donderdag 8 september 2011

De mooiste musea 1


Ik heb een te doen-, te lezen- (kennelijk vind ik lezen iets anders dan doen) en te regelenlijstje. Op mijn te regelenlijstje staan meestal enge dingen die te maken hebben met mijn administratie. Vaak behelzen dit zaken als: “kopie paspoort maken in verband met beëindiging telefoonabonnement”, “bezwaar aantekenen boete” of “rijlessen regelen, NU EINDELIJK rijbewijs”. De goede verstaander heeft waarschijnlijk allang door dat dit lijstje nooit slinkt. Ik haat dit lijstje maar het maken ervan ontslaat mij niet zelden van de verplichting het lijstje ook daadwerkelijk “af te werken”. Althans, in gedachten is het lijstje máken al heel wat en moeten die instanties maar eens ophouden met aan mijn kop te zeuren. Er is immers al de lijst waarop hun naam nauwkeurig staat genoteerd. Dat mogen ze best controleren. Ook heb ik al van jongs af aan de neiging om de dingen te categoriseren. Zo is rozenbotteljam lekkerder dan abrikozenjam maar aardbeien/ frambozenjam heeft de voorkeur. Daar gaat nooit iets aan veranderen, want dan moet ik mijn lijst aanpassen. In de categorie jonge diertjes spannen de mierenetertjes de kroon maar is een babyolifant ook moeilijk te versmaden. Negerzoenen zijn smakelijker dan een café noir maar halen het niet bij een gevulde koek. De beste huilscène ooit werd gespeeld door Al Pacino in The Godfather 3 en het lekkerste notenrozijnenbrood ter wereld koop je bij Paul Annee in Amsterdam. Zo!

Categoriseren is belangrijk. Je leert iemand goed kennen aan de hand van zijn voorkeuren. Ik heb daarom ook nooit goed begrepen waarom mensen zo tegen het gebruik van stereotypen zijn. Ik vind het heel helder om de wereld te kunnen verdelen in VPRO- en Varagids-mensen, Volkskrant- en Telegraafgespuis, paardrijtrut met CDA-sjaal-typen en Duitse leernicht met snor-mensen. Met vooroordelen is ook niet per se iets mis. Of wil je soms beweren dat Afrikanen niet sneller kunnen rennen? Duitse vrouwen helemaal niet allemaal sletten zijn en Grieken niet allemaal lui?

De afgelopen maanden heb ik nagedacht over de mooiste musea. Ik ben zo vriendelijk geweest om ze hieronder op een rijtje te zetten. Dit is mijn bijdrage aan een beter georganiseerde wereld. Kleine musea, opgericht door verzamelaars, zijn mijn favoriet. Hier is deel één van de lijst:

1. Museo del Specola
Via Romana 17, Florence

Het natuurhistorisch museum van Florence. Het museum bezit een adembenemende collectie opgezette dieren. Van vlinders tot torren en van uilen tot nijlpaarden. Ook zijn er prachtige schelpen, fossielen, stenen en koralen. Je voelt je Alice in Wonderland wanneer je door dit museum struint. Alles is opgesteld in begerenswaardig mooie kasten. Wat het museum verder bijzonder maakt is de gigantische collectie anatomiepoppen. Levensgrote poppen, met haar én schaamhaar, contrapposto poserend, de hand begeerlijk onder het hoofd, terwijl hun ledematen blootgegeven worden. Mooie dwarsdoorsneden van gevulde baarmoeders, siamese tweelingen en anatomische studies van spieren, pezen en botten. Oh, hoe mooi en romantisch de wetenschap ooit begon. Dit museum maakt al mijn Wunderkammer-dromen waar. 

2. Isabella Stewart Gardner Museum
280 The Fenway, Boston

Isabella Stewart Gardner, een goede vriendin van John Singer Sargent en Henry James, liet zich bij het verzamelen van kunst bijstaan door de vermaarde Bernard Berenson. Haar collectie kunstwerken is prachtig maar de manier waarop ze de werken tentoon heeft gesteld maakt het museum echt bijzonder. Het is de combinatie van een elegant bureautje met een schildersezel erop waarover schijnbaar achteloos het mooiste textiel is gedrapeerd en een schilderij is gezet. Het museum is gevuld met mooie hebbedingen: wellustige wandtapijten, tekeningen (een hele mooie Michelangelo), zeldzame boeken, keramiek en reliekhouders. Isabella reisde de wereld rond en ze kocht. Zoals zij haar leven en haar huis vormgaf, zo ziet het er nu nog steeds uit. Als je Isabella heet, mag je levenlang gratis het museum in en krijg je 10% korting op de spullen in de museumwinkel!

3. Museo Poldi Pezzoli
Via Manzoni 12, Milaan

Weer een verzamelaar. Ik denk dat huizen/musea van verzamelaars zo mooi zijn omdat ik me zo levendig in de verzamelaar kan verplaatsen. Ik zou zelf een hele goede verzamelaar zijn. Als iemand mij wil sponsoren dan houd ik me van harte aanbevolen. De entree is hier net zo fijn als in het Isabella Stewart Gardner museum. Daar stap je een wintertuin binnen en hier tref je onder aan de trap een fontein aan met grote goudvissen. Palmen geplaatst in Delfts blauwe vazen met gietijzeren draken eraan. Chinese vazen, achttiende-eeuwse kroonluchters, bustes met moren, glaswerk en het mooiste porselein. Er is ook nog een zaal met klokwerken en horloges. Ik wil trouwens wel dat zestiende-eeuwse horloge met de engelen die de wijzers vormen. Hier vind je trouwens ook een waanzinnige Botticelli en Cosmé Tura.

Als je in één museum goed kunt zitten dan is het hier wel. Het meubilair is perfect afgestemd op de sfeer van alle individuele zalen. Daar kunnen de meeste grote musea nog iets van leren. In de zaal met de mooie Mantegna staan banken als blokkendozen qua kleurstelling perfect passend bij de schilderijen. In een andere zaal zag ik een houten designbankje dat prachtig stond in dat interieur.

4. Galleria Borghese
Piazzale del Museo Borghese 5, Rome

Alleen al vanwege de gebeeldhouwde David van Bernini en het geschilderde exemplaar van Caravaggio de moeite van een bezoek waard. En dan hebben we het nog niet eens gehad over al die andere prachtige schilderijen en beeldhouwwerken. Nog wat persoonlijke favorieten: dat spannende beeld door Canova van Pauline Bonaparte, Bernini’s Apollo en Daphne en Rubens’ Kruisafneming.

5. Pinacoteca di Brera
Via Brera 28, Milaan

Hier mag je op Savonarolastoelen zitten wanneer je even moet uitrusten. Wat een mooie collectie: Foppa, Bergognone, Da Fossano en niet te vergeten Crivelli, Mantegna en Bellini. Wij, kunsthistorici zijn door die verdomde Vasari te veel gefixeerd geweest op dat saaie Florentijnse gedoe. Noord-Italiaanse Renaissance doet een hart echt nog veel harder kloppen. Met deze prikkelende woorden sluit ik mijn lijstje voorlopig af.

Voor vandaag een recept van Nigel Slater. Hij is momenteel mijn favoriete kok. Alle groenten die hij bereidt komen uit zijn eigen Londense tuin. Voor kook- en tuininspiratie is zijn boek “Tender” een aanrader. Onderstaand vind je zijn zalig romige slasoep:

Voor zes personen

een grote, ronde krop sla (400 gram)
een dikke plak boter
2 sjalotjes
500 gram doperwtjes (ik gebruikte diepvrieserwtjes)
een liter kippen- of groentenbouillon
3 takken verse munt

Haal de krop sla uit elkaar en was de blaadjes zorgvuldig. Nigel waarschuwt dat zelfs de minste hoeveelheid zand de soep zal ruineren. Smelt de boter in een diepe soeppan op laag tot medium vuur. Pel de sjalotjes, snijd ze dun en laat ze zacht worden in de boter. De sjalotjes moeten zacht worden maar niet kleuren. Hak de blaadjes sla wat en voeg toe aan de boter. Wanneer dat een beetje is geslonken, voeg je de erwtjes, de bouillon en de munt toe en breng je alles aan de kook. Zet het vuur lager, kruid de soep met zout en peper en laat pruttelen voor zeven tot tien minuten. Haal de pan van het vuur en pureer de soep. Serveer warm.  

Zaterdag volgt deel 2 van de lijst met mooiste musea. 

donderdag 1 september 2011

Orkaan met gehaktballen


In de supermarkten was geen kaars of fles water meer te vinden. De boodschappenkarren puilden uit met smac en blikken spaghetti in tomatensaus. Orkaan Irene ging zondag een bezoekje aan de Oostkust brengen en kwam ook graag even in New Haven en contreien langs. Op de radio klonken The Scorpions met “Rock you like a Hurricane”, The Doors met “Riders on the Storm” en Creedence Clearwater Revival met “Have you ever seen the rain?”. Muzikaal had ik dus geen klagen. Op andere fronten maakte ik me meer zorgen. De nieuwsberichten waren alarmerend: het oog van de orkaan zou over New Haven komen en ons charmante maar enigszins gammele huis was daar vast niet tegen bestand. Ik maakte me echter vooral druk over de mogelijkheid dat we een week geen stroom, gas en warm water zouden hebben. In New York deelden veel vrienden dezelfde zorgen. Enorme rijen bij de slijter waren het gevolg. Je moet er immers niet aan denken dat je midden in een orkaan zit zonder drank! Overal werden feesten gegeven onder het mom van “party like the end of the world”. Het favoriete drankje: the Hurricane, een rumcocktail met passievrucht en sinaasappelsap. Er ontstond een ware run op rum. http://www.foodnetwork.com/recipes/emeril-lagasse/hurricane-cocktails-recipe/index.html

Logischer dan de run op water, zo leek me. Als ik iets wel had begrepen dan was het dat Irene grote regenbuien met zich zou meebrengen en de kusten zou doen overstromen. Aan water geen gebrek. Wel een absoluut gebrek aan praktische zaken in ons huishouden: waar heb ik in gods-vredesnaam die zaklamp gelaten? Waarom heb je als het er op aan komt in plaats van de gebruikelijke 19. 273 waxinelichtjes verspreid over keukenkastjes, bureaulades, gereedschapskisten en EHBO doosjes nu maar een armzalig triootje? En waarom ben ik ooit gestopt met roken zodat ik niet eens meer een fatsoenlijke aansteker bezit? Hoe komt het bovendien dat iedereen zo duidelijk lijkt te weten wat hij moet doen in geval van nood? Sta ik daar klungelig met mijn teiltje de eventuele lekkages in het huis te ondervangen terwijl ik mensen gedecideerd hun ramen zie afplakken en smac zie inslaan alsof er geen morgen is. Als je smac moet eten dan mag je trouwens hopen dat het einde der dagen is gekomen (en dat er na het einde geen smac meer bestaat). Ik sta erbij en kijk ernaar en denk aan Pessoa: “Sluimer, mijn ziel, sluimer! Grijp je kans en sluimer! Sluimer! Kort is de tijd die je gegund is! Sluimer! het is de vooravond van nooit vertrekken!”

Die teiltjes bleken uiteraard lang niet voldoende. Toch hebben wij niets te klagen gehad. Een paar emmers, een ovenschotel en een volle pan met regenwater stroomde de logeerkamer in. Het stucwerk is kapot. Het zal me een zorg wezen. Collega’s van Echtgenoot zijn hun huizen kwijt. Sommige huizen zijn er nog wel maar die liggen op hun kant. Elke dag liggend eten is niet ideaal. Mijn yoga-instructrice woont aan de kust in Branford en heeft nog wel een huis maar haar balkon is van het huis geslagen. Vele plekken, inclusief grote delen van New Haven, zitten al vanaf zondagochtend zonder stroom. ‘s Nachts wordt er geplunderd. Dat is vrij gemakkelijk in het aardedonker. Inmiddels is het leger ingezet om de plunderingen tegen te gaan. Ik stel voor de vuile dieven verplicht een week lang smac en ingeblikte spaghetti te laten eten. Dan doen ze het nooit weer.

Wat deden Echtgenoot en ik aan de vooravond van de storm? Nadat we de plantenbakken hadden binnengehaald en de auto onder de bomen vandaan hadden gereden, stonden wij om tien uur ‘s avonds gehaktballen te braden voor de volgende dag. Als je iets nodig hebt tijdens een orkaan dan zijn het toch gehaktballen. Wanneer je niet weet wat er staat te gebeuren, dan is er tenminste de gehaktbal. Gehaktballen helpen je overal doorheen. Gehaktballen voor wereldvrede. Gehaktballen voor Irene.

Er zijn regels voor een goede gehaktbal. Net zoals er regels zijn voor goede friet. Lekkere patat hoort zacht van binnen te zijn en knapperig van buiten. Amerikanen begrijpen dat niet en serveren ons die oninteressante dunne patatjes. Een gehaktbal hoort mals te zijn. Of je er nu, zoals Johannes van Dam gebakken uitjes en/of garnaaltjes doorheen doet of, zoals Sylvia Witteman, vijf witte boterhammen zonder korst, mals moet hij zijn. Mijn recept, vaak gemaakt en al met velen gedeeld, is een recept afkomstig van de mannen van het restaurant De Librije. Het blijft mijn favoriete gehaktballenrecept:

Voor vier personen

400 gr rundergehakt
2 el ketjap manis
2 el grove mosterd
1 el zout
1 tl cayennepeper (ik gebruik maar een halve theelepel)
2 kleine eieren
80 gr paneermeel (ik gebruik hiervoor meestal crackers of beschuit, wel fijnmaken)
1 el boter
380 ml vleesfond

Meng van de ingrediënten vier gehaktballen. Laat de ballen afgedekt 30 minuten rusten in de koelkast (dit is essentieel omdat de gehaktballen anders bij het braden uit elkaar vallen). Verhit de boter in een braadpan en de braad de ballen hierin rondom bruin. Schenk de fond erbij en laat de ballen, onder af en toe keren, met de deksel schuin op de pan, in 45 minuten op laag vuur gaar worden. 

donderdag 25 augustus 2011

Nationale rouw


Op www.nu.nl kreeg ik, ongeveer een maand geleden, de schrik van mijn leven. Gerard Joling was met spoed naar de Eerste Hulp gereden: hij had ernstige uitslag op zijn bovenarm. Joling was met vakantie in Zuid-Frankrijk en had een dag eerder een hennatatoeage laten plaatsen. Hij bleek hopeloos allergisch voor dit materiaal. Na een dramatische dag van onuitstaanbare jeuk en onophoudelijk krabben kon Gerard het niet langer aan en is hij naar de spoedeisende hulp gegaan. De dokter constateerde hierop een zware allergische reactie en volgens Gerards website “wilde de dokter hem het liefst een nacht in het ziekenhuis opnemen om alles goed in de gaten te kunnen houden”. Geer vloog zo snel mogelijk terug naar Nederland. Ook Gerards dermatoloog hield zijn adem in: “Ik had hem een foto gestuurd en hij is er erg ongerust over.”, berichtte Geer. Het bericht liet ons verder in het ongewisse over de behandeling van onze volkszanger.

Onze verdere zomer zal worden getekend door de zorgen over zijn bovenarm. Het is niet uitgesloten dat Gerard blijvende littekens zal overhouden aan dit avontuur. Op 4 augustus laat hij weten dat het de goede kant op gaat met zijn arm. Hij moet om de dag terugkomen in het ziekenhuis om zijn wonden te laten verzorgen. Hoewel de dermatoloog positief is, blijft Geer bezorgd: "Ik hoop echt dat er geen grote littekens overblijven, anders zit ik voor de rest van mijn leven met een mislukte tribal op mijn arm." Ondanks zijn pijnlijke arm zingt Gerard gelukkig vrolijk door. Waar anderen zouden opgeven onder de ondragelijke pijn, zet onze Gerard altijd door.

Dit bleek echter niet het einde van zijn lijden. Op 11 augustus blijkt Gerard aan de prednison te zijn. Hij twittert niet langer in zijn nieuwe zwembroeken te passen door de gewichtstoename die deze medicatie met zich meebrengt. Dit is duidelijk niet Gerards zomer. Zijn leven zal van nu af aan getekend zijn door dit trauma. Niet alleen zal zijn bovenarm blijvend beschadigd kunnen zijn; onze Geer heeft zelfs nieuwe zwembroeken moeten kopen omdat hij zijn oude niet langer past. Nederland huilt waar het eens heeft gelachen. Joling laat weten die dag nog een bezoekje aan de sportschool te brengen omdat “dit gewicht snel zal verdwijnen”. Een hoopvol bericht in bange dagen. Hier kunnen we ons tenminste aan vasthouden.

Waar moet het verdorie met de wereld heen als je je als vijftiger niet eens meer een fatsoenlijke hennatatoeage kan laten aanmeten? Een vakantie is geen vakantie wanneer je hooguit je naam kan laten graveren in een rijstkorrel of een karikatuur van jezelf kan laten tekenen langs de boulevard.

Nu hebben we de Waternoodramp van 1953, de cafébrand in het Hemeltje, de schietpartij in Alphen aan de Rijn en Gerards arm. We hadden amper de tijd gekregen om het verlies van het Nederlands elftal tegen de Spanjaarden te verwerken en nu dit weer. Er mag overigens gerust schande van gesproken worden dat Mark Rutte staat te feesten op Dance Valley terwijl Gerard koortsig, te dik en met uitslag op bed ligt. Wel voor de eurocrisis naar huis komen, maar voor Geer geeft hij niet thuis. Je kon veel van Balkenende zeggen maar hij stond er tenminste wel toen Jan(tje) Smit en Yolanthe uit elkaar gingen. Hij sprak de natie met troostende woorden toe en de natie luisterde.

Op 19 augustus laat Gerard weten dat alle korsten er inmiddels af zijn en dat hij nu druk zalfjes aan het smeren is. Misschien dat hij dus alsnog een ticket naar de tropen kan boeken. Lekker nazomeren. Ik stel voor dat hij dit doet met Mark, die zijn vakantie ook zo abrupt heeft moeten verbreken. Dan kunnen ze gezellig samen in de herkansing. De zoetgevooisde klanken van Geers “Ticket to the Tropics” zullen de heupjes van Mark zeker in beweging brengen. En anders geef ik ze hierbij een tropische verrassing:

Een fruitsalade is fijner om te eten wanneer hij mooi van kleur is. Deze fruitsalade is helemaal rood.

Rode fruitsalade

watermeloen, ontpit en in stukken
twee handenvol kersen, doormidden gesneden en ontpit
twee handenvol aardbeien, in kwarten
2 nectarines of perziken, ontpit en in mooie schijfjes
1 granaatappel
het sap van 1 sinaasappel
2 el fijne suiker

Doe de gesneden watermeloen, de kersen, de aardbeien en de nectarines in een schaal. Halveer de granaatappel en knijp het sap van één helft over het fruit. Haal de zaden uit de andere helft. Verwijder hierbij ook de witte schilletjes (die zijn niet alleen onaangenaam hard maar ook ontsierend). Voeg de pitjes toe aan de salade. Voeg het sap van de sinaasappel en de suiker toe en meng zorgvuldig door elkaar heen. Het vruchtvlees van de nectarines zal roze/rood kleuren. 


vrijdag 12 augustus 2011

Nederlanders in den vreemde


Florence, een warme dag in juli. Op Piazza Santissima Annunziata arriveerde een vrouw. Korte broek, stevige fietserskuiten. Een aanzienlijke hoeveelheid muggenbulten (ont-)sierden haar benen. Met haar handen in haar rug stond ze over het plein te kijken. Toen haar reisgenoten zich bij haar voegden, peinsde ze met een onvervalste Leidse tongval: “Plaza Mayor”. De vrouw was met drie andere mannen met vakantie in Toscane. Ik vermoed dat ze ergens buiten de stad op de camping stonden en voor een dagje naar Florence waren gekomen. Met een reisgidsje in de hand liep de groep van de ene naar de andere bezienswaardigheid. Blijkbaar deed het plein haar denken aan eerdere Spaanse avonturen. Het plein kan haar goedkeuring wegdragen: “Dat is mooi met die zuiltjes”. Één van haar vrienden leest in het boekje dat er een archeologisch museum op het plein staat. Dit klopt niet maar Echtgenoot en ik houden onze mond en luisteren geamuseerd verder. Ze hebben het plein bereikt maar weten niet goed wat ze ermee aanmoeten. Eigenlijk zijn ze op zoek naar een “wijkje waar je lekker doorheen kunt lopen”. “Ja, nou, niet te ver. Iets drinken gaat er ook wel in”. Op de Loggia dei Servi di Maria ontwaart het gezelschap de letter S. “Sint” weet de één, “San” verbetert de ander. “Precies, Sint dus”. Aan de andere kant ligt de Spedale degli Innocenti. Een belangrijk voorbeeld van vroege Renaissance architectuur ontworpen door Brunelleschi. Tot 1875 was dit een weeshuis. Je kunt nog steeds de deur zien waarachter je je kind te vondeling kon leggen. Op de façade prijken medaillons in blauw terracotta met reliëfs van baby’s. De vrouw van het gezelschap ontwaart de baby’s. Ze zegt: “kijk, wat apart die baby’s”. Niemand reageert. Naar de reden voor de aanwezigheid van die kindjes wordt niet gevraagd, verder onderzoek wordt niet verricht.  Als ze iets verder het plein op waren gelopen hadden ze alle informatie op borden kunnen lezen. De groep blijft echter in de schaduw, op de oninteressantste hoek van het plein staan.. Een zucht, de groep trekt verder. Door de Via dei Servi. “Hé, de Servische wijk”. “Pas op, ze gaan schieten”. “Sluipschutters”. “Snipers”. Een zacht gegrinnik volgt.

Die Servieten waren natuurlijk ook griezels, enge missionarissen en ander gespuis. Dat hebben die Nederlanders goed gezien.

Urbino, een week later. Vader, moeder en twee kinderen. De jongen is een jaar of negen, het meisje is veertien en heeft besloten haar ouders te haten. Voor de zoveelste keer deze vakantie is de moeder iets kwijt. Verwoed is ze in haar “handige” reisrugzak aan het zoeken. Het meisje verzucht dat het “echt waar is dat een mens zeker een derde van zijn leven aan het wachten is”. Geërgerd loopt ze alvast een paar passen vooruit. Onderwijl passeert een jong Nederlands stel. De vrouw is enthousiast en van plan de zoveelste kerk in te lopen. De man belet haar: “Jezus, ik word nog doodgegooid met ouwe beelden!”

Tussen Fermignano en San Vincenzio, in een agriturismo. Oostenrijkers dit keer: “Nein, ‘colazione’ ist Frühstuck!” “Aber was mussen wir jetzt essen dann?” “Könnst du das fragen?” “Mangiare hier?” Antwoord: “Si, colazione domani” (“Ja, morgen ontbijt”).

Agriturismo, locatie zwembad. Er ligt een man in het zwembad, dat we na vijf dagen privégebruik, waren gaan beschouwen als het onze. Wat krijgen we nou? Dit hadden we toch zeker niet afgesproken? De man ligt in een hoek van het water. Zijn borsthaar is boven komen drijven. Hij doet iets engs met zijn neus. De tijd die hij in het zwembad doorbrengt lijkt eindeloos en ik peins er niet over om me bij hem te scharen. Ik zweet me dood in mijn strandstoel. Vakantie valt soms niet mee. Wanneer hij eindelijk het water uitstapt, lijkt hij last te hebben van een rare blessure. Wellicht van dat harde zwemmen. Hij krabt namelijk onophoudelijk in zijn kruis. Hij schraapt zijn keel zoals alleen een man kan doen. Hij verzacht al zijn leed door het roken van vier sigaretten in twintig minuten. Niets lekkerders dan roken na het sporten.

Wanneer de pasta je een maand lang om de oren vliegt, wordt het tijd voor nasi, haring of aardappelen: 

Rösti

Voor 2 personen 

1 kilo aardappelen
50 gr. roomboter
zout en peper 

Was de aardappelen in de schil zorgvuldig en kook deze circa vijf minuten in een pan met ruim water. Spoel ze onder koud water af. Pel de aardappelen en schaaf ze met een grove rasp in reepjes. Verhit 25 gram roomboter in een koekenpan. Voeg de aardappelreepjes toe en spreid de reepjes uit over de pan alsof je een pannenkoek bakt. Druk de reepjes goed aan. Het moet een dikke aardappelkoek worden. Strooi er zout en peper over en bak op matig vuur ongeveer tien minuten totdat je kunt vermoeden dat de onderkant goudbruin en bijna gaar is. Draai de aardappelkoek om. Dit doe je het handigst door de koek een beetje los van de bodem te halen met een spatel. Laat de koek vervolgens op een glad deksel glijden. Leg hierop, omgekeerd, de koekenpan. Keer snel om zodat de ongebakken kant van de koek nu op de panbodem ligt. Til de koek met de spatel een klein beetje op er laat er nogmaals een flinke klont boter onder glijden. Bak nu de tweede kant in ongeveer vijf minuten goudbruin gaar. 

woensdag 27 juli 2011

Muggenzifterij

Deze blog komt bijna een week later dan gebruikelijk. Dat is de schuld van de Duitsers. Ik kan het niet mooier maken dan het is. In onze lieve naïviteit èn vergevingsgezindheid (dit hoef ik toch zeker niet uit te leggen?) waren Echtgenoot en ik met luchtvaartmaatschappij Lufthansa van New York naar Frankfurt gevlogen om daar een vliegtuig naar Florence te nemen. Onze bagage bleek niet met ons te zijn meegereisd. Onze voormalig bezetter had bedacht dat onze koffers het misschien plezanter zouden vinden om een tijd op de luchthaven van New York te blijven staan en vervolgens wat rond te vliegen tussen Wenen, Bologna en Casablanca. Een week later dan gepland hebben de koffers zich gisteren gelukkig kunnen herenigen met hun eigenaren. Mijn fotocamera is helaas in Marokko achtergebleven. Onze foto’s van opwaaiende zomerjurken op fruitvelden in Connecticut en talloze kiekjes van onze lome poes Elizabeth die zich tot een vloerkleedje uitstrekt om zo koel mogelijk te blijven, zullen wel een terroristisch alarm hebben doen rinkelen. Je kunt tegenwoordig niet voorzichtig genoeg zijn. 

Het is een heel vervelende ziekte: zodra je besmet bent, kom je er nog maar moeilijk vanaf. Je kunt het niet aan de buitenkant zien maar het verandert mensen wel degelijk. De epidemie treft vooral de Verenigde Staten maar breidt zich snel uit. Het is PC: Political Correctness. En soms, lach me niet uit, ben ik bang dat het ook mij in zijn greep houdt. Zo durf ik amper nog te schrijven dat het feit dat de Duitsers mijn koffers in beslag hadden genomen mij ernstig deed herinneren aan alle geschiedenislessen op school. Het was vele malen erger dat juist zíj mijn spullen hadden geannexeerd. Zie je, dat ik het heb? PC trekt alle levensenergie uit je en laat je in je sop gaarkoken met nuance en voorzichtigheid. Je zult zien dat ik straks zo weer vrolijk in een Lufthansa-vliegtuig stap. Het is net alsof je geen klamboe meer boven je bed kunt hangen omdat je hiermee ook de aardige muggen buitensluit. Straks ga ik nog beweren dat ook niet-Duitse luchtvaartmaatschappijen weleens koffers kwijtraken. Gadverdamme, snoer me de mond als het ooit zover komt.

Uiteraard is het slechts toeval dat mijn fotocamera in Marokko uit mijn koffer is gestolen. Dit had ook in Nederland of Denemarken kunnen gebeuren. Ook heb ik nooit gedacht dat die dikke Amerikaanse grondstewardess op JFK (de luchthaven van New York) iets van doen zou hebben met de verdwijning van onze koffers. Het maakt namelijk helemaal niet uit dat zo’n stewardess niet weet waar Frankfurt ligt. En ik sprong een gat in de lucht van blijdschap toen ik ontdekte dat twee Italianen ons gingen assisteren bij het terugvinden van onze bagage. Italianen zijn zo goed georganiseerd, spreken hun talen en houden zich aan hun afspraken. Dat geeft vertrouwen.

Ik at gisteren een bedrieglijk eenvoudig en licht voorgerecht: carpaccio di zucchine (carpaccio met courgettes)

Voor 2 personen

1 courgette
1 citroen
wat olijfolie
twee eetlepels balsamico-azijn
een blok parmezaanse kaas
zout en peper 

Schaaf de courgette in lange repen en marineer enige tijd in wat citroensap, olijfolie en zout en peper. Leg de courgette vervolgens op een groot plat bord. Druppel er wat lekkere stroperige balsamico-azijn overheen en schaaf er grof wat parmezaan over. Klaar. 

donderdag 14 juli 2011

Ergernissen 2


Ik ben aan het opruimen. Opruimen vind ik nog veel vervelender dan schoonmaken. Overal komen opeens de haarelastiekjes tevoorschijn die ik zo vergeefs heb gezocht toen ik ze nodig had. Als er een los haakje aan mijn nagel zit moest ik hem uit pure nood afbijten en nu heb ik zoveel kartonnen nagelvijltjes dat ik mijn eigen nagelstudio zou kunnen beginnen. Het is wellicht ook niet handig om op te ruimen wanneer het zo tergend warm is. Gisteren zag ik op het Nederlandse journaal een item over “stedelijke hitte-eilanden”. Uit het briljante onderzoek “Hitte-stress in Rotterdam” blijkt dat dichtgebouwde gebieden ettelijke graden warmer zijn dan de parken en weilanden eromheen. Je meent het? Is het heus? Wie had kunnen vermoeden dat dichte bebouwing een verkoelend windje in de weg zou kunnen staan? Klimaatonderzoeker Sonja stelt vast dat veel mensen minder goed slapen als de warmte in de stad blijft hangen. Ik ben blij dat er eindelijk een onderzoeker is die dit definitief bevestigt. Ik maar denken dat ik de enige ben die last heeft van deze vorm van slapeloosheid.

Tip van de onderzoekers: dat donkere asfalt is het ergst, gele klinkers zijn veel beter. Ja joh, gele klinkers. Een uitstekend idee, kunnen we werkelijk overal onze dure pumps stuklopen op van die irritante kinderkopjes. Laten we inderdaad ruim investeren in het verkoelen van de Nederlandse steden. We moeten die eindeloze hete Nederlandse zomers echt de kop indrukken voordat het te laat is.

Ik nodig Sonja gaarne uit om een bezoek aan New Haven of New York te brengen in deze tijd van het jaar. Ik ben benieuwd of zij hier ook een verschil constateert tussen de klamme, zweterige 38 graden op het grasveld of de tergende 38 graden op straat. Ik voorspel dat onze onderzoeker één groot hitte-eiland zal ontdekken dat zich uitstrekt tot over de hele Oostkust van de Verenigde Staten. Ik hoop dat haar nachtrust niet zal lijden onder die hitte. Ik zal overigens mijn mond maar houden over de “gevoelstemperatuur” die uiteraard vele malen hoger ligt dan de werkelijke temperatuur. Weermannen hebben het tegenwoordig ook over “gevoelstemperatuur”. Hebben ze het over hun eigen gevoelstemperatuur wanneer ze zeggen dat het in Nederland 24 graden wordt maar het “aanvoelt” als een ruime 28?

Nog een ergernis. In George Street, een niet al te vrolijke straat hier in het dorp, hangt een groot bord waarop een waarschuwing staat voor automobilisten: “Slow down, Save lives”. Is dat niet werkelijk het stomste dat je ooit hebt gelezen? To save a life is iets anders dan to spare a life en weer volstrekt iets anders dan to save money. Sparen en redden zijn niet hetzelfde. Ik zou spontaan in een verkeersongeval kunnen geraken. Hoezo kun je levens redden door langzamer te rijden? Hoe werkt zoiets? Is er van hoger hand al bepaald wie er eigenlijk zou moeten sterven aan één of andere enge ziekte en schrap ik er eentje van de dagelijkse dodenlijst door langzamer te gaan rijden? Worden er op miraculeuze wijze mensen genezen enkel en alleen omdat Echtgenoot zijn snelheid aanpast? Dat kan niet! Nogmaals: dat kan niet. Je kunt hooguit een leven “sparen” maar je kunt geen leven “redden” door vaart te minderen.

Aan steeds meer Nederlandse universiteiten worden colleges in het Engels gegeven. Dit levert hilarische linguïstische misverstanden op. Wat te denken van: “ I tried to lead you around the garden” (ik probeerde je om de tuin te leiden) of “I have an equation picked from the sky” (ik heb een vergelijking uit de lucht gegrepen). Misschien moet ik het erop houden dat ik het er warm van heb (I have it there warm from).

De ergernissen vliegen me net zo hard om de oren als de nieuw ontdekte Michelangelo’s uit de lucht komen vallen. Het ene schilderij is nog lelijker dan het andere. Het is direct nieuwswaardig wanneer iemand ten onrechte suggereert dat één of ander prul van de hand van Michelangelo is of als een malloot in de craquelé in de ogen van de Mona Lisa cijfers herkent. Graven naar het graf van Mona Lisa lijkt me ook al zo’n weinig nuttige onderneming. Ik vermoed dat Sonja connecties heeft met de domste onderzoekers van het kunsthistorisch veld? Het zou kunnen dat ze allemaal door de hitte bevangen zijn. Ik raad ze in dat geval aan om een verkoelend grasveldje op te zoeken.

Ik ga verder met opruimen. Misschien sta ik morgen wel in de krant met een nieuw ontdekte Michelangelo die ik bij toeval onder het stof uit de kelder van ons huis heb gevist.

Voor vandaag kofte kebab met pitabrood, tzatziki en een Libaneze tomatensalade. Recepten uit verschillende landen die goed bij elkaar passen. Eet ze in een stadspark om te ontsnappen aan stedelijke hitte-eilanden. Of thuis, onder een dekentje met pantoffels aan.

Voor vier tot zes personen

750 gr runder- of lamsgehakt
1 middelgrote ui, fijngesneden
50 gr bladpeterselie, fijngesneden
zout en peper

Kruid het gehakt met zout en peper en vermeng alles met de hand tot een soepele massa. Meng de ui en de peterselie erdoor. Vorm er 2 cm dikke en 7 cm lange worstjes van. Leg ze op een met olie ingevet vel aluminiumfolie en rooster ze 8 minuten onder de hete grill tot ze goudbruin zijn; keer ze halverwege de tijd. 

Tzatziki

2 tenen knoflook, zeer fijn gehakt
2 el olijfolie
1 el citroensap
1 kleine komkommer
1 tl zout
600 gr Griekse yoghurt
2 el gedroogde munt

Doe de knoflook, olijfolie en het citroensap in een kommetje en zet apart.

Schil de komkommer in de lengte in strepen - verwijder op de ene baan de schil en laat die op de andere baan zitten. Rasp de komkommer grof, strooi er zout over en laat de komkommerrasp in een fijne zeef in de gootsteen uitlekken. Druk het vocht er met je handen uit. 

Doe de yoghurt in een kom en roer de munt erdoor. Voeg het knoflook-olijfoliemengsel en de komkommer toe. Strooi er zwarte peper bij. Serveer de tzatziki niet meteen maar bewaar het mengsel in de koelkast en laat de smaken wat op elkaar inwerken. 

Tomatensalade

5 tomaten, in kleine blokjes gesneden en de zaadjes verwijderd
feta, hoeveelheid naar smaak
handvol verse munt
zout en peper

Leg de fijngesneden tomaten op een plat bord. Verkruimel de feta tussen je vingers en strooi over de tomaten. Was de munt en snijd deze fijn. Strooi ook deze over de tomaten. Voeg een beetje zout en peper toe. Als je de combinatie tomaat en verse munt hebt geproefd dan is tomaat en basilicum opeens een beetje saai. Dat beloof ik. 

donderdag 7 juli 2011

Huwelijkse hoeksteen


Het was de rilette van eend die Laura en Steve samenbracht. Steve had na een vermoeiende dag op zijn werk zin gekregen in eendenpaté en stapte net voor sluitingstijd een delicatessenzaak in Brooklyn binnen. Laura werkte daar achter de kassa. Zij was niet blij met de klant die zich schamele minuten voor sluiting bij haar meldde maar werd getroffen door zijn zachtheid. Hij was direct verliefd. Steve, een jaar eerder gescheiden en vader van twee kinderen, werd een vaste klant in de winkel. Hij stapte zelfs elke dag een halte eerder uit de metro om in haar winkel zijn boodschappen te doen. Hij besteedde elk bezoek minstens honderd dollar om langer bij zijn caissière in de buurt te zijn. Hij droomde van de dag dat ze bij de charcuterie zou gaan werken of achter de kazen zodat hij tenminste een gesprek met haar kon voeren. Bij de kassa stond altijd zo’n lange rij en doorstroom was gewenst. Om tijd te rekken vroeg hij haar om informatie over de producten dicht bij de kassa: de frisse-ademsnoepjes en de kauwgom. Hij kocht ze naar hartelust hoewel hij ze nooit gebruikte. Zij gaf hem gratis gebakjes en dat moedigde hem aan. Na verscheidene maanden van die gebakjes, de eendenrilette en eindeloze hoeveelheden knoflookworsten—wat bij elkaar volgens de huisdokter een enorme stijging van Steve’s cholesterol veroorzaakte—had hij eindelijk de moed om haar uit te vragen. Zij was helaas al verloofd met een Noord-Europese man, tevens gescheiden en met kinderen. Na enige tijd verbrak Laura deze verloving. Een afspraakje met Steve werd eindelijk werkelijkheid. Dit was in 2006. Steve en Laura verloofden zich in 2009 en ze zijn op 18 juni van dit jaar getrouwd in Prospect Park in Brooklyn.

Ik verzin geen woord van bovenstaande alinea. Sterker nog, mijn tekst is een hele korte samenvatting van het veel uitgebreidere artikel dat de New York Times wijdde aan dit stel. Laura en Steve zijn niet beroemd. Waarom hun ontmoeting voor de krant zo nieuwswaardig was is mij niet duidelijk. Dat het weleens zo zou kunnen zijn dat Steve en Laura kapitalen hebben betaald voor hun paginagrote huwelijksaankondiging wil ik niet weten. De details zijn desalniettemin om te smullen. Steve kreeg een steeds hoger cholesterol omdat hij zich ongans at aan eend en deed niet alleen zijn spijkerbroek voor het eerste afspraakje in de wasmachine maar hij liet warempel ook op de valreep nog zijn haar knippen. Laura ging, in de tijd tussen hun eerste afspraakje en hun verloving, naar het conservatorium in Baltimore maar werd uiteindelijk barista. De moraal van het verhaal doet een beetje afbreuk aan het zoete artikel (zoals de moraal wel vaker het vermogen blijkt te bezitten om de dingen te verpesten): “Liefde heeft altijd een prijs maar Steve kreeg veel meer dan hij ooit voor die paté heeft hoeven betalen.” Die laatste zin verzin ik niet. Dat deed de verslaggeefster van de Times al voor me.

Afgezien van het feit dat ik een vurige anti-monarchist ben (om wonend in de Verenigde Staten nu te stellen dat ik een Republikein ben, ligt wat gecompliceerd) denk ik dat ik wel hierom zo weinig belangstelling heb voor Koninklijke huwelijken. Prins Pils zal vast zijn eigen broek niet hebben gewassen voordat hij onze blonde breedgekuite schone mee uitnam. Alle ontroerende details van de liefde ontbreken. In plaats daarvan wordt me bijna opgedrongen dat ik interesse moet hebben voor de trouwjurk van een volslagen onbekende vrouw die nu opeens prinses wordt. Mijn grote interesse voor mode kent echter een grens bij trouwjurken die doorgaans toch vooral wit en enkellang zijn.

In de staat New York mogen homoseksuelen nu ook trouwen. Uiteraard ben ik van mening dat als hetero’s zich in de echt mogen verbinden, homo’s dit ook moeten kunnen doen. Wanneer ik echter jubelende berichten vanuit de Nederlandse media lees over de acceptatie van het homohuwelijk in New York dan erger ik me een beetje. Het is weinig kritisch. Het gevaar – zeer reëel en door velen gevreesd – is dat homo’s die niet zullen trouwen, als stel niet serieus zullen worden genomen. Ik ervaar dit als hetero zelf al twee jaar aan den lijve. Was ik niet Echtgenote K geweest dan had ik geen visum gekregen en was ik niet met dezelfde egards behandeld. Ik had nog geen bibliotheekpas bij Echtgenoots werk kunnen aanvragen! Het huwelijk word je hier door de strot geduwd omdat andere vormen van een door de staat geregeld samenlevingsverband niet bestaan. Je kunt hier geen samenlevingscontract afsluiten en dus zul je moeten trouwen, homo of niet, trouwlustig of niet.

Zelf wil ik graag een volgende keer trouwen met een in witte enkellange bruidsjapon gehulde homo. 

Voor vandaag een wit gerecht. Bloemkool met een papje. Probeer nu alsjeblieft eens echt werk te maken van je roux. Het verschil is zo groot. Dit doe je zo:

Voor vier personen: 

1 liter melk
1 laurierblad
1 kleine ui
2 teentjes knoflook
50 gr boter
50 gr bloem
4 el slagroom
100 gram geschaafde pittige kaas (Cheddar, belegen kaas)
1 grote bloemkool
4 el fijngeraspte parmezaan

Schenk de melk in een pan en voeg het laurierblad toe. Schil de ui, steek er de knoflooktenen in en voeg aan de melk toe. Breng de melk aan de kook. Zodra de melk begint te rijzen, zet je het vuur uit en laat je de melk afkoelen. Verwarm de oven voor op 220 graden celsius. Smelt de boter in een pan met dikke bodem, roer de bloem erbij en laat het mengsel koken. Roer regelmatig. Het mengsel mag een beetje goudkleurig worden en gaan geuren. Giet de warme melk erbij en laat het mengsel bijna koken. Als je klontjes ziet, wanhoop dan niet. Je roert ze er makkelijk met een garde uit. Roer tot de saus dikker begint te worden. Zet het vuur laag en laat de saus nog een kwartier tot twintig minuten pruttelen. Voeg de slagroom en Cheddar/belegen kaas toe. 
Breek de bloemkool in grote roosjes. Breng een grote pan water aan de kook en laat de roosjes daarin vallen. Drie of vier minuten in het kokende water is voldoende. Giet de bloemkoolroosjes goed af. Breng de bloemkool nu over in een ovenschotel. Giet de kaassaus over de roosjes (het laurierblad en de ui met knoflook mogen nu worden weggegooid). Bestrooi de schotel met nog wat parmezaanse kaas. Zet de schotel in de oven en bak de bloemkool twintig minuten. Er heeft zich dan een gouden korst gevormd en de saus is lekker aan het bubbelen.