donderdag 12 juli 2012

De Doelgroep


Echtgenoot en ik passen sinds kort in een doelgroep. Wij zijn dertigers, we wonen in het hippe Prenzlauer Berg, hebben een kind en een bijbehorende dure kinderwagen. Zo zijn wij het prototype geworden van de “yup” die Oost-Berlijn van de Ossie’s wil afpakken en overal latte macchiato wil kunnen drinken. Nooit eerder was ik iemand van een doelgroep. Ik kon me nooit vinden in de Patat Generatie en de Niks Generatie vond ik ook niks. Dit nieuwe stempel bevalt me allerminst maar er is overduidelijk geen ontkomen aan. Soms zie ik mezelf in het glas van een winkeletalage en moet ik bekennen dat ik op het stereotype “jonge moeder in de stad” lijk. Regelmatig wordt mij de weg met de kinderwagen bruut versperd door mensen die er blijk van geven dat wij hier niet horen. De oorspronkelijke Oost-Berlijnse bevolking is er niet van gediend dat hun buurt is overgenomen door mensen met geld en dat hun straten zijn omgeven door mooie winkels en koffiebars. Af en toe kan ik me nauwelijks bedwingen en wil ik zo’n chagrijn zo graag toeroepen dat de kinderwagen een gift was. Dat wij helemaal geen verwende dertigers zijn. En dat ik mijn koffie het liefst zwart drink.

Ik vraag me vaak af of stereotypes zelf doorhebben dat ze stereotypes zijn. Wanneer ik bijvoorbeeld een vrouw van veertig zie fietsen met een rugzak om en van die knuffels aan haar sleutelbos dan kan ik niet anders dan mezelf de vraag stellen of zij wel doorheeft hoe typisch ze nu aan het doen is. Alsof ik niet allang weet dat haar hele kast vol King Louie jurkjes hangt en ze het liefst twee vlechten in haar haar draagt. Deze vrouwensoort komt overigens in de Verenigde Staten niet voor. Daar voert een ander vrouwtype de boventoon: het type vrouw dat in haar yogapants achter het stuur van haar dikke auto kruipt. Haar I-phone altijd binnen handbereik, haar zonnebril in haar haar. Ze is extreem sportief, vandaar dat ze ook altijd haar Nike’s draagt. En dan heb je een bepaalde man. Deze soort komt, volgens mij, in de gehele Westerse wereld voor. Het is De Man die het liefst zijn avonden doorbrengt in zijn schuurtje terwijl hij bier drinkt, peukjes rookt en aan zijn auto sleutelt. De academische variant hiervan zit graag in zijn tuinhuisje boeken te lezen en schrijven.

Ik zit in een vervelende doelgroep maar ik ben allang blij dat ik niet zo’n type ben dat donkere stegen en oude havens aan het fotograferen is. Graffiti en kunstig geschuimde cappuccino’s zijn bij die types ook altijd dankbare fotografische onderwerpen. Dit kunstenaarstype vindt zichzelf, hoewel er velen van zijn, heel origineel. Berlijn is het summum voor deze hipster. Wist U dat een snor ook weer helemaal terug is van weggeweest? 

zaterdag 30 juni 2012

De Rozijn


Mijn eerste yogales in Berlijn begon goed. De enige andere persoon met een legging aan was een man van middelbare leeftijd met veel lichaamshaar. Voor de rest werd de studio gevuld door een groep vrouwen met een slecht kapsel en een wijde broek aan. De afgelopen twee jaar deed ik aan yoga in New Haven. Daarvoor in New York City. Aan de Oostkust van de Verenigde Staten is een vinyasa flow yoga les gewoon een uur keihard zweten. Het begin en einde van de les bestaat uit een minimale hoeveelheid “bezinning”, “meditatie” en “het hier en nu op de mat”. De meeste beoefenaars komen vooral voor de mooie bovenarmen die je ervan krijgt. Zo niet in Berlijn. Niemand had echt mooie bovenarmen maar iedereen leek wel heel erg…Zen.

De studio was Duits smetteloos en voor aanvang van de les zat men in kleermakerszit te wachten met een kop kruidenthee. Het praten gebeurde op zachte en vriendelijke toon. Niemand kwam te laat en de les begon dan ook stipt op tijd. Amerikanen rennen altijd op het laatste moment de les binnen, of ze komen binnen stuiven als de les inmiddels al een kwartier bezig is. Ze jassen er dan effe een lotushoudinkje tegenaan en gaan zo snel mogelijk over tot de orde van de yoga.

Na tien minuten in unten schauende Hund (ja echt, dat is downward facing dog!) gingen we over op wat ik niet anders kan typeren als gymnastiek. Linkerhand in de zij, rechterarm gestrekt omhoog en dan EINATMEN AUSATMEN EINATMEN AUSATMEN! Het was wunderbar! De lerares liep nog net niet met een stok door de zaal maar dat nam niet weg dat ik me behoorlijk geïntimideerd voelde. Ademen op keihard Duits commando dus oh wee als je je adem inhoudt.

Het absolute hoogtepunt van de les had ze bewaard voor het einde. We kregen allemaal twee rozijnen. Eén rozijn moesten we tussen onze duim en wijsvinger houden. De instructrice wilde weten hoe de rozijn aanvoelde. De yogales draaide om langzame beleving en bewustwording. Bewustwording met rozijnen. Hoe voelde de rozijn, hoe voelde de structuur van de rozijn, hoe groot voelde de rozijn? Neem de rozijn in de mond. Hoe voelt de rozijn nu? Voelt de structuur van de rozijn nu anders aan? Kauw op de rozijn. Kauw zo langzaam mogelijk op de rozijn. Hoe smaakt de rozijn? Voel hoe de rozijn langzaam tussen je kiezen verdwijnt. En dan: wees je ervan bewust dat je je lichaam hebt verzwaard met een rozijn. Je lichaam is nu één rozijn zwaarder. Rozijn nummer twee onderging hetzelfde lot. 

Na anderhalf uur was de les afgelopen. Mijn lichaam verzwaard met twee rozijnen, mijn bovenarmen onaangedaan.

Op weg naar huis kwam ik twee Nederlandse jongens tegen die “arty” posters in een Berlijnse steeg aan het fotograferen waren. Na een korte blik op mijn yogatenue geworpen te hebben, constateerden zij, denkend dat ik het toch niet zou verstaan, dat je hier wel “veel lijpo’s hebt rondlopen”. En zij wisten nog niet eens van mijn rozijnen. 






(noot: inmiddels heb ik yogalessen gevonden die beter bij me passen.)

maandag 25 juni 2012

Miskramen


Mijn dochter is inmiddels bijna zes maanden oud. Ik durf haar nu – onder mijn toezicht – af en toe op haar buik te laten slapen omdat ze dat zoveel fijner vindt. Doktoren raden je aan om baby’s op de rug te laten slapen om de kans op wiegendood te verminderen. Onder toezicht betekent dat ik elke paar minuten even een kijkje ga nemen. Vaak leg ik mijn oor tegen haar kleine ruggetje te luisteren. Ik hoor haar krachtige hartslag in dat frêle lijfje bonzen. Soms moet ik dan even huilen omdat ik zoveel van haar houd. Iedereen zegt dat je leven voorgoed verandert wanneer je kinderen krijgt. Het leek me altijd een overbodige opmerking. Uiteraard verandert je leven door het ouderschap. Alles verandert: je lichaam, je huis, je relatie, de manier waarop je in het leven staat en vooral het beeld dat je van jezelf hebt. Er is niets dat ik niet voor mijn dochter zou doen. De dingen die ik voor mezelf niet durf, de ruimte die ik voor mezelf nooit zou durven opeisen, die vraag ik moeiteloos voor haar. Ik schaam me niet om over straat te dansen wanneer dit ervoor zorgt dat mijn dochter stopt met huilen, ik trotseer de wrevel van de verpleegkundige door, na een inenting, een pleister op haar dijtje te weigeren (omdat het verwijderen ervan mijn dochter pijn doet) en ik wil niet dat iedereen mijn kind vasthoudt. En ik durf dat nog te zeggen ook.

Er was een periode dat ik bang was nooit moeder te worden. In één jaar tijd verloor ik twee maal na negen weken mijn zwangerschap. Twee maal negen weken waarin ik al dromen had voor mijn kind, namen had bedacht, rompertjes had gekocht. Negen weken waarin ik me bijzonder had gevoeld omdat er een heel klein vruchtje in mij groeide dat later zou uitgroeien tot een echt kind. Ik weet heus dat een miskraam vaker voorkomt, ik weet heus dat het niet het ergste is dat je kan overkomen. Het is echter ook niet nodig om te reageren op een miskraam alsof het om neusverkoudheid gaat. Een miskraam afdoen met opmerkingen over windeieren en “ach, het was nog zo pril” is grof en ongevoelig. Mensen lijken in de veronderstelling te verkeren dat ze de eerste twaalf weken van hun zwangerschap verborgen moeten houden omdat “er nog zoveel mis kan gaan.” Wanneer iedereen dit echter blijft doen dan blijft een miskraam krijgen in een taboesfeer hangen waarin het niet thuishoort. Het hoort niet te voelen als falen om een miskraam te krijgen en het hoort niet geheim te blijven.

Zelfs nu ik eindelijk een gezonde dochter heb, denk ik vaak terug aan mijn eerste twee zwangerschappen. De eerste keer was ik uitgerekend op Eerste Kerstdag 2010, de tweede keer op 1 augustus 2011. De suggestie dat tegenslag je sterker maakt vind ik kwetsend. Het impliceert dat je blij mag zijn met alle narigheid die je overkomt. Je wordt er immers zoveel sterker van.

Het leven slaat je soms knock-out. Je staat weer op en triomfeert maar je wordt er niet sterker van. Niet echt. Toegegeven, je weet beter hoe je moet omgaan met tegenslag. Maar telkens wanneer ik een klap krijg duurt het langer voordat ik er weer bovenop ben. Misschien is het wel zo dat je na misère geluk sterker ervaart. Ik weet heel goed hoe ik gelukkig moet zijn. Ongeluk heeft me niet sterker gemaakt maar ik besef steeds beter hoeveel geluk ik nu heb. De wereld ligt aan mijn voeten.  

vrijdag 22 juni 2012

Geburtenhügel Prenzlauer Berg


Echtgenoot, dochter en ik zijn gisteren aangekomen in Berlijn waar we de komende twee maanden zullen wonen. Na deze twee maanden gaan we weer voor een jaar in Amsterdam wonen om daarna terug te keren naar ons geliefde Connecticut. De verwondering die ik voel over Amerikaanse gewoonten voel ik nu over Nederlandse en Duitse gewoonten. Waarom eet men in Duitsland zoveel kiwi’s? Waarom zijn de Amsterdamse fietsers zo ongelooflijk onbeschoft? Waarom wordt er in godsvredesnaam nog altijd geen lactosevrije melk verkocht in de Nederlandse supermarkt of reformwinkel (nee, sojamelk is geen goed alternatief)?

We hebben gisteren dus onze intrek genomen in een heel fijn appartement (met zo’n enorme douchekop en een gigantisch dakterras met uitzicht over de Fernsehturm op Alexanderplatz) in de buurt Prenzlauer Berg. Deze buurt in voormalig Oost-Berlijn die vroeger vooral bekend stond als de plek voor kunstenaars is nu de hotspot voor ouders en hun kinderen. Men schijnt te geloven dat er in Prenzlauer Berg een geboortegolf heeft plaatsgevonden. Dit is niet waar. Er wonen echter wel ongelooflijk veel mensen die de leeftijd hebben om kinderen te krijgen (en ze dan ook krijgen). En dan bedoel ik niet vrouwen van vijfenzestig met behulp van IVF.

Toch is het volkomen begrijpelijk dat Prenzlauer Berg de Geburtenhügel wordt genoemd. Overal zie je kinderspeelplaatsen. Aan Helmholtzplatz staan er bij het café rijen aan kinderwagens en buggy’s. Op de menukaart kun je voor 50 cent kinderlatte (opgeschuimde melk) kopen en zijn er spuugdoekjes beschikbaar voor die altijd op handen zijnde ongelukjes. Het cliché van de latte macchiato moeder met dure kinderwagen is niet ver bezijden de waarheid. Ook aan biologische supermarkten en yogascholen is er geen gebrek. U begrijpt dat ik mij hier al helemaal thuisvoel? Paar plaatjes van de buurt. Meer volgt.








dinsdag 19 juni 2012

schatzoeken op Grootmoeders zolder



Het hangt nu allemaal aan het wasrek te drogen: de toekomstige outfitjes van mijn dochter oftewel de jurkjes die ik zelf droeg toen ik een baby was. Hier word ik blij van als van een abrikozentaartje en een espresso in de loop van een lenteochtend. Later volgt meer nieuws over mijn belevingen...

donderdag 31 mei 2012

Vierkante meloenen


Sinds ik op nu.nl las dat Axl Rose vierkante meloenen in zijn kleedkamer wenst, staat mijn wereld op zijn kop. Axl Rose, de zanger van Guns N’ Roses, vindt het absoluut noodzakelijk om dit exotische stuk fruit in zijn kleedkamer te hebben. Bovendien schijnt onze rocker niet te kunnen optreden als er niet een paar beervormige potten honing voor hem klaarstaan. Die vierkante watermeloenen smaken exact hetzelfde als de ronde variant. Ware het niet dat de vierkante variant drie keer zo duur is. In Japan had men bedacht dat een vierkante meloen minder plaats in de koelkast inneemt. Om die reden laten ze deze dure meloenen nu dus groeien in een glazen vierkante vorm. Het kan niet zo zijn dat Axl’s verzoek voortkomt uit ruimtegebruik. Hij vraagt immers ook om een handgestikte leren Italiaanse fauteuil. Denkt hij dat er meer vitaminen in de vierkante meloen zitten? Is onze Axl een estheet? En zo ja, dan heeft hij dat de afgelopen vijftien jaar heel goed verborgen kunnen houden.

Met een paar lijntjes coke en een fles whiskey op de wensenlijst had ik heel goed kunnen leven. Maar een man die voor een rockconcert met een lepel uit zijn beervormige honingpotje zit te snoepen terwijl hij knaagt aan een vierkant stukje watermeloen, dat gaat mij echt mijlen te ver. Ik ben er altijd van uitgegaan dat ouders hun kinderen voor deze man waarschuwden vanwege dat hele “sex, drugs and Rock and Roll”-verhaal; inmiddels ben ik er achter dat de waarschuwing veeleer betrekking heeft op de kinderachtige kant van onze Axl. Axl heeft een Michael Jackson/Wibi Soerjadi complex! Hij slaapt waarschijnlijk nog met zijn duim in zijn mond onder zijn Disney dekbed. Levensgevaarlijk. “Welcome to the Jungle!”

U heeft zich natuurlijk altijd afgevraagd wat Axl toch bedoelde met dat Welcome to the Jungle”. Vanaf vandaag hoeft U zich dat niet langer af te vragen. Ik zal U het allemaal uitleggen. http://youtu.be/o1tj2zJ2Wvg

Welcome to the jungle we've got fun and games
We got everything you want honey, we know the names
We are the people that can find whatever you may need
If you got the money honey we got your disease

“Welkom in de jungle. We hebben plezier en spelletjes.”
Michael en Wibi hielden/houden ook erg van spelletjes. Michael had zelfs een heel eigen pretpark. Wibi verzamelt knuffels.

En dan: “We hebben alles wat je wilt hebben HONING (“honey”), we kennen de namen.” Axl wil honing. Punt. Ik ben blij dat ik het mysterie voor U heb kunnen oplossen. Komt U ook weer eens aan Uw rust toe. 

woensdag 30 mei 2012

De Worsteling


De laatste vijftien jaar ben ik bezig geweest met het beantwoorden van de vraag wat ik wil worden. Ik ben nu tweeëndertig en die vraag is nog altijd niet beantwoord. Zonder om medelijden te vragen kan ik wel zeggen dat het niet kunnen beantwoorden van deze vraag één van de grootste worstelingen in mijn leven is. En dat wil in mijn geval best iets zeggen. Het is niet omdat het vervelend is dat ik elk feestje aan mensen mag uitleggen dat ik “momenteel niet mag werken” (geen werkvergunning in de VS) of dat ik toen ik werkte antwoordde dat ik “op zoek ben naar iets anders”. Dat zijn allemaal vervelende knauwen in het zelfvertrouwen maar daar kan ik nog wel tegen. De worsteling is van veel fundamentelere aard. Zolang ik niet weet wat ik professioneel met mijn leven aanmoet, voel ik me geen onderdeel van deze wereld. Ik voel me “waarde”loos. Het probleem is niet dat ik geen interesses heb. Het probleem ligt hem veel meer in het feit dat ik in zoveel dingen geïnteresseerd ben. Wanneer ik zou kiezen voor het één dan sluit ik daarbij het andere uit. En ik kan me om die reden dan ook niet toeleggen op één ding. Ik houd van koken, van schrijven, van mooie dingen in het algemeen, van stoffen, serviesgoed, schilderkunst en tassen in het bijzonder. Wanneer ik een koksopleiding zou gaan volgen dan kan ik nooit meer bij bureau Jeugdzorg werken. Wanneer ik een baan in de journalistiek zou najagen dan sluit ik hierbij uit dat ik ooit mijn eigen kinderdagverblijf of ontbijtsalon zal openen.


Ik heb Kunstgeschiedenis gestudeerd en daarna heb ik een paar jaar als juridisch secretaresse gewerkt. Ik vond het op advocatenkantoren altijd fijn en heb daar bijzondere mensen leren kennen. Een tweede studie, Rechten, viel echter tegen. Mijn interesse voor maatschappelijke vraagstukken en rechtsfilosofie werd niet gevoed. In plaats daarvan waren de colleges massaal en anti-intellectueel, de tentamens multiple choice en de docenten ongeïnteresseerd.

Ik zag een trailer van een nieuwe film, “Jiro dreams of sushi”. De documentaire gaat over een 85-jarige man die al 75 jaar sushi maakt. Hij runt een klein driesterrenrestaurant in Tokio. Hij streeft nog altijd naar de top. Sushi maken is zijn passie. Ik, ik wil sushi maken, kippen houden, handtassen ontwerpen, visagist zijn voor de grote shows, yoga-instructeur zijn, bureau Jeugdzorg runnen, de Albert Heijn van een goed en biologisch assortiment voorzien, artikelen schrijven, een bedrijf bestieren, mijn eigen ontbijtsalon en kinderdagverblijf tot een succes maken, stoffen bedrukken, met Echtgenoot een Uitgeverij voor kunstboeken beginnen, vier gelukkige kinderen grootbrengen, documentairemaker zijn, een vaas met veldbloemen op tafel, een prei in mijn fietstas, zelfgebakken croissants, eigen rozenbotteljam, rode lippen, een poes, een hond en een konijn. In mijn hoofd klopt het plaatje. Aan de uitvoering ontbreekt het. Ik draaf overal achteraan. Wanneer ik de vreugde van het broodbakken ontdek, zijn er al kookboeken en blogs vol over geschreven. Mijn mening over babyverzorging blijkt een vergeefs napraten van meningen die allang verwoord en behoeftes die reeds vervuld zijn. Ik ben nergens echt heel goed in omdat ik alles te laat begin en niets met volle overgave kan doen. Aan de andere kant denk ik dat ik heel veel dingen veel beter zou kunnen dan anderen ze doen. Ik kan hartstikke goed leiding geven, ben vaardig met de pen, ik kan me goed inleven, ik woon al een paar jaar in het buitenland waardoor ik erg zelfstandig ben en bovendien ben ik kritisch. Ik zou veel interessantere gasten aan de tafel bij De Wereld Draait Door uitnodigen, ik ben een veel betere gezinsvoogd, een middelbare school onder mijn leiding wordt een school waar elke ouder zijn kind “op wil hebben” en ik zou een hoogst vermakelijke column voor een glossy kunnen schrijven. Wel verdorie, ik kan een krant volschrijven met belangrijk nieuws. Ik kom er alleen niet tussen, het lukt niet, ik kan niet kiezen, het gebeurt niet. Ik heb nog niet mijn stempel kunnen drukken, mijn terrein kunnen afbakenen, mijn pad kunnen bepalen. Alles wat ik ben, ben ik niet. Niet kunnen zeggen dat je een tandarts, een juf, een postdoc of een brandweerman bent. Dat is een levensgroot probleem.