Posts tonen met het label aardappelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aardappelen. Alle posts tonen

vrijdag 27 april 2012

Boontjes doppen


Paula Deen, de “southern belle” en tv-kok uit Savannah, Georgia, ontving nooit eerder zoveel reacties op een recept als op haar recept voor “English peas” dat ze op haar website plaatste. Paula – je cholesterol stijgt al als je naar haar kijkt – Deen, een aantal keer te gast bij Oprah Winfrey, bekend van het Food Network, eigenaresse van verschillende restaurants waar ze gefrituurde kip, zoete aardappelen, mac ‘n cheese en deep fried Twinkies (het Elvis-dieet zeg maar) verkoopt en oprichtster van haar eigen lifestyleblad plaatste een recept dat zelfs voor mensen die nog geen ei kunnen koken eenvoudig is. 

Hier komt ie:
“Smelt de boter in een kleine pan. Voeg de doperwten toe. Kook op middelhoog vuur totdat de erwten warm zijn”.

Onder deze woorden staat een link met een optie om het recept uit te printen. Stel je voor dat je een stap in het kookproces vergeet!

Lezers van haar website vullen het recept waar nodig aan. Sommigen zijn zo dapper zout of peper aan de erwtjes toe te voegen. Anderen vinden dat bacon op zijn plaats is. Milliebet vindt het een fantastisch recept omdat haar grootmoeder de doperwten al vijftig jaar zo klaarmaakt. Thatchedpalace was nerveus toen hij het gerecht voor het eerst klaarmaakte maar heeft het recept nu zo goed onder de knie (restaurantkwaliteit, al zegt hij het zelf) dat hij zelfs gasten durft uit te nodigen om bij hem te komen eten. Het is duidelijk een recept waar je alle kanten mee op kunt want er zijn meerdere lezers die voorstellen om een zak doperwten te kopen die geschikt is voor de magnetron en dan later de boter toe te voegen. Wil je Franse in plaats van Engelse doperwten maken dan voeg je nog wat blaadjes sla aan de pan toe, aldus smontg01. Zoiets extravagants doe je uiteraard alleen op feestdagen. ImBacon giet er graag hete thee over. De variaties zijn eindeloos: wat te denken van pattipoopidoo die de erwtjes ter gelegenheid van een barbecue aan stokjes heeft geregen en de gesmolten boter in aparte schaaltjes heeft geserveerd? Een Ierse versie? Voeg whiskey toe!

Adviezen zijn er te over. Je moet de doperwten wel uit het blik halen en het recept werkt bijvoorbeeld niet met spliterwten! Laat voor een magere variant de boter weg en voor een koolhydraatarme variant de erwtjes.

Voor de goedgeaarde Amerikaan is het echter niet altijd te volgen waarom Paula met het recept voor Engelse doperwten komt. Waarom niet gewoon Amerikaanse erwtjes? En kun je English Peas ook maken met maïs?

Dit recept heeft de culinaire wereld voor velen op zijn kop gezet. Shannon kon haar toekomstige schoonmoeder eindelijk laten zien dat ze kan koken. Wie had ooit kunnen bedenken dat doperwten en boter zo’n smakelijke combinatie konden vormen? Chapeau voor Paula Deen!

Gisteravond maakte ik een aardappelsalade met mieriksworteldressing. Zo’n salade die je zou kunnen meenemen wanneer iemand een barbecue georganiseerd heeft op het strand. Op het stránd (of vooruit park of tuin) en dus niet ergens op een balkon midden in de stad zodat alle buren hun was binnen moeten halen. Is het alweer bijna zover dat we buiten kunnen eten? Het lijkt altijd zo zalig om dit te doen totdat je achter komt dat je heerlijke eten wordt overheerst door de geur van de citronellakaarsen die je overal hebt moeten neerzetten om de muggen op afstand te houden. Afijn, die salade kan ook heel goed binnen gegeten worden. Ik at er bietjes en vis met chermoulasaus bij. Voor toe had ik een aardbeien rabarbertaart gebakken (recept volgt op Eva kookt over).

Ik ga geen exacte hoeveelheden geven voor deze salade. Maak gewoon een hoeveelheid aardappelen die voor jou acceptabel is en verzin hoeveel mieriksworteldressing je daarbij nodig hebt. De aardappelen moeten niet drijven in de saus. Bewaar de dressing die je overhoudt voor een gebraden lamskotelet of een gegrild kippetje (die ik overigens nooit meer eet). Elk soort vastkokende aardappelen is geschikt voor dit recept maar ik kocht een zak met regenboogaardappelen. Dat soort voedsel (witte radijsjes, paarse asperges!) kan ik nooit weerstaan.


Ik gebruikte:

een kilootje aardappelen, gaar gekookt en in kwarten gesneden
een halve rode ui, fijngehakt
een eetlepel witte wijnazijn
2 el zure room
2 el yoghurt
1 el Dijon mosterd
3 el mierikswortel (uit een potje mag)
2 el verse dille, fijngesneden
2 el bieslook, fijngesneden
wat zout en peper

Laat de gare aardappelen afkoelen tot kamertemperatuur. Snijd de aardappelen in kwarten. Maak dan een dressing door de overige ingrediënten in een kom te mengen. Schep de dressing over de aardappelen. Garneer de salade met nog een paar extra takjes dille. Bijna van een "Deense" eenvoud, niet? 

donderdag 15 maart 2012

Mooie dingetjes

Ik zal het maar eerlijk opbiechten. Gisteren heb ik zeventien cent verdiend aan mijn blog. Ik had Google toestemming gegeven om advertenties te plaatsen op mijn blog en mijn drie lezers genereerden een opbrengst van zeventien hele centen. Google had me vooraf niet gezegd dat ze hele lelijke advertenties op mijn pagina zouden plaatsen. Tot mijn schrik ontdekte ik gisteren drie krijsende papegaaien die een tacorestaurant aan het aanprijzen waren. Deze advertentie werd gevolgd door een reclame voor Hollywoods nieuwste afslanksensatie: afvaldruppels. Ik, die het gebruik van magere yoghurt al schuw, had nu dus zo’n enge reclame voor afslankdruppels op mijn eigenste blog pagina. Een blog dat ik met heel veel moeite heb ontworpen. Heel veel moeite omdat ik helemaal niet zo handig ben met computers. Ik bevind mij dus nu in een onmogelijke spagaat. Het eeuwige dilemma: kiezen we voor geld of voor moraal. Het is eten of gegeten worden. Kiezen tussen vorm en inhoud. Dat, en nog meer. Zeventien cent per dag is namelijk toch al snel zeven keer zeventien cent per week. Ik kan niet rekenen maar dat lijkt mij toch een behoorlijk bedrag. Kunt U zich voorstellen; 365 keer zeventien cent? Het gaat mijn voorstellingsvermogen bijna te buiten. Ik zwem spoedig in de centen. Misschien wordt het eindelijk mogelijk een it-bag aan te schaffen. Ik ruik de versgebakken appeltaart in mijn splinternieuwe AGA fornuis al. Ik zie mijzelf deze zomer al over de boulevard aan de Franse Rivièra lopen in een prachtige “Great Gatsby” jurk met die beeldige Sonia Rykiel clutch.

Het is natuurlijk moeilijk om weerstand te bieden aan de macht van de commercie. Ik wil ook weleens een Hellen van Berkel kussen kopen om op mijn Lukum bank te zitten in mijn kasjmieren huispak. Het zijn de kleine dingen die het hem doen. Ik vraag niet veel. Ik hoef niet groot te wonen: een pakhuis uitkijkend op dierentuin Artis is voor mij, Echtgenoot, dochter en poes meer dan genoeg.

Alsof de Rabobank mijn geld kon ruiken kreeg ik pardoes een e-mail met spaaropties toegestuurd, “kies de spaarvorm die bij u past”. De bank adviseert mij een budgetplanner te gebruiken om in kaart te brengen wat er binnenkomt en wat ik uitgeef. Ik ben direct op dit aanbod ingegaan. Er kwam zeventien cent binnen en ik heb het nog niet uitgegeven. Met mijn pensioenoverzicht kan ik het financiële plaatje verder aanvullen. Ik ben benieuwd. De bank lijkt in ieder geval grootse plannen te hebben.

Om mooie dingen te kopen – de wereld heeft mooie dingen nodig – moet ik dus serieus overwegen om die lelijke advertenties op mijn blog te laten staan. Als U mijn calorierijke gerechten zo vaak mogelijk klaarmaakt (en van nog een extra klont roomboter is nooit iemand slechter geworden) en vervolgens via mijn blog die Hollywood afslankdruppels bestelt dan slaan wij twee vliegen in één klap. Bank blij, ik blij, U blij. En ik beloof U, deze zomer mag U dan gerust mijn tasje even vasthouden.

Aardappelgratin lijkt mij nu bij uitstek het ultieme gerecht om wat extra calorieën binnen te krijgen. Eigenlijk heb ik geen echt recept voor aardappelgratin. Ik vul een bakblik met dungesneden schijfjes aardappel (tussen de laagjes aardappel in telkens een paar klontjes boter en wat zout) en giet vervolgens een flinke hoeveelheid slagroom over het gerecht. De truc van een lekkere aardappelgratin is vooral dat je hem lang genoeg in de oven moet laten staan. De aardappelen moeten echt botergaar zijn. Wanneer dit niet het geval is is de gratin niet lekker. Ik doe de aardappelen rauw in de oven dus meestal staat de gratin er wel een uur en kwartier in. Nigella Lawson ondervangt die lange oventijd door de aardappelen in schijfjes alvast te koken. Het gerecht hoeft dan nog maar een kwartier in de oven. U brengt dan twee kilo geschilde en in schijfjes gesneden aardappelen aan de kook in een liter slagroom, een hele gepelde ui, twee gehakte tenen knoflook en zout. U laat deze zachtjes koken tot ze gaar zijn en brengt ze over in een ingevette braadslee. Vis de ui er eerst wel even tussen uit. Leg er nog een paar stukjes boter op en laat de gratin een kwartier in de oven staan tot hij bubbelt en een bruin korstje heeft (de oventemperatuur is 240 graden Celsius).

vrijdag 12 augustus 2011

Nederlanders in den vreemde


Florence, een warme dag in juli. Op Piazza Santissima Annunziata arriveerde een vrouw. Korte broek, stevige fietserskuiten. Een aanzienlijke hoeveelheid muggenbulten (ont-)sierden haar benen. Met haar handen in haar rug stond ze over het plein te kijken. Toen haar reisgenoten zich bij haar voegden, peinsde ze met een onvervalste Leidse tongval: “Plaza Mayor”. De vrouw was met drie andere mannen met vakantie in Toscane. Ik vermoed dat ze ergens buiten de stad op de camping stonden en voor een dagje naar Florence waren gekomen. Met een reisgidsje in de hand liep de groep van de ene naar de andere bezienswaardigheid. Blijkbaar deed het plein haar denken aan eerdere Spaanse avonturen. Het plein kan haar goedkeuring wegdragen: “Dat is mooi met die zuiltjes”. Één van haar vrienden leest in het boekje dat er een archeologisch museum op het plein staat. Dit klopt niet maar Echtgenoot en ik houden onze mond en luisteren geamuseerd verder. Ze hebben het plein bereikt maar weten niet goed wat ze ermee aanmoeten. Eigenlijk zijn ze op zoek naar een “wijkje waar je lekker doorheen kunt lopen”. “Ja, nou, niet te ver. Iets drinken gaat er ook wel in”. Op de Loggia dei Servi di Maria ontwaart het gezelschap de letter S. “Sint” weet de één, “San” verbetert de ander. “Precies, Sint dus”. Aan de andere kant ligt de Spedale degli Innocenti. Een belangrijk voorbeeld van vroege Renaissance architectuur ontworpen door Brunelleschi. Tot 1875 was dit een weeshuis. Je kunt nog steeds de deur zien waarachter je je kind te vondeling kon leggen. Op de façade prijken medaillons in blauw terracotta met reliëfs van baby’s. De vrouw van het gezelschap ontwaart de baby’s. Ze zegt: “kijk, wat apart die baby’s”. Niemand reageert. Naar de reden voor de aanwezigheid van die kindjes wordt niet gevraagd, verder onderzoek wordt niet verricht.  Als ze iets verder het plein op waren gelopen hadden ze alle informatie op borden kunnen lezen. De groep blijft echter in de schaduw, op de oninteressantste hoek van het plein staan.. Een zucht, de groep trekt verder. Door de Via dei Servi. “Hé, de Servische wijk”. “Pas op, ze gaan schieten”. “Sluipschutters”. “Snipers”. Een zacht gegrinnik volgt.

Die Servieten waren natuurlijk ook griezels, enge missionarissen en ander gespuis. Dat hebben die Nederlanders goed gezien.

Urbino, een week later. Vader, moeder en twee kinderen. De jongen is een jaar of negen, het meisje is veertien en heeft besloten haar ouders te haten. Voor de zoveelste keer deze vakantie is de moeder iets kwijt. Verwoed is ze in haar “handige” reisrugzak aan het zoeken. Het meisje verzucht dat het “echt waar is dat een mens zeker een derde van zijn leven aan het wachten is”. Geërgerd loopt ze alvast een paar passen vooruit. Onderwijl passeert een jong Nederlands stel. De vrouw is enthousiast en van plan de zoveelste kerk in te lopen. De man belet haar: “Jezus, ik word nog doodgegooid met ouwe beelden!”

Tussen Fermignano en San Vincenzio, in een agriturismo. Oostenrijkers dit keer: “Nein, ‘colazione’ ist Frühstuck!” “Aber was mussen wir jetzt essen dann?” “Könnst du das fragen?” “Mangiare hier?” Antwoord: “Si, colazione domani” (“Ja, morgen ontbijt”).

Agriturismo, locatie zwembad. Er ligt een man in het zwembad, dat we na vijf dagen privégebruik, waren gaan beschouwen als het onze. Wat krijgen we nou? Dit hadden we toch zeker niet afgesproken? De man ligt in een hoek van het water. Zijn borsthaar is boven komen drijven. Hij doet iets engs met zijn neus. De tijd die hij in het zwembad doorbrengt lijkt eindeloos en ik peins er niet over om me bij hem te scharen. Ik zweet me dood in mijn strandstoel. Vakantie valt soms niet mee. Wanneer hij eindelijk het water uitstapt, lijkt hij last te hebben van een rare blessure. Wellicht van dat harde zwemmen. Hij krabt namelijk onophoudelijk in zijn kruis. Hij schraapt zijn keel zoals alleen een man kan doen. Hij verzacht al zijn leed door het roken van vier sigaretten in twintig minuten. Niets lekkerders dan roken na het sporten.

Wanneer de pasta je een maand lang om de oren vliegt, wordt het tijd voor nasi, haring of aardappelen: 

Rösti

Voor 2 personen 

1 kilo aardappelen
50 gr. roomboter
zout en peper 

Was de aardappelen in de schil zorgvuldig en kook deze circa vijf minuten in een pan met ruim water. Spoel ze onder koud water af. Pel de aardappelen en schaaf ze met een grove rasp in reepjes. Verhit 25 gram roomboter in een koekenpan. Voeg de aardappelreepjes toe en spreid de reepjes uit over de pan alsof je een pannenkoek bakt. Druk de reepjes goed aan. Het moet een dikke aardappelkoek worden. Strooi er zout en peper over en bak op matig vuur ongeveer tien minuten totdat je kunt vermoeden dat de onderkant goudbruin en bijna gaar is. Draai de aardappelkoek om. Dit doe je het handigst door de koek een beetje los van de bodem te halen met een spatel. Laat de koek vervolgens op een glad deksel glijden. Leg hierop, omgekeerd, de koekenpan. Keer snel om zodat de ongebakken kant van de koek nu op de panbodem ligt. Til de koek met de spatel een klein beetje op er laat er nogmaals een flinke klont boter onder glijden. Bak nu de tweede kant in ongeveer vijf minuten goudbruin gaar. 

donderdag 28 april 2011

Nieuwe mensen

De ander, je bent er mooi klaar mee. “Nieuwe mensen” ik heb het er niet zo op. Ik heb het nu niet over immigranten en deze blog wordt geen nieuwe bijdrage aan het integratiedebat. Ik heb het over de afkeer voor de aanwezigheid van nieuwe mensen in een vertrouwde omgeving (wel verdorie, het integratiedebat in een notendop). Nietsvermoedend rol je je matje uit voor de yoga-les en opeens is daar iemand die je niet kent. Met zijn matje veel te dicht bij het jouwe alsof zijn aanwezigheid niet al erg genoeg is. Een etentje bij vrienden wordt onverwacht opgeluisterd door de aanwezigheid van een vreemdeling. Onder het mom van “hoe meer zielen hoe meer vreugd” heeft de gastheer namelijk ook anderen uitgenodigd. Meestal is de reden hiervoor volstrekt willekeurig. Voorbeeld: het is niet zo dat ik als Nederlander per se in contact wil treden met mensen die ook van fietsen houden. Echt niet, geloof mij nou maar. De gruwel. Ik weet heus wel dat het kinderachtig van me is. Een deelname aan de Rijdende Rechter ligt op de loer. De enkele aanwezigheid van de ander is namelijk al voldoende om een ongekende ergernis op te wekken. Buren die het idee van nieuwkomers niet kunnen verdragen. Je woont al dertig jaar in dezelfde buurt en opeens besluit de nieuwe buurman krokussen in zijn tuin te planten. Maar de buurt houdt niet van krokussen en dat had de buurman best kunnen weten. Nu moeten ze eruit want het verstoort het woongenot. Ik kan me er alles bij voorstellen. De Amerikaan niet. De Amerikaan maakt een sport van nieuwe mensen. Dit begint al bij de introductie. Ik ken geen volk ter wereld dat zo massaal goed is in het onthouden van je naam als het Amerikaanse. Je hoeft je naam maar één keer te noemen en de volgende keer word je al begroet met een: “Hi Eva, it’s So Nice to see you again”. Ze spelen vals, dat is zeker. Let maar eens op. Wanneer je jezelf aan een Amerikaan voorstelt, dan beantwoordt hij die begroeting standaard met: It’s so nice to meet you en dan herhaalt hij je naam. It’s so nice to meet you, EVA. Memoriseren door herhaling. De Nederlander kan er nog iets van leren. Het is mij echter nog altijd niet gelukt. Je hoort mensen vaak beweren dat ze slecht zijn in namen maar goed in gezichten. Tsja, ik weet het niet hoor. Het lijkt een wat nutteloos talent.
Bill Cunningham heeft een goede manier gevonden om ‘de ander’ te hanteren. De man is nu 83 jaar oud en fietst al meer dan 50 jaar dagelijks door Manhattan om, voor de New York Times, foto’s te maken van zijn inwoners. Zijn “On the street” is een scherpe observatie van de New Yorkse trends. Scherp, geestig en esthetisch zeer aantrekkelijk:


Bill heeft maar mazzel dat hij in New York woont: zijn foto’s zouden een minder rooskleurig beeld opleveren als hij in New Haven zou vertoeven. Het gehele vrouwvolk loopt hier al weer weken rond in korte, beetje te strakke broekjes, liefst met een wijd North Face fleece-jack erboven. En uiteraard altijd op de overgewaardeerde ballerina.
Het zou best kunnen dat Cunningham’s werk zoveel bewondering oogst omdat hij van “de ander” spoedig een bekende weet te maken. Als iedereen opeens een trenchcoat draagt dan behoren we bijna tot één en dezelfde familie. Dat is mooi want dan hoef je elkaar ook niet meer bij de naam te noemen. 

Voor vandaag een recept met onze vertrouwde aardappel. Batata bil bisbas ofwel aardappelen met selderij en venkel. Dit recept komt uit het geweldige kookboek van Claudia Roden, Duizend-en-één-smaken. 

Voor vier personen heb je nodig:

4-5 el olijfolie
400 gram nieuwe aardappelen
2 venkelknollen
2 tenen knoflook, fijngesneden
zout en zwarte peper
4 takjes munt, grofgehakt
4 takjes basilicum, grofgehakt
sap van 1/2-1 citroen

Dit gerecht kan zowel koud als warm worden gegeten. Doe 2 el olie met de geschilde aardappelen in een grote pan. Snijd grote exemplaren doormidden of in vieren. Snijd de bleekselderij in stukken van 2 cm, de venkelknollen in vieren en daarna elke kwart doormidden. Verdeel de bleekselderij en venkel op de aardappelen. Voeg de knoflook, zout en peper en zoveel water toe dat de groenten bijna onderstaan. Breng aan de kook en laat in de gesloten pan 15 minuten zachtjes koken. Roer de munt en het basilicum erdoor en laat alles in de open pan nog 10 minuten koken tot de groenten botergaar zijn. Serveer besprenkeld met citroensap en het overgebleven kookvocht.