Posts tonen met het label aubergines. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aubergines. Alle posts tonen

donderdag 5 april 2012

Het roze olifantje

Mijn dochter is nu twaalf weken oud en ze heeft het verhaal inmiddels twee keer gehoord. Af en toe hoor ik een boer of wat gereutel in de luier maar over het algemeen let ze goed op. Dat is belangrijk. En mijn dochter biedt altijd een luisterend oor voor belangrijke zaken. “Het roze olifantje,” uitgegeven in 1981 door Feministische Uitgeverij Sara werd mij ook talloze keren voorgelezen maar ik vrees dat ik vooral naar de mooie plaatjes keek. Waarschijnlijk ben ik daarom nu een kunsthistoricus die zonder werkvergunning met Echtgenoot in Amerika woont en de hele dag taartjes en broden bakt (en die helaas nog opeet ook), nooit iets afmaakt maar wel met gemak vier oude afleveringen van The Guardian zit weg te tikken.

Het verhaal gaat over een olifantje dat ondanks het feit dat ze de hele dag anemonen en pioenrozen eet maar niet roze wilde worden zoals alle andere damesolifanten. De meisjesolifanten in Olifantenland hadden allemaal stralende ogen en een huid zo roze als een zuurstok. Dat kwam door de exclusieve consumptie van die bloemen. Niet dat die bloemen nu zo lekker smaakten, maar als je niet zuurstokroze werd dan zou er niemand met je willen trouwen. Terwijl de jongensolifanten, die allemaal olifantengrijs waren, lekker groen gras aten en door de modder rolden, keken de meisjesolifanten vanaf een omheinde tuin toe. In de hoop dat hun huid snel roze zou worden kregen alle meisjesolifanten meteen zuurstokroze sokjes aan, een roze kraag om en een roze lint om het puntje van hun staart. Eén olifant kon echter maar niet roze worden (tot verdriet van haar moeder en razernij van haar vader). Het meisje, Olivia, at nog meer anemonen en pioenrozen om haar ouders geen verdriet te doen maar werd steeds grijzer en grijzer. De tijd verstreek en de ouders van Olivia gaven de hoop op. Olivia werd eindelijk met rust gelaten. Dolblij klom het olifantje over het hek, schopte haar zuurstokroze outfit uit en plonsde vrolijk door de modder. Tot verbazing, verontwaardiging en tenslotte jaloezie van de andere meisjesolifanten die achter het hek naar haar stonden te kijken. Op dag vijf breekt de dapperste der meisjesolifanten echter los, gevolgd door de andere dames, sokjes, kragen en lintjes in een hoop achterlatend, om zich bij Olivia te voegen. Na het proeven van het groene gras en het zorgeloze spelen in het water, wilde niet één meisjesolifant ooit nog roze sokjes dragen of pioenrozen en anemonen eten. Vanaf dat moment zijn alle olifanten gewoon olifantengrijs. En kun je bijna geen verschil meer zien tussen de jongetjes en de meisjes.

Vanaf dat moment mogen vrouwen hun eigen vuilnis buiten zetten. We mogen zelfs alle vuilnis van iedereen buiten zetten. Vanaf dat moment mogen wij staan in de metro terwijl mannen vechtend de laatste beschikbare stoel weten te bemachtigen. Wij mógen niet eens meer zitten in de metro. Zelfs zwanger worden we opzij geduwd door fitte twintigjarige gastjes. Zo is dat roze olifantje echt niet bedoeld hoor!

Aan de oostkust van Amerika zijn vrouwen zo geëmancipeerd dat ze graag zelf hun loeizware koffers sjouwen en worden ze gelukkig wanneer een man een deur voor hun neus dichtsmijt. Sterker nog, ze worden diepongelukkig van een man die de deur voor hen openhoudt. Emancipatie houdt blijkbaar een totale afbreuk van het fatsoen in. Ik wil graag groen gras eten en mijn zuurstokroze kraagje aan de wilgen hangen maar moet dit ook betekenen dat de man niet langer galant is? Emancipatie lijkt op die manier een goede truc van mannen. Wij willen best net als de jongensolifanten door de modder rollen maar dat betekent niet dat die modder in ons gezicht mag worden gesmeten. Dit gaat niet meer om een streven naar gelijkheid maar om een ontkenning van onze door mij zeer gewaardeerde verschillen. Kunnen wij alsjeblieft weer een beetje terug naar De Heer. De heer die een shawl over je schouders drapeert, die je zijn jas aanbiedt wanneer je het koud hebt, die de deur voor je openhoudt en die je sigaret aansteekt. Het liefst zie ik hem in een mooi pak met een hoed. Het liefst hoor ik hem zeggen dat alles goed komt.
Vrouw zijn zonder zuurstokroze uniform maar mét de geneugten van groen gras. Dan kunnen wij weer gewoon zitten in de metro.

Voor vandaag wil ik een gerecht van Yotam Ottolenghi onder de aandacht brengen omdat het me zo verrast heeft. Het gaat hier om de sobanoedels met aubergine en mango. Een voor mij in eerste instantie volstrekt onaantrekkelijke combinatie die extreem lekker bleek te zijn. Maken dus!

Hiervoor heb je nodig:
voor twee personen als hoofdgerecht of voor zes personen als licht voorgerecht:
1 ¼ dl rijstazijn
40 gr kristalsuiker
½ tl zout
2 tenen knoflook, fijngehakt
½ verse rode chilipeper, zonder de zaadjes fijngehakt
1 tl geroosterde sesamolie
geraspte schil en sap van 1 limoen
2 ¼ dl zonnebloemolie
2 aubergines, in blokjes van 2 centimeter
250 gr sobanoedels (boekweitnoedels)
1 grote rijpe mango, in blokjes van 1 cm
40 gr basilicumblad, fijngesnipperd
40 gr korianderblad, fijngesneden
½ rode ui, in flinterdunne ringen

Maak eerst de dressing. Verwarm in een steelpan de azijn met de suiker en het zout 1 minuut tot de suiker net is opgelost. Neem de pan van het vuur en voeg de knoflook, chilipeper en sesamolie toe. Laat de dressing afkoelen en roer er de limoensap en –rasp door.

Verhit de zonnebloemolie in een grote pan en bak de aubergineblokjes in drie of vier porties. Schep ze als ze goudbruin zijn in een zeef, bestrooi ze royaal met zout en laat ze uitlekken.
Kook de noedels in ruim kokend water met zout en roer af en toe. Ze zijn in 5-8 minuten beetgaar. Giet ze af, spoel ze onder de koude kraan, schud er zoveel mogelijk water af en dep ze in een theedoek droog.

Vermeng de noedels in een schaal met de dressing, de mango, de aubergine, de helft van de kruiden en de ui. Je kunt hem nu 1-2 uur opzij zetten. Vlak voor het opdienen schep je er dan de rest van de kruiden door. Ik heb direct alle kruiden door de salade geschept en hem meteen opgegeten.

donderdag 22 december 2011

Bananenrepubliek 2

Op donderdagochtend 15 december was Suzanne Hart nietsvermoedend op weg naar haar werk aan Madison Avenue in New York. Ze wilde in de lift stappen en haar voet raakte per ongeluk verstrikt tussen de lift en de verdieping. Terwijl de liftdeuren nog openstonden, werd ze omhoog gesleurd en dood gedrukt tussen twee verdiepingen. In juni was de lift nog geïnspecteerd en was er niets mee aan de hand gebleken. Suzanne was 41 jaar oud.

Dit was vast een verschrikkelijk ongeluk dat overal had kunnen gebeuren maar het gebeurt in Amerika en dat verbaast me niets. Met verwondering en afgrijzen moeten Echtgenoot en ik keer op keer toezien hoe moeilijk het in Amerika blijkt te zijn om dingen op een goede manier te laten repareren. Eigenlijk kan ik wel zeggen: om dingen hier op een goede manier te regelen. Zo bleek één van de deuren in ons New Yorkse Upper West Side appartement niet langer open te kunnen omdat de schilders zoveel verf hadden gebruikt dat ze de deur letterlijk hadden dichtgeschilderd. Regelmatig moest het hele keukenplafond weer worden verwijderd vanwege lekkage en wij liepen meerdere keren per week met al onze boodschappen tien verdiepingen omhoog omdat de lift weer eens defect was. Hier zul je mij nooit meer over horen klagen. In New Haven lijkt het allemaal nog veel slechter gesteld te zijn. Ik zweer het U: als Amerika niet zo groot was geweest en er niet zoveel mensen hadden gewoond dan was dit land nooit een wereldmacht geworden. Het zou mij niet verbazen als zou blijken dat ook het Witte Huis kampt met lekkende kranen, doorgezakte bestekbakken en wc’s die niet goed doorspoelen. Michelle en Barack zullen net als Echtgenoot en ik wel overal diepvriesbakjes onder de gootstenen hebben staan om de lekkages op te vangen.

Even van een totaal andere orde. Wist U dat de meeste Amerikanen het internetbankieren nog niet hebben uitgevonden? Echtgenoot krijgt nog steeds betaald per cheque. Een cheque die wij dan moeten cashen bij de bank. Ik meen dit serieus. Ook de huur maken wij per cheque over. Allemaal handgeschreven. Soms krijgen wij een boze e-mail (e-mail is een paar jaar geleden tot deze contreien doorgedrongen) omdat de huur niet op tijd zou zijn betaald. Daar is nooit iets van waar. Die cheques verschijnen dan opeens wonderbaarlijk drie maanden later bij ontvanger. Ik heb U al eens verteld over het functioneren van de posterijen dus dit is niets nieuws.

Op yoga moet je goed opletten. De airconditioning/verwarmingsinstallatie is zo afgesteld dat je hem op “cold” moet zetten als je de ruimte wilt verwarmen en je moet “warm” gebruiken als je stikt van de hitte. Dat is werkelijk van een fantastische logica. Mocht U dus vernikkelen van de kou in een Connecticutse yoga-studio vergeet dan niet de verwarming op “extra cold” te zetten.
Je kunt waarschijnlijk ook niet anders verwachten van een land waar je zo vaak technische problemen ondervindt. Zo zit je hier regelmatig zonder vaste telefoonlijn of internet omdat alle kabels boven de grond hangen zodat er bij de minste of geringste wind een tak op valt die je contact met de buitenwereld weer voor een week verbreekt. Dat drijft een natie natuurlijk ook tot de rand van de waanzin.

Overigens hoef je niet te verwachten ergens met je klachten naartoe te kunnen. Maakt je toilet nog steeds het geluid van een oude zuchtende man wanneer je doortrekt? De loodgieter heeft een 98% tevredenheidsgarantie. Pech gehad als je tot die twee procent behoort. Russell doet zijn werk altijd goed, bijna iedereen is altijd tevreden en dus het ligt vast aan de wc. Daar valt nu eenmaal niets aan te doen.

Huisbazen mogen zonder jouw toestemming gewoon je huis in. Sta je onder de douche: soit! Heb je bezoek: pech gehad. Ben je acht maanden zwanger en heb je geen zin in een invasie van werklui: had je maar eerder moeten bedenken. Vind je bouwgruis in je net gedecoreerde kerstboom toch minder geslaagd dan engelenhaar: leef er maar mee.

Voor vandaag heb ik een auberginelasagne in de aanbieding die razendsnel een plek in ons vaste repertoire heeft ingenomen. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat aubergines eigenlijk bedoeld zijn om zonder schil te eten (denk aan baba ghanoush!) of ze moeten lekker lang gemarineerd worden en met geduld gaar gegrild. Bij dit gerecht stoom je de aubergines boven een pan kokend water en lepel je het vruchtvlees eruit. Echtgenoot en ik vinden het zo zalig dat we dit gerecht, bedoeld als hoofdgerecht voor zes personen, met zijn tweeën opeten. Nu moet ik er wellicht wel bij vermelden dat ik nogal een veelvraat ben.

3 aubergines
3 tenen knoflook, gepeld, in plakjes
paar takjes verse tijm, blaadjes geplukt
1 gedroogd rood pepertje, verkruimeld
8 el olijfolie en wat extra voor het besprenkelen
2 blikken pruimtomaten van 400 gram
kleine klont boter
scheutje balsamico-azijn
bosje verse basilicum, blaadjes geplukt, steeltjes gehakt
200 gr Goudse kaas of cheddar, geraspt
3 flinke handenvol Parmezaanse kaas
6-8 lasagnevellen (verse of gedroogde die je even voorkookt)

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Stoom de aubergines dertig minuten boven een pan kokend water (ik gebruik een wijde Creuset-pan met een stoommandje erboven), schep het vruchtvlees eruit en hak het grof. Geloof me: dit klinkt bewerkelijker dan het is! Je hebt het werkelijk zo gedaan.

Bak de aubergines, knoflook, tijm en rode peper tien minuten zachtjes in de olijfolie.

Voeg de tomaten toe, breek ze grof in stukken met een houten lepel en voeg dan de boter, balsamico, het grootste deel van de basilicumblaadjes en alle steeltjes toe. Breng aan de kook en laat tien minuten zachtjes koken tot de saus ingekookt en dik is.

Strijk een laag van de auberginesaus uit over de bodem van een grote ondiepe ovenschaal. Strooi er wat Goudse kaas en een handvol parmezaan over. Leg er een laag lasagnevellen over. Herhaal 1 of 2 keer tot de schaal vol is. Eindig met een laatste laagje Parmezaanse kaas, bestrooi met wat basilicumblaadjes en besprenkel met olijfolie.

Zet vijfentwintig tot dertig minuten in de oven tot de auberginelasagne bubbelt en goudbruin is.