donderdag 25 augustus 2011

Nationale rouw


Op www.nu.nl kreeg ik, ongeveer een maand geleden, de schrik van mijn leven. Gerard Joling was met spoed naar de Eerste Hulp gereden: hij had ernstige uitslag op zijn bovenarm. Joling was met vakantie in Zuid-Frankrijk en had een dag eerder een hennatatoeage laten plaatsen. Hij bleek hopeloos allergisch voor dit materiaal. Na een dramatische dag van onuitstaanbare jeuk en onophoudelijk krabben kon Gerard het niet langer aan en is hij naar de spoedeisende hulp gegaan. De dokter constateerde hierop een zware allergische reactie en volgens Gerards website “wilde de dokter hem het liefst een nacht in het ziekenhuis opnemen om alles goed in de gaten te kunnen houden”. Geer vloog zo snel mogelijk terug naar Nederland. Ook Gerards dermatoloog hield zijn adem in: “Ik had hem een foto gestuurd en hij is er erg ongerust over.”, berichtte Geer. Het bericht liet ons verder in het ongewisse over de behandeling van onze volkszanger.

Onze verdere zomer zal worden getekend door de zorgen over zijn bovenarm. Het is niet uitgesloten dat Gerard blijvende littekens zal overhouden aan dit avontuur. Op 4 augustus laat hij weten dat het de goede kant op gaat met zijn arm. Hij moet om de dag terugkomen in het ziekenhuis om zijn wonden te laten verzorgen. Hoewel de dermatoloog positief is, blijft Geer bezorgd: "Ik hoop echt dat er geen grote littekens overblijven, anders zit ik voor de rest van mijn leven met een mislukte tribal op mijn arm." Ondanks zijn pijnlijke arm zingt Gerard gelukkig vrolijk door. Waar anderen zouden opgeven onder de ondragelijke pijn, zet onze Gerard altijd door.

Dit bleek echter niet het einde van zijn lijden. Op 11 augustus blijkt Gerard aan de prednison te zijn. Hij twittert niet langer in zijn nieuwe zwembroeken te passen door de gewichtstoename die deze medicatie met zich meebrengt. Dit is duidelijk niet Gerards zomer. Zijn leven zal van nu af aan getekend zijn door dit trauma. Niet alleen zal zijn bovenarm blijvend beschadigd kunnen zijn; onze Geer heeft zelfs nieuwe zwembroeken moeten kopen omdat hij zijn oude niet langer past. Nederland huilt waar het eens heeft gelachen. Joling laat weten die dag nog een bezoekje aan de sportschool te brengen omdat “dit gewicht snel zal verdwijnen”. Een hoopvol bericht in bange dagen. Hier kunnen we ons tenminste aan vasthouden.

Waar moet het verdorie met de wereld heen als je je als vijftiger niet eens meer een fatsoenlijke hennatatoeage kan laten aanmeten? Een vakantie is geen vakantie wanneer je hooguit je naam kan laten graveren in een rijstkorrel of een karikatuur van jezelf kan laten tekenen langs de boulevard.

Nu hebben we de Waternoodramp van 1953, de cafébrand in het Hemeltje, de schietpartij in Alphen aan de Rijn en Gerards arm. We hadden amper de tijd gekregen om het verlies van het Nederlands elftal tegen de Spanjaarden te verwerken en nu dit weer. Er mag overigens gerust schande van gesproken worden dat Mark Rutte staat te feesten op Dance Valley terwijl Gerard koortsig, te dik en met uitslag op bed ligt. Wel voor de eurocrisis naar huis komen, maar voor Geer geeft hij niet thuis. Je kon veel van Balkenende zeggen maar hij stond er tenminste wel toen Jan(tje) Smit en Yolanthe uit elkaar gingen. Hij sprak de natie met troostende woorden toe en de natie luisterde.

Op 19 augustus laat Gerard weten dat alle korsten er inmiddels af zijn en dat hij nu druk zalfjes aan het smeren is. Misschien dat hij dus alsnog een ticket naar de tropen kan boeken. Lekker nazomeren. Ik stel voor dat hij dit doet met Mark, die zijn vakantie ook zo abrupt heeft moeten verbreken. Dan kunnen ze gezellig samen in de herkansing. De zoetgevooisde klanken van Geers “Ticket to the Tropics” zullen de heupjes van Mark zeker in beweging brengen. En anders geef ik ze hierbij een tropische verrassing:

Een fruitsalade is fijner om te eten wanneer hij mooi van kleur is. Deze fruitsalade is helemaal rood.

Rode fruitsalade

watermeloen, ontpit en in stukken
twee handenvol kersen, doormidden gesneden en ontpit
twee handenvol aardbeien, in kwarten
2 nectarines of perziken, ontpit en in mooie schijfjes
1 granaatappel
het sap van 1 sinaasappel
2 el fijne suiker

Doe de gesneden watermeloen, de kersen, de aardbeien en de nectarines in een schaal. Halveer de granaatappel en knijp het sap van één helft over het fruit. Haal de zaden uit de andere helft. Verwijder hierbij ook de witte schilletjes (die zijn niet alleen onaangenaam hard maar ook ontsierend). Voeg de pitjes toe aan de salade. Voeg het sap van de sinaasappel en de suiker toe en meng zorgvuldig door elkaar heen. Het vruchtvlees van de nectarines zal roze/rood kleuren. 


vrijdag 12 augustus 2011

Nederlanders in den vreemde


Florence, een warme dag in juli. Op Piazza Santissima Annunziata arriveerde een vrouw. Korte broek, stevige fietserskuiten. Een aanzienlijke hoeveelheid muggenbulten (ont-)sierden haar benen. Met haar handen in haar rug stond ze over het plein te kijken. Toen haar reisgenoten zich bij haar voegden, peinsde ze met een onvervalste Leidse tongval: “Plaza Mayor”. De vrouw was met drie andere mannen met vakantie in Toscane. Ik vermoed dat ze ergens buiten de stad op de camping stonden en voor een dagje naar Florence waren gekomen. Met een reisgidsje in de hand liep de groep van de ene naar de andere bezienswaardigheid. Blijkbaar deed het plein haar denken aan eerdere Spaanse avonturen. Het plein kan haar goedkeuring wegdragen: “Dat is mooi met die zuiltjes”. Één van haar vrienden leest in het boekje dat er een archeologisch museum op het plein staat. Dit klopt niet maar Echtgenoot en ik houden onze mond en luisteren geamuseerd verder. Ze hebben het plein bereikt maar weten niet goed wat ze ermee aanmoeten. Eigenlijk zijn ze op zoek naar een “wijkje waar je lekker doorheen kunt lopen”. “Ja, nou, niet te ver. Iets drinken gaat er ook wel in”. Op de Loggia dei Servi di Maria ontwaart het gezelschap de letter S. “Sint” weet de één, “San” verbetert de ander. “Precies, Sint dus”. Aan de andere kant ligt de Spedale degli Innocenti. Een belangrijk voorbeeld van vroege Renaissance architectuur ontworpen door Brunelleschi. Tot 1875 was dit een weeshuis. Je kunt nog steeds de deur zien waarachter je je kind te vondeling kon leggen. Op de façade prijken medaillons in blauw terracotta met reliëfs van baby’s. De vrouw van het gezelschap ontwaart de baby’s. Ze zegt: “kijk, wat apart die baby’s”. Niemand reageert. Naar de reden voor de aanwezigheid van die kindjes wordt niet gevraagd, verder onderzoek wordt niet verricht.  Als ze iets verder het plein op waren gelopen hadden ze alle informatie op borden kunnen lezen. De groep blijft echter in de schaduw, op de oninteressantste hoek van het plein staan.. Een zucht, de groep trekt verder. Door de Via dei Servi. “Hé, de Servische wijk”. “Pas op, ze gaan schieten”. “Sluipschutters”. “Snipers”. Een zacht gegrinnik volgt.

Die Servieten waren natuurlijk ook griezels, enge missionarissen en ander gespuis. Dat hebben die Nederlanders goed gezien.

Urbino, een week later. Vader, moeder en twee kinderen. De jongen is een jaar of negen, het meisje is veertien en heeft besloten haar ouders te haten. Voor de zoveelste keer deze vakantie is de moeder iets kwijt. Verwoed is ze in haar “handige” reisrugzak aan het zoeken. Het meisje verzucht dat het “echt waar is dat een mens zeker een derde van zijn leven aan het wachten is”. Geërgerd loopt ze alvast een paar passen vooruit. Onderwijl passeert een jong Nederlands stel. De vrouw is enthousiast en van plan de zoveelste kerk in te lopen. De man belet haar: “Jezus, ik word nog doodgegooid met ouwe beelden!”

Tussen Fermignano en San Vincenzio, in een agriturismo. Oostenrijkers dit keer: “Nein, ‘colazione’ ist Frühstuck!” “Aber was mussen wir jetzt essen dann?” “Könnst du das fragen?” “Mangiare hier?” Antwoord: “Si, colazione domani” (“Ja, morgen ontbijt”).

Agriturismo, locatie zwembad. Er ligt een man in het zwembad, dat we na vijf dagen privégebruik, waren gaan beschouwen als het onze. Wat krijgen we nou? Dit hadden we toch zeker niet afgesproken? De man ligt in een hoek van het water. Zijn borsthaar is boven komen drijven. Hij doet iets engs met zijn neus. De tijd die hij in het zwembad doorbrengt lijkt eindeloos en ik peins er niet over om me bij hem te scharen. Ik zweet me dood in mijn strandstoel. Vakantie valt soms niet mee. Wanneer hij eindelijk het water uitstapt, lijkt hij last te hebben van een rare blessure. Wellicht van dat harde zwemmen. Hij krabt namelijk onophoudelijk in zijn kruis. Hij schraapt zijn keel zoals alleen een man kan doen. Hij verzacht al zijn leed door het roken van vier sigaretten in twintig minuten. Niets lekkerders dan roken na het sporten.

Wanneer de pasta je een maand lang om de oren vliegt, wordt het tijd voor nasi, haring of aardappelen: 

Rösti

Voor 2 personen 

1 kilo aardappelen
50 gr. roomboter
zout en peper 

Was de aardappelen in de schil zorgvuldig en kook deze circa vijf minuten in een pan met ruim water. Spoel ze onder koud water af. Pel de aardappelen en schaaf ze met een grove rasp in reepjes. Verhit 25 gram roomboter in een koekenpan. Voeg de aardappelreepjes toe en spreid de reepjes uit over de pan alsof je een pannenkoek bakt. Druk de reepjes goed aan. Het moet een dikke aardappelkoek worden. Strooi er zout en peper over en bak op matig vuur ongeveer tien minuten totdat je kunt vermoeden dat de onderkant goudbruin en bijna gaar is. Draai de aardappelkoek om. Dit doe je het handigst door de koek een beetje los van de bodem te halen met een spatel. Laat de koek vervolgens op een glad deksel glijden. Leg hierop, omgekeerd, de koekenpan. Keer snel om zodat de ongebakken kant van de koek nu op de panbodem ligt. Til de koek met de spatel een klein beetje op er laat er nogmaals een flinke klont boter onder glijden. Bak nu de tweede kant in ongeveer vijf minuten goudbruin gaar. 

woensdag 27 juli 2011

Muggenzifterij

Deze blog komt bijna een week later dan gebruikelijk. Dat is de schuld van de Duitsers. Ik kan het niet mooier maken dan het is. In onze lieve naïviteit èn vergevingsgezindheid (dit hoef ik toch zeker niet uit te leggen?) waren Echtgenoot en ik met luchtvaartmaatschappij Lufthansa van New York naar Frankfurt gevlogen om daar een vliegtuig naar Florence te nemen. Onze bagage bleek niet met ons te zijn meegereisd. Onze voormalig bezetter had bedacht dat onze koffers het misschien plezanter zouden vinden om een tijd op de luchthaven van New York te blijven staan en vervolgens wat rond te vliegen tussen Wenen, Bologna en Casablanca. Een week later dan gepland hebben de koffers zich gisteren gelukkig kunnen herenigen met hun eigenaren. Mijn fotocamera is helaas in Marokko achtergebleven. Onze foto’s van opwaaiende zomerjurken op fruitvelden in Connecticut en talloze kiekjes van onze lome poes Elizabeth die zich tot een vloerkleedje uitstrekt om zo koel mogelijk te blijven, zullen wel een terroristisch alarm hebben doen rinkelen. Je kunt tegenwoordig niet voorzichtig genoeg zijn. 

Het is een heel vervelende ziekte: zodra je besmet bent, kom je er nog maar moeilijk vanaf. Je kunt het niet aan de buitenkant zien maar het verandert mensen wel degelijk. De epidemie treft vooral de Verenigde Staten maar breidt zich snel uit. Het is PC: Political Correctness. En soms, lach me niet uit, ben ik bang dat het ook mij in zijn greep houdt. Zo durf ik amper nog te schrijven dat het feit dat de Duitsers mijn koffers in beslag hadden genomen mij ernstig deed herinneren aan alle geschiedenislessen op school. Het was vele malen erger dat juist zíj mijn spullen hadden geannexeerd. Zie je, dat ik het heb? PC trekt alle levensenergie uit je en laat je in je sop gaarkoken met nuance en voorzichtigheid. Je zult zien dat ik straks zo weer vrolijk in een Lufthansa-vliegtuig stap. Het is net alsof je geen klamboe meer boven je bed kunt hangen omdat je hiermee ook de aardige muggen buitensluit. Straks ga ik nog beweren dat ook niet-Duitse luchtvaartmaatschappijen weleens koffers kwijtraken. Gadverdamme, snoer me de mond als het ooit zover komt.

Uiteraard is het slechts toeval dat mijn fotocamera in Marokko uit mijn koffer is gestolen. Dit had ook in Nederland of Denemarken kunnen gebeuren. Ook heb ik nooit gedacht dat die dikke Amerikaanse grondstewardess op JFK (de luchthaven van New York) iets van doen zou hebben met de verdwijning van onze koffers. Het maakt namelijk helemaal niet uit dat zo’n stewardess niet weet waar Frankfurt ligt. En ik sprong een gat in de lucht van blijdschap toen ik ontdekte dat twee Italianen ons gingen assisteren bij het terugvinden van onze bagage. Italianen zijn zo goed georganiseerd, spreken hun talen en houden zich aan hun afspraken. Dat geeft vertrouwen.

Ik at gisteren een bedrieglijk eenvoudig en licht voorgerecht: carpaccio di zucchine (carpaccio met courgettes)

Voor 2 personen

1 courgette
1 citroen
wat olijfolie
twee eetlepels balsamico-azijn
een blok parmezaanse kaas
zout en peper 

Schaaf de courgette in lange repen en marineer enige tijd in wat citroensap, olijfolie en zout en peper. Leg de courgette vervolgens op een groot plat bord. Druppel er wat lekkere stroperige balsamico-azijn overheen en schaaf er grof wat parmezaan over. Klaar. 

donderdag 14 juli 2011

Ergernissen 2


Ik ben aan het opruimen. Opruimen vind ik nog veel vervelender dan schoonmaken. Overal komen opeens de haarelastiekjes tevoorschijn die ik zo vergeefs heb gezocht toen ik ze nodig had. Als er een los haakje aan mijn nagel zit moest ik hem uit pure nood afbijten en nu heb ik zoveel kartonnen nagelvijltjes dat ik mijn eigen nagelstudio zou kunnen beginnen. Het is wellicht ook niet handig om op te ruimen wanneer het zo tergend warm is. Gisteren zag ik op het Nederlandse journaal een item over “stedelijke hitte-eilanden”. Uit het briljante onderzoek “Hitte-stress in Rotterdam” blijkt dat dichtgebouwde gebieden ettelijke graden warmer zijn dan de parken en weilanden eromheen. Je meent het? Is het heus? Wie had kunnen vermoeden dat dichte bebouwing een verkoelend windje in de weg zou kunnen staan? Klimaatonderzoeker Sonja stelt vast dat veel mensen minder goed slapen als de warmte in de stad blijft hangen. Ik ben blij dat er eindelijk een onderzoeker is die dit definitief bevestigt. Ik maar denken dat ik de enige ben die last heeft van deze vorm van slapeloosheid.

Tip van de onderzoekers: dat donkere asfalt is het ergst, gele klinkers zijn veel beter. Ja joh, gele klinkers. Een uitstekend idee, kunnen we werkelijk overal onze dure pumps stuklopen op van die irritante kinderkopjes. Laten we inderdaad ruim investeren in het verkoelen van de Nederlandse steden. We moeten die eindeloze hete Nederlandse zomers echt de kop indrukken voordat het te laat is.

Ik nodig Sonja gaarne uit om een bezoek aan New Haven of New York te brengen in deze tijd van het jaar. Ik ben benieuwd of zij hier ook een verschil constateert tussen de klamme, zweterige 38 graden op het grasveld of de tergende 38 graden op straat. Ik voorspel dat onze onderzoeker één groot hitte-eiland zal ontdekken dat zich uitstrekt tot over de hele Oostkust van de Verenigde Staten. Ik hoop dat haar nachtrust niet zal lijden onder die hitte. Ik zal overigens mijn mond maar houden over de “gevoelstemperatuur” die uiteraard vele malen hoger ligt dan de werkelijke temperatuur. Weermannen hebben het tegenwoordig ook over “gevoelstemperatuur”. Hebben ze het over hun eigen gevoelstemperatuur wanneer ze zeggen dat het in Nederland 24 graden wordt maar het “aanvoelt” als een ruime 28?

Nog een ergernis. In George Street, een niet al te vrolijke straat hier in het dorp, hangt een groot bord waarop een waarschuwing staat voor automobilisten: “Slow down, Save lives”. Is dat niet werkelijk het stomste dat je ooit hebt gelezen? To save a life is iets anders dan to spare a life en weer volstrekt iets anders dan to save money. Sparen en redden zijn niet hetzelfde. Ik zou spontaan in een verkeersongeval kunnen geraken. Hoezo kun je levens redden door langzamer te rijden? Hoe werkt zoiets? Is er van hoger hand al bepaald wie er eigenlijk zou moeten sterven aan één of andere enge ziekte en schrap ik er eentje van de dagelijkse dodenlijst door langzamer te gaan rijden? Worden er op miraculeuze wijze mensen genezen enkel en alleen omdat Echtgenoot zijn snelheid aanpast? Dat kan niet! Nogmaals: dat kan niet. Je kunt hooguit een leven “sparen” maar je kunt geen leven “redden” door vaart te minderen.

Aan steeds meer Nederlandse universiteiten worden colleges in het Engels gegeven. Dit levert hilarische linguïstische misverstanden op. Wat te denken van: “ I tried to lead you around the garden” (ik probeerde je om de tuin te leiden) of “I have an equation picked from the sky” (ik heb een vergelijking uit de lucht gegrepen). Misschien moet ik het erop houden dat ik het er warm van heb (I have it there warm from).

De ergernissen vliegen me net zo hard om de oren als de nieuw ontdekte Michelangelo’s uit de lucht komen vallen. Het ene schilderij is nog lelijker dan het andere. Het is direct nieuwswaardig wanneer iemand ten onrechte suggereert dat één of ander prul van de hand van Michelangelo is of als een malloot in de craquelé in de ogen van de Mona Lisa cijfers herkent. Graven naar het graf van Mona Lisa lijkt me ook al zo’n weinig nuttige onderneming. Ik vermoed dat Sonja connecties heeft met de domste onderzoekers van het kunsthistorisch veld? Het zou kunnen dat ze allemaal door de hitte bevangen zijn. Ik raad ze in dat geval aan om een verkoelend grasveldje op te zoeken.

Ik ga verder met opruimen. Misschien sta ik morgen wel in de krant met een nieuw ontdekte Michelangelo die ik bij toeval onder het stof uit de kelder van ons huis heb gevist.

Voor vandaag kofte kebab met pitabrood, tzatziki en een Libaneze tomatensalade. Recepten uit verschillende landen die goed bij elkaar passen. Eet ze in een stadspark om te ontsnappen aan stedelijke hitte-eilanden. Of thuis, onder een dekentje met pantoffels aan.

Voor vier tot zes personen

750 gr runder- of lamsgehakt
1 middelgrote ui, fijngesneden
50 gr bladpeterselie, fijngesneden
zout en peper

Kruid het gehakt met zout en peper en vermeng alles met de hand tot een soepele massa. Meng de ui en de peterselie erdoor. Vorm er 2 cm dikke en 7 cm lange worstjes van. Leg ze op een met olie ingevet vel aluminiumfolie en rooster ze 8 minuten onder de hete grill tot ze goudbruin zijn; keer ze halverwege de tijd. 

Tzatziki

2 tenen knoflook, zeer fijn gehakt
2 el olijfolie
1 el citroensap
1 kleine komkommer
1 tl zout
600 gr Griekse yoghurt
2 el gedroogde munt

Doe de knoflook, olijfolie en het citroensap in een kommetje en zet apart.

Schil de komkommer in de lengte in strepen - verwijder op de ene baan de schil en laat die op de andere baan zitten. Rasp de komkommer grof, strooi er zout over en laat de komkommerrasp in een fijne zeef in de gootsteen uitlekken. Druk het vocht er met je handen uit. 

Doe de yoghurt in een kom en roer de munt erdoor. Voeg het knoflook-olijfoliemengsel en de komkommer toe. Strooi er zwarte peper bij. Serveer de tzatziki niet meteen maar bewaar het mengsel in de koelkast en laat de smaken wat op elkaar inwerken. 

Tomatensalade

5 tomaten, in kleine blokjes gesneden en de zaadjes verwijderd
feta, hoeveelheid naar smaak
handvol verse munt
zout en peper

Leg de fijngesneden tomaten op een plat bord. Verkruimel de feta tussen je vingers en strooi over de tomaten. Was de munt en snijd deze fijn. Strooi ook deze over de tomaten. Voeg een beetje zout en peper toe. Als je de combinatie tomaat en verse munt hebt geproefd dan is tomaat en basilicum opeens een beetje saai. Dat beloof ik. 

donderdag 7 juli 2011

Huwelijkse hoeksteen


Het was de rilette van eend die Laura en Steve samenbracht. Steve had na een vermoeiende dag op zijn werk zin gekregen in eendenpaté en stapte net voor sluitingstijd een delicatessenzaak in Brooklyn binnen. Laura werkte daar achter de kassa. Zij was niet blij met de klant die zich schamele minuten voor sluiting bij haar meldde maar werd getroffen door zijn zachtheid. Hij was direct verliefd. Steve, een jaar eerder gescheiden en vader van twee kinderen, werd een vaste klant in de winkel. Hij stapte zelfs elke dag een halte eerder uit de metro om in haar winkel zijn boodschappen te doen. Hij besteedde elk bezoek minstens honderd dollar om langer bij zijn caissière in de buurt te zijn. Hij droomde van de dag dat ze bij de charcuterie zou gaan werken of achter de kazen zodat hij tenminste een gesprek met haar kon voeren. Bij de kassa stond altijd zo’n lange rij en doorstroom was gewenst. Om tijd te rekken vroeg hij haar om informatie over de producten dicht bij de kassa: de frisse-ademsnoepjes en de kauwgom. Hij kocht ze naar hartelust hoewel hij ze nooit gebruikte. Zij gaf hem gratis gebakjes en dat moedigde hem aan. Na verscheidene maanden van die gebakjes, de eendenrilette en eindeloze hoeveelheden knoflookworsten—wat bij elkaar volgens de huisdokter een enorme stijging van Steve’s cholesterol veroorzaakte—had hij eindelijk de moed om haar uit te vragen. Zij was helaas al verloofd met een Noord-Europese man, tevens gescheiden en met kinderen. Na enige tijd verbrak Laura deze verloving. Een afspraakje met Steve werd eindelijk werkelijkheid. Dit was in 2006. Steve en Laura verloofden zich in 2009 en ze zijn op 18 juni van dit jaar getrouwd in Prospect Park in Brooklyn.

Ik verzin geen woord van bovenstaande alinea. Sterker nog, mijn tekst is een hele korte samenvatting van het veel uitgebreidere artikel dat de New York Times wijdde aan dit stel. Laura en Steve zijn niet beroemd. Waarom hun ontmoeting voor de krant zo nieuwswaardig was is mij niet duidelijk. Dat het weleens zo zou kunnen zijn dat Steve en Laura kapitalen hebben betaald voor hun paginagrote huwelijksaankondiging wil ik niet weten. De details zijn desalniettemin om te smullen. Steve kreeg een steeds hoger cholesterol omdat hij zich ongans at aan eend en deed niet alleen zijn spijkerbroek voor het eerste afspraakje in de wasmachine maar hij liet warempel ook op de valreep nog zijn haar knippen. Laura ging, in de tijd tussen hun eerste afspraakje en hun verloving, naar het conservatorium in Baltimore maar werd uiteindelijk barista. De moraal van het verhaal doet een beetje afbreuk aan het zoete artikel (zoals de moraal wel vaker het vermogen blijkt te bezitten om de dingen te verpesten): “Liefde heeft altijd een prijs maar Steve kreeg veel meer dan hij ooit voor die paté heeft hoeven betalen.” Die laatste zin verzin ik niet. Dat deed de verslaggeefster van de Times al voor me.

Afgezien van het feit dat ik een vurige anti-monarchist ben (om wonend in de Verenigde Staten nu te stellen dat ik een Republikein ben, ligt wat gecompliceerd) denk ik dat ik wel hierom zo weinig belangstelling heb voor Koninklijke huwelijken. Prins Pils zal vast zijn eigen broek niet hebben gewassen voordat hij onze blonde breedgekuite schone mee uitnam. Alle ontroerende details van de liefde ontbreken. In plaats daarvan wordt me bijna opgedrongen dat ik interesse moet hebben voor de trouwjurk van een volslagen onbekende vrouw die nu opeens prinses wordt. Mijn grote interesse voor mode kent echter een grens bij trouwjurken die doorgaans toch vooral wit en enkellang zijn.

In de staat New York mogen homoseksuelen nu ook trouwen. Uiteraard ben ik van mening dat als hetero’s zich in de echt mogen verbinden, homo’s dit ook moeten kunnen doen. Wanneer ik echter jubelende berichten vanuit de Nederlandse media lees over de acceptatie van het homohuwelijk in New York dan erger ik me een beetje. Het is weinig kritisch. Het gevaar – zeer reëel en door velen gevreesd – is dat homo’s die niet zullen trouwen, als stel niet serieus zullen worden genomen. Ik ervaar dit als hetero zelf al twee jaar aan den lijve. Was ik niet Echtgenote K geweest dan had ik geen visum gekregen en was ik niet met dezelfde egards behandeld. Ik had nog geen bibliotheekpas bij Echtgenoots werk kunnen aanvragen! Het huwelijk word je hier door de strot geduwd omdat andere vormen van een door de staat geregeld samenlevingsverband niet bestaan. Je kunt hier geen samenlevingscontract afsluiten en dus zul je moeten trouwen, homo of niet, trouwlustig of niet.

Zelf wil ik graag een volgende keer trouwen met een in witte enkellange bruidsjapon gehulde homo. 

Voor vandaag een wit gerecht. Bloemkool met een papje. Probeer nu alsjeblieft eens echt werk te maken van je roux. Het verschil is zo groot. Dit doe je zo:

Voor vier personen: 

1 liter melk
1 laurierblad
1 kleine ui
2 teentjes knoflook
50 gr boter
50 gr bloem
4 el slagroom
100 gram geschaafde pittige kaas (Cheddar, belegen kaas)
1 grote bloemkool
4 el fijngeraspte parmezaan

Schenk de melk in een pan en voeg het laurierblad toe. Schil de ui, steek er de knoflooktenen in en voeg aan de melk toe. Breng de melk aan de kook. Zodra de melk begint te rijzen, zet je het vuur uit en laat je de melk afkoelen. Verwarm de oven voor op 220 graden celsius. Smelt de boter in een pan met dikke bodem, roer de bloem erbij en laat het mengsel koken. Roer regelmatig. Het mengsel mag een beetje goudkleurig worden en gaan geuren. Giet de warme melk erbij en laat het mengsel bijna koken. Als je klontjes ziet, wanhoop dan niet. Je roert ze er makkelijk met een garde uit. Roer tot de saus dikker begint te worden. Zet het vuur laag en laat de saus nog een kwartier tot twintig minuten pruttelen. Voeg de slagroom en Cheddar/belegen kaas toe. 
Breek de bloemkool in grote roosjes. Breng een grote pan water aan de kook en laat de roosjes daarin vallen. Drie of vier minuten in het kokende water is voldoende. Giet de bloemkoolroosjes goed af. Breng de bloemkool nu over in een ovenschotel. Giet de kaassaus over de roosjes (het laurierblad en de ui met knoflook mogen nu worden weggegooid). Bestrooi de schotel met nog wat parmezaanse kaas. Zet de schotel in de oven en bak de bloemkool twintig minuten. Er heeft zich dan een gouden korst gevormd en de saus is lekker aan het bubbelen. 

donderdag 30 juni 2011

Christelijke abondantie


Soms kan ik de neiging nauwelijks onderdrukken. Ik zie ze, in het wild, op zondagochtend lopen. En ik kan het bijna niet weerstaan. Ik heb zin om zo’n brave christen een aai over zijn bolletje te geven. Zoals je doet bij een kind wanneer het zijn knie heeft geschaafd. Het heeft toch ook iets aandoenlijks om mensen keer op keer naar de kerk te zien lopen en daar weer met lege handen vandaan te zien gaan? Die neiging wordt vrij gemakkelijk de kop in gedrukt wanneer ik hetzelfde volk protesterend voor de New Havense abortuskliniek zie staan. Dat is zo’n smakeloos kwetsende bedoening dat mijn maag zich omdraait. Met spandoeken en geschreeuw proberen ze de ongelukkige vrouwen de toegang tot de kliniek te belemmeren. Ergernis is niet voldoende om uitdrukking te geven aan wat ik hiervan vind. Hun naïeve bolletjes wil ik nu tot bloedpulp slaan.

Ja, christenen kunnen me behoorlijk op de zenuwen werken. Zo zijn er hier natuurlijk ook gewoon te veel van. Ze komen werkelijk uit alle hoeken en gaten. Het lawaai van de kerkklokken is hier niet van de lucht. En reken er maar niet op dat ik hier spreek over een bescheten “Aan de Amsterdamse grachten” dat ik weleens uit de Westerkerk hoor komen. Nee, dit klokgelui gaat maar door, is keihard en er is melodieus bovendien geen touw aan vast te knopen. Ik kan natuurlijk best mijn eigen ergernis hierover verwoorden maar maak veel liever gebruik van “Tism” die dit op de rellerige website “FOK!” op heel eloquente wijze doet:

“Waarom Stuuren ze tegenwoordig niet gewoon een sms-je naar al die stoffige gereformeerde sukkels, met de tekst "Attentie, de klokken luiden nu een kwartier lang, geniet er maar van", zodat de niet geinterreseerden onder ons (een meerderheid) er geen last van hebben en de televisie en radio niet harder hoeven te zetten en dus de buren ook niet geïrriteerd raken en hoeven te moeten lopen zeiken dat die te hard staan. Waarom kennen ze niet met hun tijd mee gaan, het is toch allemaal achterhaalt, of nie!?”

Ik vind het fijn dat ik niet de enige ben die zich ergert. Tegenwoordig troost ik me met de gedachte dat Tism zich ergens ook zit op te winden. Dat klokluiden: ik snap het gewoon niet. Degenen die naar de kerk gaan, weten dit inmiddels toch wel van tevoren? Of zijn christenen, net als vissen? Hebben ze een geheugen van twee seconden? Moeten de kerkklokken laten horen dat ze nog steeds de goede kant op lopen?

36% van de Nederlanders gelooft dat er “iets” is. Als je met die mensen praat, verzuchten zij vaak een bezwerend “er is meer tussen hemel en aarde”. Alsof dit gegeven alleen hen al met meer wijsheid begiftigt. Deze mensen noem je ietsisten. Dat maakt mij vanzelfsprekend een espressist: ik geloof heilig in een sterke kop espresso in de ochtend. Ik heb geen kerkklokken nodig om me aan mijn geloof te herinneren en maak gaarne een tripje naar de winkel wanneer mijn voorraad geloof op dreigt te raken. Op de basisschool had ik welgeteld één kind in de klas dat in God geloofde. Hij vergeleek geloven in God met het ruiken van een scheet. Ook een scheet kun je niet zien maar hij bestaat wel. Dit is misschien het “iets” waar al die Nederlanders inmiddels in geloven.

De Paus twitterde twee dagen geleden voor het eerst: “Dear Friends, I just launched News.va Praised be Our Lord Jesus Christ! With my prayers and blessings, Benedictus XVI”. Ik moet zeggen dat ik beter vermaak vind in de christelijke wijsheden die om de paar weken op een letterbord bij de St Paul’s Union American church op de hoek van onze straat verschijnen. 


Echtgenoot en ik fantaseren er lustig op los. De teksten verschijnen als donderslag bij heldere hemel. Wie schrijft ze? Iets of God? Hoeveel letters heeft Hij/Het in zijn letterbak? Hopelijk geeft Hij/Het me binnenkort antwoord op mijn vraag naar de kerkklokken.

We wachten af. 

Voor deze week een recept voor een lekkere hostie: wentelteefjes. Of je deze nu wilt eten om dichter bij Jezus te zijn of omdat je je zondagochtend ontbijtend (al dan niet onder het genot van klokgelui) wilt doorbrengen.

1 ei
2 zakjes vanillesuiker
1 el kaneelpoeder
2 1/2 dl melk
8 sneetjes oud wit brood
40 gram boter

In een diep bord klop je het ei, de vanillesuiker, het kaneelpoeder en de melk los. Snijd de korstjes van het brood. Wentel de sneetjes brood per stuk door het eimengsel en leg ze op een diep bord op elkaar. Schenk de rest van het eimengsel over de stapel boterhammen. Laat dit intrekken totdat alle sneetjes doorweekt zijn. Verhit in een grote koekenpan de helft van de boter en bak de helft van het brood in ongeveer vijf minuten goudbruin. Verhit de rest van de boter en bak op dezelfde manier de rest van het brood. Serveer met suiker, kaneelpoeder of lekkere jam. 




donderdag 23 juni 2011

Lelijk taalgebruik


Ik hoorde het een paar weken geleden voor het eerst. Echtgenoot werd door een onbekende man, van wie hij net een paar sportsokken had gekocht, aangesproken met “buddy”. “Did you find everything you need, buddy?”. Ik kende dat woord voorheen alleen maar in de context waarin het thuishoort: als vriendelijke aanduiding van een gekwalificeerd vrijwilliger die zo goed is om zijn vrije tijd door te brengen met het ondersteunen van mensen met een levensbedreigende ziekte. Sinds wanneer was echtgenoot buddy’s met deze vreemdeling? Leidt echtgenoot een schaduwleven? En kon ik er nog iets aan doen om deze ramp af te wenden? De man was namelijk niet dodelijk ziek: hij leed slechts aan lelijk taalgebruik. “Buddy”, dat klinkt bijna zo erg als: “alrighty” of “See you later, alligator”. In het Nederlands zo lelijk als “goeiesmorgens” of “doei, doei”. Eén keer “doei” is ernstig, bij twee keer kop eraf!

Ik zal vast niet de enige zijn die bij domme Nederlanders vrij direct aan de zanger van Volumia moet denken. Zijn naam is Xander de Buisonjé en het zou mij niet verbazen als het hem een hele tijd heeft gekost om dit goed te kunnen spellen. Het leven is te kort om moeilijk te lopen denken, zo verkondigde hij ooit met verve. Dit moet de tekst van zijn bekende meezinger “Hou me vast” verklaren. “Niemand weet waarom de nacht weer dag wordt”? Op de website van de Hervormde Kerk in Nijkerk kunnen we lezen dat dit komt omdat Hij de zon en de maan in zijn hand heeft en zorgt voor de afwisseling van dag en nacht. Inmiddels zijn er echter ook mensen die vermoeden dat dit te maken heeft met het draaien van de aarde. De kant die naar de zon is gekeerd heeft licht. De kant die van de zon is weggekeerd heeft nacht. “Niemand weet waarom een bloem verwelkt?” Dit, beste Xander, komt door het hormoon ethyleen dat de groei en ontwikkeling van planten regelt. Als je een roos van een struik snijdt, dan maakt de roos meer ethyleen aan en zal de bloem eerder vergaan. “Niemand weet waarom er mensen slapen in de kou”? Dat is inderdaad een lastige. Er zijn mensen die zich geen huis kunnen veroorloven. Je hebt ze ook die zich niet willen conformeren aan onze “huisje, boompje, beestje”-idealen en prefereren op straat te leven, en anderen hebben het misschien snel warm. Xanders leven is te kort om over dit soort vragen na te denken. Nadenken zal wel niet echt zijn “ding” zijn.

Trouwens, waarom is het nog steeds niet strafbaar om “stukje” te gebruiken wanneer het heel duidelijk geen “stukje” kan betreffen. Er bestaat niet zoiets als een stukje tevredenheid. En mensen die het hebben over een “stukje” zelfontplooiing zou ik willen aanraden te beginnen bij een “stukje” fatsoenlijk taalgebruik. Laten we bij dezen afspreken alleen J.C. Bloem nog toe te staan een stukje te gebruiken: “Een stukje bos, ter grootte van een krant / Een heuvel met wat villaatjes ertegen / Geef mij de grauwe, stedelijke wegen / De’in kaden vastgeklonken vastgeklonken waterkant” Zo hoort het en niet anders.

In het Nederlands is “gewoon” en “eigenlijk” wat in de Verenigde Staten “like” is. Het woord wordt te pas en te onpas gebruikt en de betekenis is volstrekt hol. “Oh, this is like so amazing, like really”. “And then he was like.., and she was like.., and then I said that’s like awesome”. Ik maak geen grap. Menig gesprek verloopt volgens bovenstaand patroon. Ook het stippellijntje is niet gelogen. Het “like” wordt vaak niet ingevuld. De spreker probeert uitdrukking te geven aan een persoonlijke ervaring maar de ervaring is blijkbaar te machtig. Woorden schieten tekort en het “like” blijft in het luchtledige hangen. Als de spreker er “echt voor zou gaan” dan heeft hij wellicht meer kans om zijn “target” te halen. Dan kan hij dat thuis aan zijn “kids” vertellen of natuurlijk aan “de kleine”. De kriebels kruipen over mijn rug. Hasta la vista, baby!

“Kekke” pasta met paprikarelish

Voor vier personen

400 gram pasta 
4 takjes basilicum om te garneren

voor de relish:
1 tl komijnzaadjes, geplet
2 tl olijfolie
500 gram rode en gele paprika's in reepjes van 1/2 cm breed
5 teentjes knoflook, fijngehakt
2 middelgrote rode pepers, zonder de zaadjes, fijngehakt
4 middelgrote rijpe tomaten, ontveld
2 el zongedroogde tomaten, fijngesneden

Rooster de komijnzaadjes ca 1 min in een droge hete koekenpan. Voeg olie, paprika, knoflook en rode peper toe. Laat met deksel op de pan in ongeveer 40 minuten op zeer laag vuur zacht worden. Hak de tomaten grof. Doe tomaat en zongedroogde tomaat bij de paprika in de pan. Betrooi met wat zout en laat zonder deksel op hoog vuur 5 minuten inkoken tot een dikke saus. Kook ondertussen de pasta. Doe de saus bij de pasta en laat dit nog een minuut doorwarmen zodat de pasta de smaak van de saus goed kan opnemen. Garneer met basilicum.