom, dan bent U nog niet jarig. Dan is het niks geen "You're awesome! Hope your birthday is, too!" voor U dit jaar. Het zou natuurlijk helemaal vreselijk zijn als U zelf op zo’n duffe tekst bent gekomen en er vervolgens door de ontvanger onterecht van wordt beschuldigd te hebben geput uit de Hallmark bron. De beschuldiging van plagiaat is nog zo erg niet maar het idee dat Hallmark en U op één lijn zouden zitten, lijkt mij ronduit verschrikkelijk.

Soms denk ik dat de Engelse taal in het leven is geroepen voor de gevatte oneliner en het bemoedigende hart onder de riem. U kunt dat merken wanneer U weleens een hardloper vanaf de zijlijn heeft gepoogd aan te moedigen. “Go get’em!” of zelfs “you can do it!” werkt zoveel beter dan “kom op” of “je kunt het”. “You’re a champ” en “looking good” klinken op een of andere manier veel natuurlijker dan “je bent een kampioen” of “je (of dat) ziet er goed uit”.

Is de bumpersticker ook geen Amerikaanse uitvinding? Ik zat niet eerder zo vaak in de auto dus ik weet het niet zeker maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit eerder zoveel kinderachtige gevatheden aan mij voorbij heb zien scheuren. “Minds are like parachutes. They only work when they’re open”. Gisteren vond ik een website waarop je bumperstickers voor gemiddeld 4 dollar kunt bestellen. Het kost je dus niet meer dan een tube tandpasta om je auto op te sieren met “I’ve got a perfect body but it’s in the trunk and beginning to smell”, “I suffer from C.R.S. Can’t Remember Shit” of “Breast Inspection 20 feet ahead (please have’em out)”. Diezelfde prijs betaal je wanneer je je medeweggebruiker wilt opvoeden. “Can’t feed’em? Don’t breed ‘em”. Zelf vond ik de volgende tekst nuttig en leerzaam. Ik moet Echtgenoot alleen nog overhalen om hem op de auto te plakken:

“Jesus is coming. Look busy”.

Wat denkt U van een perentaartje dit weekend? Hij is zo klaar en heel lekker.



75 ml + 1 el zonnebloemolie
150 ml magere kwark of Griekse yoghurt (het is maar wat U in huis heeft)
300 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
2 eieren
300 gr + 1 el zelfrijzend bakmeel
zout
3 niet te rijpe handperen, geschild, gehalveerd en zonder klokhuis
1 el abrikozenjam
springvorm van circa 24 cm

Verwarm de oven voor op 200 graden. Roer in een kom de olie, de kwark, de suiker en de vanillesuiker met een garde door elkaar. Roer de eieren erdoor. Voeg 300 gr bakmeel en een mespuntje zout toe en roer dit tot een glad beslag.

Vet de springvorm in met 1 el olie en bestuif met 1 el bakmeel. Schep het beslag in de springvorm.

Leg de peren in een rondje met de bolle zijde naar boven in het beslag.

Bak de taart in ongeveer een uur in het midden van de oven. Draai de taart halverwege de baktijd een slag. Een houten satéprikker moet er zo goed als schoon uitkomen maar stress hier niet over. De taart wordt nog wat droger wanneer hij afkoelt.

Verwarm de abrikozenjam en bestrijk de taart. Bestuif met poedersuiker.

donderdag 20 oktober 2011

Billen

Tijdschriften: ik ben er dol op. Zó dol dat Moeder en Schoonmoeder een roulatiesysteem hebben ontwikkeld waardoor ik iedere maand mijn portie Nederlandse modetijdschriften thuisgestuurd krijg. In de Jantje van deze maand las ik dat het tegenwoordig zomaar kan gebeuren dat kleuters op school voor hun verjaardag trakteren op Iphones. Ik trakteerde altijd op zelfgemaakte kaasmuisjes (de oren bestonden uit kleine stukjes chips), zelfgebakken chocolade dobbelstenen van cake of een volgetekende envelop gevuld met rozijnen. Na het uidelen mocht je als jarige de klassen rond en als feestelijk slot kreeg je een sticker. Die sticker mocht je vaak zelf uitzoeken! Die leerkrachten staan nu dan toch mooi in hun hemd met hun armzalige stickers. Of hebben die tegenwoordig Steve Jobs gadgets waar de kleuters hun keuze uit mogen maken? U kunt trouwens ook niet verwachten dat U heden ten dage een kinderpartijtje bij U thuis kunt vieren met slingers, ballonnen, limonade en een bordspel. De huidige kleuter verwacht een kinderspa waar hij of zij een manicure krijgt, met als sluitstuk een chocolademasker. Zo las ik. Allemaal reuze handige informatie, zelfs als U geen kinderen hebt. Ik kan me geen leven meer voorstellen zonder die kennis. In september las ik al dat Kate Middleton zwanger was van prins William (wie had dat mogelijk geacht, van die William, bedoel ik dan, hè) en nog wel van een tweeling. Dat soort informatie kun je vrij gemakkelijk opdoen in de rij van de supermarkt in People Magazine. Of het waar is, valt te betwijfelen. Dat het amusant is, daar twijfel ik nooit aan. Als U wilt weten hoe U met zes minuten per dag sterkere binnendijspieren krijgt, dan raad ik U de Cosmo van deze maand aan.

Amerika is het land der tijdschriften (het land van de onbeperkte mogelijkheden is het nooit geweest). In News Haven verkoopt mijn Pakistaan een paar honderd verschillende tijdschriften. Ik telde er alleen al elf over wapens. Er zijn speciale tijdschriften over messen, zwaarden en vuurwapens. Deze laatste categorie maakt het leeuwendeel uit van de collectie. Ook als je ziek, zwak en misselijk bent dan heeft de tijdschriftenwereld je genoeg te bieden. Heb je arthritis dan kun je kiezen tussen het Arthritis Journal en de Arthritis Today. Wil je lijken op Hulk Hogan dan zijn er stuk of vijfentwintig bodybuilding tijdschriften te koop. De snor zul je jezelf ergens anders moeten laten aanmeten. Ik kan de eindeloze stroom hobbytijdschriften, dierentijdschriften, eet-, seks-, dieet-, mode-, roddel, royalty-, muziek en puzzelbladen ongetwijfeld onbesproken laten. Hoewel de categorie “hiphop” mij blijft fascineren.

Met name het tijdschrift “Straight Stuntin” is een absolute eyecatcher. Playboy en Hooters magazine steken daar schraal bij af. Op de cover prijkt elke maand weer een rappende neger in een ruimvallend joggingpak met dikke gouden ketting die geflankeerd wordt door twee zeer schaars geklede zwarte meisjes met enorme achterwerken. Prachtige achterwerken die ze voor de foto nog wat pronter naar achteren hebben gestoken terwijl de dames zich schalks kijkend naar de toeschouwer wenden. Het is een fantastisch blad. Straight Stuntin Magazine beoogt bekendheid te geven aan vrouwen die anders onopgemerkt zouden blijven. Het tijdschrift geeft erkenning aan “our sisters” zonder dat zij zich hoeven te verlagen om die erkenning te krijgen. Dagelijks zien de makers van het blad vrouwen dingen presteren die geen aandacht krijgen omdat deze vrouwen nog geen celebrity status hebben. Dit tijdschrift wil een einde maken aan deze onterechte anonimitiet, aldus de doelstelling van de makers. Dat wist U vast niet, dat naakte vrouwen op tijdschriften symbool staan voor onze emancipatie.

Het werd hoog tijd dat het hebben van een pront goed geolied achterwerk als talent wordt beschouwd. Hoe vaak moeten we niet horen dat iemand zo’n mooie stem heeft of zo goed piano kan spelen? De dames in dit tijdschrift zijn echt veel talentvoller dan J.lo, Beyonce of Shakira met hun schamele scharregatjes. Deze bipsen zijn voller, groter, zwarter en glanzender.

De kont was ten onrechte het ondergeschoven kindje, werd oneerbiedig bestempeld tot “zitvlak”, “gat” of “krent”. De makers van “Straight Stuntin” geven ons eindelijk een verdiende schop onder onze reet.

Voor deze week een recept dat ik bij toeval ontdekte. Ik ben vast niet de enige die standaard een halve bak ricotta op het punt van bederf in de koelkast heeft staan. Wat te doen wanneer ook U graag een steentje aan de emancipatie wilt bijdragen? Hoe krijgt U het gewenste achterwerk? Welnu, maak ricottakusjes, ofwel: baci di ricotta. Een heerlijk calorierijk dessert!

Voor ongeveer dertig kusjes heb je nodig:

250 gr ricotta
1 ei
75 gr bloem
1 1/2 tl bakpoeder
snufje zout
1/2 tl kaneel
1 el suiker
1/2 tl vanille extract
olie om te frituren
wat poedersuiker om de kusjes te bestrooien

Klop de ricotta en het ei in een kom tot een glad mengsel. Klop de bloem, het bakpoeder, het zout, de kaneel, de suiker en het vanille extract erdoor tot een glad beslag.
Verhit de frituurolie in een diepe koekenpan of een frituurpan tot ongeveer 175 graden celsius. In een koekenpan lukt het prima maar gebruik wel voldoende olie. Schep met een theelepel bolletjes van het beslag en laat ze voorzichtig in de olie glijden. Bak er 5-6 tegelijk. De balletjes draaien zich om wanneer ze goed zijn. De baktijd is ongeveer 2 minuten.
Laat ze uitlekken op keukenpapier en leg ze daarna opgestapeld op een mooi bord. Bestrooi met poedersuiker en eet ze zo warm mogelijk.

donderdag 30 juni 2011

Christelijke abondantie


Soms kan ik de neiging nauwelijks onderdrukken. Ik zie ze, in het wild, op zondagochtend lopen. En ik kan het bijna niet weerstaan. Ik heb zin om zo’n brave christen een aai over zijn bolletje te geven. Zoals je doet bij een kind wanneer het zijn knie heeft geschaafd. Het heeft toch ook iets aandoenlijks om mensen keer op keer naar de kerk te zien lopen en daar weer met lege handen vandaan te zien gaan? Die neiging wordt vrij gemakkelijk de kop in gedrukt wanneer ik hetzelfde volk protesterend voor de New Havense abortuskliniek zie staan. Dat is zo’n smakeloos kwetsende bedoening dat mijn maag zich omdraait. Met spandoeken en geschreeuw proberen ze de ongelukkige vrouwen de toegang tot de kliniek te belemmeren. Ergernis is niet voldoende om uitdrukking te geven aan wat ik hiervan vind. Hun naïeve bolletjes wil ik nu tot bloedpulp slaan.

Ja, christenen kunnen me behoorlijk op de zenuwen werken. Zo zijn er hier natuurlijk ook gewoon te veel van. Ze komen werkelijk uit alle hoeken en gaten. Het lawaai van de kerkklokken is hier niet van de lucht. En reken er maar niet op dat ik hier spreek over een bescheten “Aan de Amsterdamse grachten” dat ik weleens uit de Westerkerk hoor komen. Nee, dit klokgelui gaat maar door, is keihard en er is melodieus bovendien geen touw aan vast te knopen. Ik kan natuurlijk best mijn eigen ergernis hierover verwoorden maar maak veel liever gebruik van “Tism” die dit op de rellerige website “FOK!” op heel eloquente wijze doet:

“Waarom Stuuren ze tegenwoordig niet gewoon een sms-je naar al die stoffige gereformeerde sukkels, met de tekst "Attentie, de klokken luiden nu een kwartier lang, geniet er maar van", zodat de niet geinterreseerden onder ons (een meerderheid) er geen last van hebben en de televisie en radio niet harder hoeven te zetten en dus de buren ook niet geïrriteerd raken en hoeven te moeten lopen zeiken dat die te hard staan. Waarom kennen ze niet met hun tijd mee gaan, het is toch allemaal achterhaalt, of nie!?”

Ik vind het fijn dat ik niet de enige ben die zich ergert. Tegenwoordig troost ik me met de gedachte dat Tism zich ergens ook zit op te winden. Dat klokluiden: ik snap het gewoon niet. Degenen die naar de kerk gaan, weten dit inmiddels toch wel van tevoren? Of zijn christenen, net als vissen? Hebben ze een geheugen van twee seconden? Moeten de kerkklokken laten horen dat ze nog steeds de goede kant op lopen?

36% van de Nederlanders gelooft dat er “iets” is. Als je met die mensen praat, verzuchten zij vaak een bezwerend “er is meer tussen hemel en aarde”. Alsof dit gegeven alleen hen al met meer wijsheid begiftigt. Deze mensen noem je ietsisten. Dat maakt mij vanzelfsprekend een espressist: ik geloof heilig in een sterke kop espresso in de ochtend. Ik heb geen kerkklokken nodig om me aan mijn geloof te herinneren en maak gaarne een tripje naar de winkel wanneer mijn voorraad geloof op dreigt te raken. Op de basisschool had ik welgeteld één kind in de klas dat in God geloofde. Hij vergeleek geloven in God met het ruiken van een scheet. Ook een scheet kun je niet zien maar hij bestaat wel. Dit is misschien het “iets” waar al die Nederlanders inmiddels in geloven.

De Paus twitterde twee dagen geleden voor het eerst: “Dear Friends, I just launched News.va Praised be Our Lord Jesus Christ! With my prayers and blessings, Benedictus XVI”. Ik moet zeggen dat ik beter vermaak vind in de christelijke wijsheden die om de paar weken op een letterbord bij de St Paul’s Union American church op de hoek van onze straat verschijnen. 


Echtgenoot en ik fantaseren er lustig op los. De teksten verschijnen als donderslag bij heldere hemel. Wie schrijft ze? Iets of God? Hoeveel letters heeft Hij/Het in zijn letterbak? Hopelijk geeft Hij/Het me binnenkort antwoord op mijn vraag naar de kerkklokken.

We wachten af. 

Voor deze week een recept voor een lekkere hostie: wentelteefjes. Of je deze nu wilt eten om dichter bij Jezus te zijn of omdat je je zondagochtend ontbijtend (al dan niet onder het genot van klokgelui) wilt doorbrengen.

1 ei
2 zakjes vanillesuiker
1 el kaneelpoeder
2 1/2 dl melk
8 sneetjes oud wit brood
40 gram boter

In een diep bord klop je het ei, de vanillesuiker, het kaneelpoeder en de melk los. Snijd de korstjes van het brood. Wentel de sneetjes brood per stuk door het eimengsel en leg ze op een diep bord op elkaar. Schenk de rest van het eimengsel over de stapel boterhammen. Laat dit intrekken totdat alle sneetjes doorweekt zijn. Verhit in een grote koekenpan de helft van de boter en bak de helft van het brood in ongeveer vijf minuten goudbruin. Verhit de rest van de boter en bak op dezelfde manier de rest van het brood. Serveer met suiker, kaneelpoeder of lekkere jam. 




donderdag 16 juni 2011

Open sollicitatie aan onze minister-president

Wij hebben een familietalent, of, zo je wilt, een familiegebrek. Alle drie hebben we er in meer of mindere mate last van. Als we iets niet interessant vinden dan hebben we ons de vaardigheid meester gemaakt om te luisteren maar niet te horen. Onze desinteresse betreft met name de technische aspecten van het leven. Terwijl we zogenaamd geïnteressseerd luisteren naar iemand die ons uitlegt hoe je een stopcontact fabriceert, een cd op mp3 zet of hoe je Celsius omrekent naar Fahrenheit, dwalen onze gedachten af naar wat we vanavond gaan koken, proberen we ons ervan te vergewissen dat we niets tussen onze tanden hebben zitten, of we kijken naar de kont van een voorbijganger. De zaken die ik niet interessant vind, kan ik dan ook niet of nauwelijks. Wiskunde heb ik moeten laten vallen, klokkijken kon ik pas op mijn dertiende (waarom staan die wijzers niet gewoon keurig op bepaalde cijfers?) en waarom spreken we niet van links, rechts, rechtdoor of naar beneden, maar van West, Oost, Noord en Zuid? Met name deze laatste lacune in mijn ontwikkeling wreekt zich in de Verenigde Staten waar men alles het liefst aanduidt met windrichtingen: “neem de ingang aan de westerzijde”.

Ik vraag me af of ik in dit huidige kabinet kans had gemaakt op een ministerpost. Ik denk zelf aan het Ministerie van Financiën of iets met infrastructuur. Ik heb Kunstgeschiedenis gestudeerd en dat lijkt mij de geschikte vooropleiding. Kan ik lekker ten oosten of westen van het land een nieuwe snelweg laten aanleggen. Maar kan iemand mij vertellen of die Noord/Zuidlijn in Amsterdam nu van boven naar beneden of van links naar rechts loopt? In financiën ben ik trouwens ook echt heel goed: ik kan al jaren pinnen en geld over de balk smijten als de beste. Iedereen die mij kent kan bevestigen dat er niets op mijn hoofdrekenen valt af te dingen. Mark (ik mag toch wel Mark zeggen?), ik zie je reactie graag tegemoet en hoop dat dit alles aanleiding vormt mij uit te nodigen op gesprek zodat ik me nader aan je kan voorstellen (mag wel tutoyeren toch?). Voor alle duidelijkheid: tutoyeren betekent jij-zeggen. Ik weet niet waarom ze daar tegenwoordig zulke dure woorden voor gebruiken.

Voordat ik in je kabinet plaatsneem moeten me er wel een paar kleine dingetjes van het hart. Maak je niet druk: ik zal Jip-en-janneke taal bezigen ( dat is een ander woord voor gebruiken) en het niet al te ingewikkeld maken. Ik wil alleen zo graag van je weten waarom de politiek al jaren zo’n minachting voelt voor cultuur. En Mark, jouw partij van Vrijheid en Democratie, vertoont hier helemaal een sterk staaltje van. Waarom steekt het je zo dat 0,4 procent van de 250 miljoen euro die we uitgeven aan subsidiëring van maatschappelijke activiteiten naar de kunst gaat? Waarom heb je in vredesnaam een man tot staatssecretaris van cultuur benoemd die ook naar eigen zeggen een oelewapper is? Onze Halbe: “Kunst is smaak, je moet er blij van worden, het moet je energie geven”. Hij is geen kunstkenner en vindt dat niet erg omdat dit eerder een voordeel is dan een nadeel wanneer er zoveel bezuinigd moet worden. Lekker onpartijdig, zo zonder voorkeuren. Sinds wanneer? Sinds wanneer laten we ons liever opereren door een chirurg zonder afgeronde medicijnenopleiding omdat dat been er tóch af moet?

Al in 2006 schreef jullie fractievoorzitter Stef Blok, die Bedrijfskunde heeft gestudeerd, dat het maar eens afgelopen moest zijn met het subsidiëren van kunst. Ook Halbe Zijlstra lijkt een hekel te hebben aan kunst en met name aan gesubsidieerde kunst. Je had Halbe niet gelukkiger kunnen maken dan met de mededeling dat hij de stekker uit bepaalde in zijn ogen toch waardeloze culturele instellingen mocht trekken. 200 miljoen bezuinigen op al die zaken die hij toch niet snapt is als een jongensdroom die eindelijk uitkomt. Hij beseft  “dat er pijn in zit” en dan lacht hij dat misselijke besmuikte lachje en verklaart dat hij liever naar de Efteling gaat dan dat hij naar die oude “plaatjes” in het Rijksmuseum kijkt. Dat is toch immers niet meer van deze tijd. Halbe is als een arts die het liefst alleen maar slechtnieuwsgesprekken voert.

Mark, Stef, Halbe, ik denk dat het niet onverstandig is om jullie beter te laten voorlichten voordat jullie dingen roepen die zelfs voor Geert te kort door de bocht zouden zijn. Jullie noemen de Verenigde Staten zo graag als voorbeeld voor bepaalde beslissingen in jullie beleid. Zo schrijft Stef dat “New York niet het Mekka van de schilderkunst is geworden dankzij de genereuze overheid”. Vernieuwing in de kunst is met andere woorden niet afhankelijk van overheidssteun. Helaas vergeet hij daarbij twee dingen. Kunstenaars als Mark Rothko en Jackson Pollock (ik neem aan dat hij het over deze generatie kunstenaars heeft wanneer hij spreekt over de bloeiende New Yorkse art scene) werden wel degelijk financieel gesteund door de overheid, namelijk door het Federal Art Project. Dit project was een onderdeel van het veel grotere Works Progress Administration, door President Roosevelt geïnitieerd om Amerika en zijn kunstenaars door de crisisjaren heen te helpen. Het project maakte geen onderscheid tussen abstracte en figuratieve kunst. In een periode waarin abstracte kunst nog niet zo breed werd geapprecieerd en verkocht, zorgde de overheid voor een vast inkomen voor deze kunstenaars en stond deze overheidssteun aan de wieg van hun succes.

Ten tweede, is de samenleving in de Verenigde Staten volstrekt anders georganiseerd dan in Nederland. Amerikanen betalen namelijk nauwelijks belasting en de rijken bepalen zodoende zelf waar hun geld heengaat. De rijken doen hier niets liever dan het financieren van een nieuwe vleugel in een museum of het bekostigen van een leerstoel aan een universiteit. Deze schenkingen betekenen prestige en bovendien zijn giften tot 1 miljoen dollar per jaar belastingaftrekbaar. Stef, heb je je nooit afgevraagd hoe het toch komt dat elk Amerikaans boerengehucht zo’n goede concertzaal heeft? Zo’n systeem kun je natuurlijk ook in Nederland introduceren. Als je rijke Nederlanders niet langer 52% belasting laat betalen (waarover mensen als Halbe dan beslissingen mogen nemen) dan geef ik je op een briefje dat ook de Nederlandse elite massaal aan het cultureel doneren zal slaan. Geen rijk mens zal het nog in zijn hoofd halen om te investeren in het openbaar onderwijs van Oosterwolde wanneer hij van datzelfde geld een toneelgezelschap van zijn naam kan voorzien. Halbe, je kansen op een baan in de politiek zouden in zo’n scenario zo goed als verkeken zijn. Ik zal je dat nog eens uitgebreider uitleggen. Het onderwijssysteem is hier namelijk ook helemaal anders en na alles wat ik over je gelezen heb, lijkt het me voor jou niet haalbaar om hier een dergelijk "succes" te oogsten.

Mark, lieverd, nogmaals: ik houd me aanbevolen. Het is nog niet te laat om het tij te keren. Je hoeft nog niet als minkukel de geschiedenisboeken in. Echt niet, maar wacht niet te lang.

Speciaal voor jullie heren politici heb ik een recept uitgekozen uit mijn allereerste kookboek. Het zijn “Toverpaddestoelen” en ze zijn niet al te moeilijk om te maken. Bij uitzondering voeg ik een afbeelding van het eindresultaat toe. Ik weet immers hoe dol Halbe is op “plaatjes”. 

Voor vier personen:

200 ml slagroom
2 bananen
4 halve perziken uit blik
1 el chocolade-hagelslag

Schep de slagroom op een bord. Strijk de room op het bord uit. Pel de bananen en snijd ze in vier stukjes. Snijd de punten er af. Zet de stukjes banaan rechtop in de room. Zet de halve perziken boven op de stukken banaan. Strooi er nu de chocolade-hagelslag over. 

donderdag 9 juni 2011

Gebakken lucht

Ik zal het maar eerlijk opbiechten: deze blog is met moeite van de grond gekomen. Ik heb me weer eens overgegeven aan een oude valkuil. Eentje waar ik telkens weer in val en waar ik moeilijk uit omhoog kan kruipen. Ik heb het over mijn verslaving aan Amerikaanse televisieseries. Nu kun je zelfs in intellectuele kringen zonder schroom verkondigen hoezeer je weer hebt genoten van het vierde seizoen van Mad Men, maar het is veel moeilijker met evenveel verve te verdedigen dat je het ook bij seizoen 8 van Grey’s Anatomy absoluut niet droog kon houden. Het helpt heus niet dat schrijvers als Conny Palmen hebben bekend verslaafd te zijn aan As the World Turns. Ook ik heb die soap tien jaar gevolgd maar onderwijl was ik niet mijn zevende boek aan het schrijven. Voor haar is de soapserie als een moeder die haar een verhaaltje voorleest. Ik heb een schare moeders nodig om aan mijn dagelijkse portie drama te komen. Het televisiegenre dat met kop en schouders boven alle andere uitsteekt is de ziekenhuisserie, gevolgd door de advocaten-tegen-de-klippen-op drama’s.

De wonderbaarlijke wederopstanding van een langdurig comateus patient in de hitserie Medisch Centrum West - minuten vóórdat de stekker eruit werd getrokken -  heeft mijn liefde voor de ziekenhuisserie voor eeuwig bestendigd. Godzijdank is de kwaliteit van ziekenhuisseries er sindsdien wel op vooruit gegaan. Ik had overigens ook best dokter willen worden, ware het niet dat ik gruwel van alles wat het menselijk lichaam uitscheidt. Als patienten mij zouden kunnen beloven zich te gedragen en al hun lichaamssappen bij zich zouden houden, dan sluit ik een omscholing niet uit.

Het is een gevleugelde uitspraak geworden om te zeggen dat je “al kunt huilen bij het testbeeld”: ik snotter om alles wat mijn geliefde personages in hun fictieve levens meemaken. Vaak kun je al van mijlenver aan zien komen wat er in zo’n aflevering gaat gebeuren. Het maakt me niet uit. Sterker nog, het zou weleens kunnen bijdragen aan een extra stormvloed van tranen. Zoals wanneer de enige chirurg zonder het uiterlijk van een Don Juan maar wel met een prikkelbaar karakter opeens lieve kleine kwetsbaarheden blijkt te hebben die hij plots met een enkeling deelt. Of wanneer blijkt dat de bloedmooie jonge arts zo afstandelijk doet omdat hij bang is vanwege zijn prachtigheid niet serieus te worden genomen. Alle doktoren belanden uiteindelijk ooit zelf als lijdend object op de operatietafel. En ondanks kleine overlevingskansen redden ze het gelukkig allemaal. Tranen met tuiten.

Wie denkt er nu niet aan de candirú wanneer hij een man met vreselijke pijn aan zijn blaas in een ziekenhuisbed ziet liggen? Het is dat kleine visje uit de Amazone dat, wanneer zo’n arme ziel in de rivier plast, door de urinebuis zijn weg omhoog vindt en het lichaam van zo’n man penetreert. Wanneer een kind lijdt aan allerlei onverklaarbare medische klachten dan weet ik eerder dan de doktoren dat het Munchausen by proxy is: een syndroom waarbij het kind opzettelijk ziek wordt gemaakt door meestal de moeder om aandacht van de doktoren te krijgen. IVF zorgt er voor dat vrouwen vierlingen krijgen met allerhande complicaties, Siamese tweelingen willen na jaren eindelijk worden gescheiden omdat één van hen verliefd is geworden en het gebrek aan privacy nu wat nijpend wordt (niet iedereen is immers meteen in voor een trio). Jarenlang televisiekijken heeft mij een medisch specialist gemaakt. Bovendien weet ik inmiddels ook hoe ik als gearriveerd chirurg een lekkere jonge co-assistent aan de haak kan slaan. Ik zie heus carrièremogelijkheden.

Ik hoop niet dat dit allemaal zwaar overdreven is en het er in een echt ziekenhuis heel anders aan toe gaat. Ze doen het toch wel allemaal in de linnenkast? Keer op keer zie ik dat ze daar betere dokters van worden. Mocht het gebakken lucht wezen, laat het dan smakelijke zijn: een chocoladepavlova met slagroom en frambozen. Een heel lekker toetje voor tijdens een nog sappiger soap. 

Voor zes tot acht personen: 

6 eiwitten
200 gram fijne suiker
3 el ongezoet cacaopoeder (gezeefd)
1 tl balsamico of rode wijnazijn
60 gram fijngehakte donkere chocolade (de 70% chocolade)

Voor de topping:
bakje slagroom
1 grote doos frambozen
2-3 el grofgeschaafde chocolade

Verwarm de oven voor op 180 graden celsius. Bedek een bakplaat met bakpapier. Een goede tip: bakpapier is veel makkelijker te hanteren wanneer je het eerst natmaakt. Houd het bakpapier even onder de kraan, knijp het uit en je kunt het vervolgens in elke gewenste vorm "vouwen". Mix de eiwitten stijf. Je moet er pieken van kunnen vormen. Dit lukt niet in een vette schaal. Zorg dat je schaal absoluut vetvrij is. Ook zorgvuldig zijn met het eieren scheiden. Een beetje eigeel bij het eiwit en het stijfkloppen wordt al een stuk lastiger! Mix er dan de suiker bij, lepel voor lepel totdat de merengue stijf en glanzend is. Sprenkel er de cacao, azijn en de fijngehakte donkere chocolade bij. Roer het allemaal goed door elkaar. Leg dit mengsel als in formaat van een taart op het beklede bakblik. Plaats de schuimtaart in de oven en verlaag de temperatuur tot 150 graden. Laat een uur tot een uur en een kwartier in de oven staan. De taart moet dan droog zijn maar wel nog een beetje meegeven onder je vingers. Zet de oven uit en laat de chocolademerengue compleet afkoelen. 
Als je klaar bent om de pavlova te eten dan schuif je hem op een mooi bord. Je klopt de slagroom stijf. Gebruik zo min mogelijk of geen suiker; de merengue is zoet genoeg. Doe de slagroom op de merengue, leg de frambozen erop en schaaf er wat grove chocoladesnippers over. 





donderdag 2 juni 2011

Ergernissen 1


Het was vroeg in de ochtend en er klonk een hysterisch geschreeuw op straat. Als je in New Haven woont dan kijk je daar niet snel meer van op. Dit keer werd het geschreeuw echter niet onderbroken door een luid “Put your hands behind your back”. Nee, dit gekrijs duurde voort. Het was een vrouw die stennis schopte. En er was niemand die haar blèren beantwoordde. Geen politie in de buurt. Mijn sensatiezucht won het van mijn volwassenheid en ik besloot op het balkon een kijkje te gaan nemen. Poes Elisabeth stond daar al en was zo nieuwsgierig dat ze haar lijfje tot voorbij haar schoudertjes door de spijlen van het balkon had geworsteld. Het geschreeuw kwam uit één vrouw. Op niet mis te verstane wijze liet zij een voorbijganger weten niet gecharmeerd te zijn van de aandacht die hij had voor haar kont. Ze beëindigde haar betoog met nog een aantal forse schuttingwoorden, draaide zich om en vervolgde haar weg. De man keek nog een keer naar haar derrière en liep, wijselijk, de andere kant op. Ik bleef, samen met de poes, achter op het balkon. Ook wij gaven onze ogen nog een laatste maal de kost. Het was eerlijk gezegd een batterij waar je niet bepaald omheen kon. Bovendien was haar bips gestoken in een broek die weinig te raden overliet. Haar ergernis was echter vast gelegitimeerd. Ergernis is eigenlijk altijd legitiem, helemaal als deze op een zo amusante wijze wordt geuit.

Of het nu komt omdat we de lente hebben overgeslagen en we nu opeens in tropische temperaturen verkeren, ik weet het niet maar ik erger me aan alles. Misschien nog wel het meest aan het feit dat New Haven niet Amsterdam is. Amerikanen hebben vaak een volstrekt ander gevoel voor gezelligheid dan ik. Ik kan dit weekend naar een Aardbeienfestival in Orange. Onbeperkt zomerkoninkjes eten, begeleid met levende muziek en spelletjes voor de kinderen. In Amsterdam had ik naar het Weekend van de Rollende Keukens in het Westerpark gekund. Het hele Westergasfabriekterrein vol culinaire brandweerwagens en zwingende cocktailcampers. Ongetwijfeld met allemaal mooie en goedgeklede jonge mensen. In Orange kan ik rekenen op gebleekte afgeknipte spijkerbroeken en veel te luid gejoel. Ik houd best van kneuterigheid en ik ben dol op aardbeien maar genoeg is genoeg. De Amerikaanse gezelligheid doet me vaak denken aan een liedje van Maarten van Roozendaal. Je wilt er bijna geld voor betalen om er geen deelgenoot van te hoeven zijn. Gezelligheid als het toppunt van gruwelijkheid. Hij noemt een aantal treffende voorbeelden: een zelfgeschreven lied op een bestaande melodie, een limerick, bowlen met collega’s aan het einde van de week, een laaf en funcondooms met aardbeiensmaak (die zal ik in Orange wel niet aantreffen). Liever in Amsterdam bowlen met collega’s dan nog één keer een barbecue met lui die allemaal vinden dat DSK zonder proces in de diepste cel van Rykers Island kan worden gegooid, de sleutel kan worden weggeworpen en hij daar de komende 30 jaar mag wegrotten. Als hij het kamermeisje echt heeft gemolesteerd, dan moet hij worden bestraft maar zullen we vóór die tijd nog maar even onze mond houden? Laat iemand hier alsjeblieft eens ongepast aan mijn kont zitten of ernaar kijken! Al die correctheid komt me mijn neus uit. Krijgt mijn kont werkelijk alleen maar aandacht wanneer ik er één kweek van meer Amerikaanse afmetingen?

En nog iets: wat is dat toch met Amerikanen dat ze zo luid met hun kauwgom smakken? Denken ze dat de frisheid beter tot hun adem doordringt wanneer ze als koeien kauwen en herkauwen en, bij gelegenheid, een belletje wegknappen? Je kunt de route van het kauwgompje volgen in de open mond. Ik kan je vertellen dat dit net zomin werkt als een rij sneller laten gaan door zo dicht mogelijk bij elkaar te gaan staan en zoveel mogelijk “aan te sluiten”. Dat enthousiaste naar voren schuiven laat de cassière echt niet harder werken. De efficiëntie is hier überhaupt niet zo groot. Mensen beginnen hier veel vroeger met werken, stoppen veel later en werken door op zaterdag en nooit komt hier iets af. Ooit in een fastfoodrestaurant geweest voor een kop koffie en minder dan een half uur hoeven wachten?

Met Moeder- en Vaderdag pakt men hier groots uit. Bloemen, cadeaus en brunchen met de kinderen. Al weken word ik via e-mail bestookt door allerhande winkeliers die mij Vaderdaggeschenken aanraden. Ik ben hier net zo weinig in geïnteresseerd als in “enlargement of my manhood”. Ik wil er helemaal geen centimeters bij. Ik vertelde aan een Amerikaanse vriend dat ik mijn hele basisschooltijd asbakken heb gekleid ter gelegenheid van dit soort dagen. Wij deden dit allemaal in de jaren tachtig. Hij kon het amper geloven. Zijn verwondering bereikte een hoogtepunt toen ik hem meedeelde dat we onze kindervingertjes gebruikten om in de randen van de door ons gefabriceerde bakjes de gleuven te drukken waar je je sigaret in kunt leggen. Ik kon mezelf nauwelijks bedwingen te vermelden dat we hierbij als achtjarigen ook zelf een sigaret ter hand namen om het product uit te testen. Zouden ze hier denken dat je ouders aanzet tot roken door een asbak te kleien? Het zou mij niets verbazen. En ook dat ergert me.

Als jij ook in een slecht humeur verkeert en je geen zin hebt om te koken:

Koop lekkere aardbeien (al dan niet in Orange, Connecticut), was ze en haal er daarna pas de kroontjes vanaf. Je wilt namelijk niet dat de aardbeien waterig worden. Halveer de vruchten en sprenkel er wat lekkere oude stroperige balsamico-azijn over. Als dit nog niet genoeg troost biedt, dan kun je er best nog een beetje suiker overheen sprenkelen. En een dikke reep chocolade is dan ook geen slecht idee.