dinsdag 14 augustus 2012

Berlin baby



Het begint al tijdens de zwangerschap: winkelen. Een baby krijgen betekent één grote shopping extravaganza. Want, zo staat in alle boekjes, een baby heeft heel veel nodig! En natuurlijk wil je de allerbeste ouder voor je kind worden dus je koopt braaf wat je voorgeschreven wordt en een beetje meer om nog béter te zijn dan de andere ouders. Je gunt je kind immers het allerbeste. Knisperend acryl en knuffels zonder bezieling horen in een blije babywereld niet thuis. Rompertjes van de Zeeman zijn uiteraard niet goed genoeg: ze moeten van Petit Bateau of Smafolk zijn. Het leven van de baby moet immers goed en smaakvol beginnen. Huilt je baby? Dan komt dat vast omdat je hem niet in een Aden en Anaisdoek hebt ingebakerd http://www.adenandanais.com/shop/classic.aspx. Het is altruïstische hebzucht. Onder het mom van goed ouderschap zoveel mogelijk mooie spullen willen vergaren. Sterker nog, wanneer je het niet doet ben je een slechte ouder. Ik beken volledige schuld. Ik ben volkomen weerloos bij het zien van polkadotjurkjes van Eponime, jumpers van Makié, gestreepte maillots van Melton en rompertjes met frisgroene appels van Smafolk. Ik moet er niet aan denken dat mijn dochter op een matras van “eng” spul zou moeten slapen dus is haar matrasje een Coco mat organic crib mattress dat uiteraard een rib uit je lijf kost. Alles moet duurzaam, biologisch, mooi, schattig en origineel. Er worden snoezige stofjes en bollen angorawol gekocht om de baby in visuele weelde op de wereld te kunnen zetten. Zelfgebreide dekentjes, vestjes, mutsjes en schoentjes, zelfgenaaide lakentjes en gordijnen. In mijn geval breien en naaien moeder en schoonmoeder zich het schompes. Geen avond meer vrij voor de televisie maar bikkelen in de naaikamertjes. En ook al lijkt dit alles op ordinaire hebzucht het is ook wel degelijk nuttig. Mag de wereld voordat zij rauw wordt alsjeblieft liefelijk zijn en met zorg ingericht? De keiharde confrontatie met het leven nog even buiten de deur gehouden door zachte dekentjes en gebreide knuffels? Ik wil geen verwende materialist opvoeden maar de wereld is een betere plek waar schoonheid gewaardeerd wordt. Ik neem Cato niet voor niets zo vaak mee naar het museum! Ik zal spoedig bloggen over de meest fantastische musea in Berlijn die, onbegrijpelijk genoeg, vaak praktisch leeg en onbezocht zijn. Een bezoek aan Berlijn is overigens niets waard zonder ook een bezoek aan de dierentuin. 

Afijn, winkelen dus.

In twee maanden tijd ben ik een Berlijnse babywinkelexpert geworden en dus heb ik onderstaand lijstje gemaakt voor iedere zwangere, jonge moeder, oma's en opa's en mannen en vrouwen die cadeaus willen meebrengen uit Duitsland. Je kunt natuurlijk ook hele lieve babykleertjes bij de Hema en H&M kopen (kijk vooral naar die mooie duurzame babylijn) maar daarvoor hoef je niet naar Berlijn. De meeste van deze winkels kun je absoluut niet vinden wanneer je op een korte stedentrip bent (onwaarschijnlijke straten, gekke hoeken: met andere woorden: je hebt dit lijstje echt nodig!). 

Onderstaande winkels zijn allemaal in Prenzlauer Berg (het baby walhalla van Berlijn).

d.nik
Wörther Straße 14

Bij d.nik vind je de hele mooie knuffels van Senger (http://www.senger-tierpuppen.de/). Ik ben helemaal verliefd op de gans en de kameel (waarom zijn ze zo duur?). In de winkel worden ook mooie Scandinavische kindermeubels verkocht.

Die Kinderstube
Knaakstraße 20a (hoek Rykestr.)

Een hele fijne winkel. Veel speelgoed van Käthe Kruse (http://www.kaethe-kruse.de), hele mooie kleding (o.a. superschattige kimono’s voor kleine meisjes) en heel veel handig en mooi Duits spul. Denk bijvoorbeeld aan die heerlijke Duitse dekbedden in hotels en dan in mini-slaapzakuitvoering. 

Die Kleine Gesellschaft
Rykestraße 41

Heel veel speelgoed. Voor baby’s en voor oudere kinderen. Veel van Käthe Kruse maar ook bijvoorbeeld veel houten groente, fruit en gebakken eieren, mobiles en kleine verjaardagscadeautjes.

Woll-Igel
Schönhauser Allee 180 (hoek Fehrbelliner Str.)

Hier verkopen ze veel houten speelgoed en natuurtextiel. De winkel is minder “hip” dan de andere winkels in deze lijst maar ze verkopen er bijna alles. Ze hebben een ruim assortiment aan mooi degelijk Duits kinderspul. Schapenbont voor in de kinderwagen, katoenen luiers, hele fijne degelijke Duitse slaapzakjes, babybadjes en speelgoed voor iets oudere kinderen.

C 37
Choriner Straße 37

Hele mooie winkel. Als ik niet al een luiertas had dan had ik er hier waarschijnlijk één gekocht. De kleding is ook prachtig. Eén van de verkoopsters van deze winkel komt uit Columbia en verkoopt hier haar zelfbedrukte kleding. Heel erg fijn: stoffen bedrukt met zee-egels, walvissen en andere wonderen. Ook prachtige dekentjes, lampen en kinderschoenen (waaronder een grote verzameling regenlaarsjes). Wanneer Cato groter is dan koop ik hier een regenjasje voor haar (ik zag er één met kikkers en krokodillen). Naast deze winkel zit een tweedehands zaak volgepropt met knuffels, auto's, lego en nog veel meer. De winkel loopt letterlijk over van kinderspul. Voor oudere kinderen kun je hier, vermoed ik, erg goed slagen.

Winzig & Klein Kindermoden
Veteranenstrace 24 (deze straat is een must-go wanneer je van naaien houdt. Er zitten een paar winkels met de mooiste kinderstoffen, ga naar Frau Tulpe!).

Hele mooie chique winkel. Een beetje landelijke stijl. Veel Franse en Frans aandoende kleding (o.a. Eponime) en hele mooie schoentjes (o.a. van het Hollandse merk Boumy). Cato’s eerste schoentjes (leren donkerblauwe Boumy’s) zijn hier gekocht.

Mia Mohnstreusel
Pappelallee 18

De winkel is een beetje chaotisch want het is helemaal volgepropt met kinderkleding. Hier kun je je hart ophalen aan rompertjes en andere kleding van Smafolk. Ze hebben ook een grote collectie maillots!

HIT-IN.TV
Oderberger straße 34

Een winkel met kleding voor kinderen en dames. Allemaal van Berlijnse ontwerpers. Ik kocht er een joggingbroek voor Cato in hard blauw met opzetstukken van verschillende kleuren bij de knieën. Ik denk dat je hier nog beter kunt slagen wanneer je kind een jaar of twee is. Hele stoere truien met blaffende wolven, piratenrugzakken en mooie rokjes met felgekleurde stoffen.

Minouche
Sredzikistraße 22

Een vreemde eend in de bijt. De eigenaresse had ten tijde van mijn bezoek haar been gebroken en zat met haar been in het gips aan de telefoon. Ze was bepaald niet aardig terwijl ze haar klanten en leveranciers liet weten voorlopig niet te kunnen werken. Het kan ook de Duitse taal zijn maar ze klonk nogal krengerig. Ik neem de winkel toch op in het lijstje omdat het een aardige tweedehandswinkel is. Je kunt er goed dingen kopen die je nu eenmaal echt nodig hebt, die saai zijn om te kopen maar wel broodnodig (een autostoeltje bijvoorbeeld). Ik kocht er een piepklein houten nijlpaardje dat kan rollen (ook heel nuttig). Dat kon ik echt niet laten omdat nijlpaarden één van mijn lievelingsdieren zijn.

Kijk ook uit naar LPG BioMarkt (ik ga bijna dagelijks naar de LPG op de Kollwitzstraße). Dit is een hele fijne biologische supermarkt waar je ook kinderkruikjes, babyborstels, Weledaproducten en andere kindersnuisterijen kunt kopen. Er is een klein speelplaatsje waar je oudere kinderen even kunt “kwijt spelen” zodat je rustig je boodschappen kunt doen en op de toiletten kun je je baby ook verschonen. 

Ga tot slot naar Onkel Albert, een speelcafé speciaal voor ouders en kinderen
Zionskirchstraße 63

Je kunt er lunchen en limonade drinken en je kinderen kunnen er spelen terwijl jij uitblust met een lekkere kop koffie. Het kost een euro om ze in een speciaal ingerichte binnenspeeltuin te laten spelen. Er is een ballen- en zandbak, er zijn driewielers en meer knuffels en speelgoed dan voor te stellen. Uiteraard zijn de toiletten voorzien van een commode met luiers en vochtige doekjes.






Zo. Berlijn Baby dus. Was dit nuttig of niet? 




woensdag 1 augustus 2012

Ergernissen 3


Soms ben ik zo moe dat ik mezelf erop betrap dat ik met mijn heupen heen en weer sta te wiegen zonder dat ik mijn dochter aan het dragen ben. Dat wiegen is een automatisme geworden. Sta ik daar als een idioot met mijn heupen te wiegen zonder kind. Een lege kinderwagen wordt soms ook heen en weer gereden terwijl dochterlief allang in haar wieg ligt of in de armen van Echtgenoot. Baby’s zijn ongelooflijk leuk en lief maar niemand vertelt je dat ze ook ongelooflijk veel werk zijn. Daar hoor je dus nooit iemand over. Ze zijn bovendien gewelddadig. Je let even niet op en ze hebben zo een klein prikkevingertje in je oog gepord, of ze schoppen je met die kleine mollige puttobeentjes in je kruis. Aan je haar of aan je oorbel trekken is ook een favoriete bezigheid van die kleine tandenloze luierpoepers. Baby’s komen met veel weg omdat ze zo leuk zijn om te zien. Weet U wat naar is om te zien? Vrouwen van middelbare leeftijd die op een straat een ijsje eten. Daar word ik echt diepongelukkig van. Ik zal wel weer de enige zijn die echt hele enge associaties heeft bij bolletjes ijs en likkende tongen in combinatie met oudere dames.

Mensen die vies eten zijn sowieso een grote ergernis. Malers: zij die hun eten door hun gehele mond laten gaan. Slikkers: zij die slikken bij de eerste hap. Kauwers: zij die te lang kauwen alvorens te slikken. Ik hoor U denken: “op die manier kan ik het nooit goed doen”. Dat is dus niet waar. U kunt het best goed doen maar het moet gewoon even op mijn manier. Geen gemaal, geslik, gekauw, geen bananen in de metro, geen kauwgom waar dan ook, geen ijsjes in het openbaar voor mensen boven de vijftig. Als ik iets lelijks wil zien dan surf ik wel naar youporn.

Over seks gesproken. Ik heb het in dit blog veel te weinig over seks. Ik ben nu moeder dus het is waarschijnlijk ongepast om het over seks te hebben. Mijn oom (zelf homo) vertelde mij dat er mannen zijn die geilen op vrouwen die de borst geven. Ik geef overal de borst en ga over mijn nek bij de gedachte dat er iemand zou zijn die daarop kickt. Ik heb het dan ook nog niet opgemerkt. Ik merk het überhaupt niet meer als mannen met mij flirten. Misschien doen ze het ook wel niet. Hoewel ik laatst in de pizzeria een Peroni bestelde (dat is een biertje) en de ober mij knipogend vroeg of ik geen pepperoni (dat is een worst) wilde. 

dinsdag 31 juli 2012

Bioland Berlijn


Afgelopen donderdag was ik in Dahlem dorf, in het zuidwesten van Berlijn. Dit deel van de stad is gemakkelijk te bereiken per metro (hoewel U moet rekenen op een lange reis; ongeveer een uur), er is geen kip en het is er idyllisch. Ik bezocht in Dahlem een biologische boerderij (Bioland), schuin tegenover het schattigste metrostation ter wereld. Eenmaal binnen de poorten van deze boerderij is Berlijn ver te zoeken. Niets herinnert nog aan de stad. Er staat een tractor, er zit een oudere dame boontjes te doppen in de schaduw van een boom (dit verzin ik niet eens), er is een imker, je vindt er een stalletje waar groenten en fruit wordt verkocht en je kunt er bonen-tomatensoep en quiche kopen die je onder een parasol kunt eten. Achter de boerderij liggen de weilanden. Koeien staan er te grazen, kippen scharrelen wat rond en her en der staan bankjes waar mensen zitten te lezen. Ik vond het heerlijk om even uit de stad weg te zijn (hoewel het in Berlijn nooit echt heel druk is). Dochterlief reageert op elke bromvlieg en zwaluw alsof zij hun kunstjes uitvoeren speciaal voor haar vermaak. Bij het stalletje kocht ik de heerlijkste producten. Op mijn blog “Eva kookt over” volgt morgen het recept voor een perfecte clafoutis aux pruneaux. 















zaterdag 21 juli 2012

Berthe en jonge sla


Ik verslikte me bijna in mijn toast met abrikozenjam toen ik eergisteren mijn virtuele krant “opensloeg” en tussen de overlijdensadvertenties zag staan dat Berthe Meijer op 10 juli is overleden. Dit nieuws was mij ontgaan. Wellicht was het overschaduwd door het overlijden van Rutger Kopland in dezelfde week. Het is een bijzondere samenloop van doden. De dichter die zo mooi schreef over jonge sla en de schrijfster van het kookboek waarmee ik voor het eerst begon met koken. De kookcursus van het buurthuis in de Vinkenstraat en het kinderkookcafé niet meegerekend. Het NRC Handelsblad Kookboek van haar hand heb ik dikwijls geraadpleegd. Mijn vader reisde al heel vroeg de wereld over en zette mij thuis de meest exotische maaltijden voor dus ik heb me pas recent gerealiseerd hoe bijzonder het eigenlijk was dat Berthe al met Noord-Afrikaanse en Aziatische recepten aankwam terwijl de spruitenlucht nog in menig Hollanse keuken hing. Zij leerde ons tabouleh eten voordat het “in” was virtueel mee te protesteren met de betogers op het Tahrirplein in Caïro of om Instagramfoto’s te maken in Marrakech. Overigens zien met Instagram alle foto’s eruit alsof ze in de jaren zeventig in Beirut zijn genomen.

Soms maak je kennis met mensen die je nooit zult ontmoeten. En soms denk je dan te weten dat je het goed met ze zou kunnen vinden. Ik denk dat ik Berthe een leuk mens had gevonden. Net zoals ik denk dat ik Jamie Oliver een leeghoofd zou vinden en Mick Jagger een vervelende zeikdoos, maar dat terzijde.

Voor Berthe, die de Holocaust overleefde en tegelijkertijd met Anne Frank in concentratiekamp Bergen-Belsen zat, is het leven na de oorlog nooit meer eenvoudig geworden. Voor haar is er nooit vrede gekomen: in haar hoofd is het altijd oorlog gebleven. Haar voorraadkasten stonden altijd vol, ze durfde niet in drukke bussen, stapte nooit in de lift en ze bewoonde slechts huizen die voorzien waren van goede schuilplaatsen. Toen ze kon terugkijken op haar leven schreef ze haar memoires Leven na Anne Frank. Niet om te kunnen berusten in het verleden, niet om af te sluiten en niet om te vergeven maar om te verklaren waarom zij, en andere oorlogssslachtoffers, is [en zijn] zoals ze is. Oorlog in haar hoofd maar toch ook de energie om er iets van te maken. Ze wilde de moffen (haar woorden) niet de eer geven om verdrietig in een hoekje te gaan zitten. Ze voelde zich aan de doden verplicht om iets van het leven te maken. Ze woonde drie jaar lang onder Gerard Reve en Hanny Michaelis op de Oude Achterburgwal. Ze had drie jaar lang een verhouding met Ischa Meijer die ze als baby nog had meegemaakt in Bergen-Belsen. Ze werd culinair recensente bij NRC Handelsblad en schreef verschillende kookboeken. Voor mij was ze een groot voorbeeld omdat ze nooit kwam met antwoorden, oplossingen en vrolijke prietpraat over vergeving. Ze leefde met alle gruwelijkheden van haar verleden en maakte er desondanks iets van. Desnoods met dure bonbons, cream cheese of twee ons ossenworst. Berthe kon zichzelf gelukkig koken.

Berthe, rust zacht.

Jonge Sla

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen, stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.
Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee. 

donderdag 12 juli 2012

De Doelgroep


Echtgenoot en ik passen sinds kort in een doelgroep. Wij zijn dertigers, we wonen in het hippe Prenzlauer Berg, hebben een kind en een bijbehorende dure kinderwagen. Zo zijn wij het prototype geworden van de “yup” die Oost-Berlijn van de Ossie’s wil afpakken en overal latte macchiato wil kunnen drinken. Nooit eerder was ik iemand van een doelgroep. Ik kon me nooit vinden in de Patat Generatie en de Niks Generatie vond ik ook niks. Dit nieuwe stempel bevalt me allerminst maar er is overduidelijk geen ontkomen aan. Soms zie ik mezelf in het glas van een winkeletalage en moet ik bekennen dat ik op het stereotype “jonge moeder in de stad” lijk. Regelmatig wordt mij de weg met de kinderwagen bruut versperd door mensen die er blijk van geven dat wij hier niet horen. De oorspronkelijke Oost-Berlijnse bevolking is er niet van gediend dat hun buurt is overgenomen door mensen met geld en dat hun straten zijn omgeven door mooie winkels en koffiebars. Af en toe kan ik me nauwelijks bedwingen en wil ik zo’n chagrijn zo graag toeroepen dat de kinderwagen een gift was. Dat wij helemaal geen verwende dertigers zijn. En dat ik mijn koffie het liefst zwart drink.

Ik vraag me vaak af of stereotypes zelf doorhebben dat ze stereotypes zijn. Wanneer ik bijvoorbeeld een vrouw van veertig zie fietsen met een rugzak om en van die knuffels aan haar sleutelbos dan kan ik niet anders dan mezelf de vraag stellen of zij wel doorheeft hoe typisch ze nu aan het doen is. Alsof ik niet allang weet dat haar hele kast vol King Louie jurkjes hangt en ze het liefst twee vlechten in haar haar draagt. Deze vrouwensoort komt overigens in de Verenigde Staten niet voor. Daar voert een ander vrouwtype de boventoon: het type vrouw dat in haar yogapants achter het stuur van haar dikke auto kruipt. Haar I-phone altijd binnen handbereik, haar zonnebril in haar haar. Ze is extreem sportief, vandaar dat ze ook altijd haar Nike’s draagt. En dan heb je een bepaalde man. Deze soort komt, volgens mij, in de gehele Westerse wereld voor. Het is De Man die het liefst zijn avonden doorbrengt in zijn schuurtje terwijl hij bier drinkt, peukjes rookt en aan zijn auto sleutelt. De academische variant hiervan zit graag in zijn tuinhuisje boeken te lezen en schrijven.

Ik zit in een vervelende doelgroep maar ik ben allang blij dat ik niet zo’n type ben dat donkere stegen en oude havens aan het fotograferen is. Graffiti en kunstig geschuimde cappuccino’s zijn bij die types ook altijd dankbare fotografische onderwerpen. Dit kunstenaarstype vindt zichzelf, hoewel er velen van zijn, heel origineel. Berlijn is het summum voor deze hipster. Wist U dat een snor ook weer helemaal terug is van weggeweest? 

zaterdag 30 juni 2012

De Rozijn


Mijn eerste yogales in Berlijn begon goed. De enige andere persoon met een legging aan was een man van middelbare leeftijd met veel lichaamshaar. Voor de rest werd de studio gevuld door een groep vrouwen met een slecht kapsel en een wijde broek aan. De afgelopen twee jaar deed ik aan yoga in New Haven. Daarvoor in New York City. Aan de Oostkust van de Verenigde Staten is een vinyasa flow yoga les gewoon een uur keihard zweten. Het begin en einde van de les bestaat uit een minimale hoeveelheid “bezinning”, “meditatie” en “het hier en nu op de mat”. De meeste beoefenaars komen vooral voor de mooie bovenarmen die je ervan krijgt. Zo niet in Berlijn. Niemand had echt mooie bovenarmen maar iedereen leek wel heel erg…Zen.

De studio was Duits smetteloos en voor aanvang van de les zat men in kleermakerszit te wachten met een kop kruidenthee. Het praten gebeurde op zachte en vriendelijke toon. Niemand kwam te laat en de les begon dan ook stipt op tijd. Amerikanen rennen altijd op het laatste moment de les binnen, of ze komen binnen stuiven als de les inmiddels al een kwartier bezig is. Ze jassen er dan effe een lotushoudinkje tegenaan en gaan zo snel mogelijk over tot de orde van de yoga.

Na tien minuten in unten schauende Hund (ja echt, dat is downward facing dog!) gingen we over op wat ik niet anders kan typeren als gymnastiek. Linkerhand in de zij, rechterarm gestrekt omhoog en dan EINATMEN AUSATMEN EINATMEN AUSATMEN! Het was wunderbar! De lerares liep nog net niet met een stok door de zaal maar dat nam niet weg dat ik me behoorlijk geïntimideerd voelde. Ademen op keihard Duits commando dus oh wee als je je adem inhoudt.

Het absolute hoogtepunt van de les had ze bewaard voor het einde. We kregen allemaal twee rozijnen. Eén rozijn moesten we tussen onze duim en wijsvinger houden. De instructrice wilde weten hoe de rozijn aanvoelde. De yogales draaide om langzame beleving en bewustwording. Bewustwording met rozijnen. Hoe voelde de rozijn, hoe voelde de structuur van de rozijn, hoe groot voelde de rozijn? Neem de rozijn in de mond. Hoe voelt de rozijn nu? Voelt de structuur van de rozijn nu anders aan? Kauw op de rozijn. Kauw zo langzaam mogelijk op de rozijn. Hoe smaakt de rozijn? Voel hoe de rozijn langzaam tussen je kiezen verdwijnt. En dan: wees je ervan bewust dat je je lichaam hebt verzwaard met een rozijn. Je lichaam is nu één rozijn zwaarder. Rozijn nummer twee onderging hetzelfde lot. 

Na anderhalf uur was de les afgelopen. Mijn lichaam verzwaard met twee rozijnen, mijn bovenarmen onaangedaan.

Op weg naar huis kwam ik twee Nederlandse jongens tegen die “arty” posters in een Berlijnse steeg aan het fotograferen waren. Na een korte blik op mijn yogatenue geworpen te hebben, constateerden zij, denkend dat ik het toch niet zou verstaan, dat je hier wel “veel lijpo’s hebt rondlopen”. En zij wisten nog niet eens van mijn rozijnen. 






(noot: inmiddels heb ik yogalessen gevonden die beter bij me passen.)

maandag 25 juni 2012

Miskramen


Mijn dochter is inmiddels bijna zes maanden oud. Ik durf haar nu – onder mijn toezicht – af en toe op haar buik te laten slapen omdat ze dat zoveel fijner vindt. Doktoren raden je aan om baby’s op de rug te laten slapen om de kans op wiegendood te verminderen. Onder toezicht betekent dat ik elke paar minuten even een kijkje ga nemen. Vaak leg ik mijn oor tegen haar kleine ruggetje te luisteren. Ik hoor haar krachtige hartslag in dat frêle lijfje bonzen. Soms moet ik dan even huilen omdat ik zoveel van haar houd. Iedereen zegt dat je leven voorgoed verandert wanneer je kinderen krijgt. Het leek me altijd een overbodige opmerking. Uiteraard verandert je leven door het ouderschap. Alles verandert: je lichaam, je huis, je relatie, de manier waarop je in het leven staat en vooral het beeld dat je van jezelf hebt. Er is niets dat ik niet voor mijn dochter zou doen. De dingen die ik voor mezelf niet durf, de ruimte die ik voor mezelf nooit zou durven opeisen, die vraag ik moeiteloos voor haar. Ik schaam me niet om over straat te dansen wanneer dit ervoor zorgt dat mijn dochter stopt met huilen, ik trotseer de wrevel van de verpleegkundige door, na een inenting, een pleister op haar dijtje te weigeren (omdat het verwijderen ervan mijn dochter pijn doet) en ik wil niet dat iedereen mijn kind vasthoudt. En ik durf dat nog te zeggen ook.

Er was een periode dat ik bang was nooit moeder te worden. In één jaar tijd verloor ik twee maal na negen weken mijn zwangerschap. Twee maal negen weken waarin ik al dromen had voor mijn kind, namen had bedacht, rompertjes had gekocht. Negen weken waarin ik me bijzonder had gevoeld omdat er een heel klein vruchtje in mij groeide dat later zou uitgroeien tot een echt kind. Ik weet heus dat een miskraam vaker voorkomt, ik weet heus dat het niet het ergste is dat je kan overkomen. Het is echter ook niet nodig om te reageren op een miskraam alsof het om neusverkoudheid gaat. Een miskraam afdoen met opmerkingen over windeieren en “ach, het was nog zo pril” is grof en ongevoelig. Mensen lijken in de veronderstelling te verkeren dat ze de eerste twaalf weken van hun zwangerschap verborgen moeten houden omdat “er nog zoveel mis kan gaan.” Wanneer iedereen dit echter blijft doen dan blijft een miskraam krijgen in een taboesfeer hangen waarin het niet thuishoort. Het hoort niet te voelen als falen om een miskraam te krijgen en het hoort niet geheim te blijven.

Zelfs nu ik eindelijk een gezonde dochter heb, denk ik vaak terug aan mijn eerste twee zwangerschappen. De eerste keer was ik uitgerekend op Eerste Kerstdag 2010, de tweede keer op 1 augustus 2011. De suggestie dat tegenslag je sterker maakt vind ik kwetsend. Het impliceert dat je blij mag zijn met alle narigheid die je overkomt. Je wordt er immers zoveel sterker van.

Het leven slaat je soms knock-out. Je staat weer op en triomfeert maar je wordt er niet sterker van. Niet echt. Toegegeven, je weet beter hoe je moet omgaan met tegenslag. Maar telkens wanneer ik een klap krijg duurt het langer voordat ik er weer bovenop ben. Misschien is het wel zo dat je na misère geluk sterker ervaart. Ik weet heel goed hoe ik gelukkig moet zijn. Ongeluk heeft me niet sterker gemaakt maar ik besef steeds beter hoeveel geluk ik nu heb. De wereld ligt aan mijn voeten.