woensdag 30 mei 2012

De Worsteling


De laatste vijftien jaar ben ik bezig geweest met het beantwoorden van de vraag wat ik wil worden. Ik ben nu tweeëndertig en die vraag is nog altijd niet beantwoord. Zonder om medelijden te vragen kan ik wel zeggen dat het niet kunnen beantwoorden van deze vraag één van de grootste worstelingen in mijn leven is. En dat wil in mijn geval best iets zeggen. Het is niet omdat het vervelend is dat ik elk feestje aan mensen mag uitleggen dat ik “momenteel niet mag werken” (geen werkvergunning in de VS) of dat ik toen ik werkte antwoordde dat ik “op zoek ben naar iets anders”. Dat zijn allemaal vervelende knauwen in het zelfvertrouwen maar daar kan ik nog wel tegen. De worsteling is van veel fundamentelere aard. Zolang ik niet weet wat ik professioneel met mijn leven aanmoet, voel ik me geen onderdeel van deze wereld. Ik voel me “waarde”loos. Het probleem is niet dat ik geen interesses heb. Het probleem ligt hem veel meer in het feit dat ik in zoveel dingen geïnteresseerd ben. Wanneer ik zou kiezen voor het één dan sluit ik daarbij het andere uit. En ik kan me om die reden dan ook niet toeleggen op één ding. Ik houd van koken, van schrijven, van mooie dingen in het algemeen, van stoffen, serviesgoed, schilderkunst en tassen in het bijzonder. Wanneer ik een koksopleiding zou gaan volgen dan kan ik nooit meer bij bureau Jeugdzorg werken. Wanneer ik een baan in de journalistiek zou najagen dan sluit ik hierbij uit dat ik ooit mijn eigen kinderdagverblijf of ontbijtsalon zal openen.


Ik heb Kunstgeschiedenis gestudeerd en daarna heb ik een paar jaar als juridisch secretaresse gewerkt. Ik vond het op advocatenkantoren altijd fijn en heb daar bijzondere mensen leren kennen. Een tweede studie, Rechten, viel echter tegen. Mijn interesse voor maatschappelijke vraagstukken en rechtsfilosofie werd niet gevoed. In plaats daarvan waren de colleges massaal en anti-intellectueel, de tentamens multiple choice en de docenten ongeïnteresseerd.

Ik zag een trailer van een nieuwe film, “Jiro dreams of sushi”. De documentaire gaat over een 85-jarige man die al 75 jaar sushi maakt. Hij runt een klein driesterrenrestaurant in Tokio. Hij streeft nog altijd naar de top. Sushi maken is zijn passie. Ik, ik wil sushi maken, kippen houden, handtassen ontwerpen, visagist zijn voor de grote shows, yoga-instructeur zijn, bureau Jeugdzorg runnen, de Albert Heijn van een goed en biologisch assortiment voorzien, artikelen schrijven, een bedrijf bestieren, mijn eigen ontbijtsalon en kinderdagverblijf tot een succes maken, stoffen bedrukken, met Echtgenoot een Uitgeverij voor kunstboeken beginnen, vier gelukkige kinderen grootbrengen, documentairemaker zijn, een vaas met veldbloemen op tafel, een prei in mijn fietstas, zelfgebakken croissants, eigen rozenbotteljam, rode lippen, een poes, een hond en een konijn. In mijn hoofd klopt het plaatje. Aan de uitvoering ontbreekt het. Ik draaf overal achteraan. Wanneer ik de vreugde van het broodbakken ontdek, zijn er al kookboeken en blogs vol over geschreven. Mijn mening over babyverzorging blijkt een vergeefs napraten van meningen die allang verwoord en behoeftes die reeds vervuld zijn. Ik ben nergens echt heel goed in omdat ik alles te laat begin en niets met volle overgave kan doen. Aan de andere kant denk ik dat ik heel veel dingen veel beter zou kunnen dan anderen ze doen. Ik kan hartstikke goed leiding geven, ben vaardig met de pen, ik kan me goed inleven, ik woon al een paar jaar in het buitenland waardoor ik erg zelfstandig ben en bovendien ben ik kritisch. Ik zou veel interessantere gasten aan de tafel bij De Wereld Draait Door uitnodigen, ik ben een veel betere gezinsvoogd, een middelbare school onder mijn leiding wordt een school waar elke ouder zijn kind “op wil hebben” en ik zou een hoogst vermakelijke column voor een glossy kunnen schrijven. Wel verdorie, ik kan een krant volschrijven met belangrijk nieuws. Ik kom er alleen niet tussen, het lukt niet, ik kan niet kiezen, het gebeurt niet. Ik heb nog niet mijn stempel kunnen drukken, mijn terrein kunnen afbakenen, mijn pad kunnen bepalen. Alles wat ik ben, ben ik niet. Niet kunnen zeggen dat je een tandarts, een juf, een postdoc of een brandweerman bent. Dat is een levensgroot probleem.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen