woensdag 27 juli 2011

Muggenzifterij

Deze blog komt bijna een week later dan gebruikelijk. Dat is de schuld van de Duitsers. Ik kan het niet mooier maken dan het is. In onze lieve naïviteit èn vergevingsgezindheid (dit hoef ik toch zeker niet uit te leggen?) waren Echtgenoot en ik met luchtvaartmaatschappij Lufthansa van New York naar Frankfurt gevlogen om daar een vliegtuig naar Florence te nemen. Onze bagage bleek niet met ons te zijn meegereisd. Onze voormalig bezetter had bedacht dat onze koffers het misschien plezanter zouden vinden om een tijd op de luchthaven van New York te blijven staan en vervolgens wat rond te vliegen tussen Wenen, Bologna en Casablanca. Een week later dan gepland hebben de koffers zich gisteren gelukkig kunnen herenigen met hun eigenaren. Mijn fotocamera is helaas in Marokko achtergebleven. Onze foto’s van opwaaiende zomerjurken op fruitvelden in Connecticut en talloze kiekjes van onze lome poes Elizabeth die zich tot een vloerkleedje uitstrekt om zo koel mogelijk te blijven, zullen wel een terroristisch alarm hebben doen rinkelen. Je kunt tegenwoordig niet voorzichtig genoeg zijn. 

Het is een heel vervelende ziekte: zodra je besmet bent, kom je er nog maar moeilijk vanaf. Je kunt het niet aan de buitenkant zien maar het verandert mensen wel degelijk. De epidemie treft vooral de Verenigde Staten maar breidt zich snel uit. Het is PC: Political Correctness. En soms, lach me niet uit, ben ik bang dat het ook mij in zijn greep houdt. Zo durf ik amper nog te schrijven dat het feit dat de Duitsers mijn koffers in beslag hadden genomen mij ernstig deed herinneren aan alle geschiedenislessen op school. Het was vele malen erger dat juist zíj mijn spullen hadden geannexeerd. Zie je, dat ik het heb? PC trekt alle levensenergie uit je en laat je in je sop gaarkoken met nuance en voorzichtigheid. Je zult zien dat ik straks zo weer vrolijk in een Lufthansa-vliegtuig stap. Het is net alsof je geen klamboe meer boven je bed kunt hangen omdat je hiermee ook de aardige muggen buitensluit. Straks ga ik nog beweren dat ook niet-Duitse luchtvaartmaatschappijen weleens koffers kwijtraken. Gadverdamme, snoer me de mond als het ooit zover komt.

Uiteraard is het slechts toeval dat mijn fotocamera in Marokko uit mijn koffer is gestolen. Dit had ook in Nederland of Denemarken kunnen gebeuren. Ook heb ik nooit gedacht dat die dikke Amerikaanse grondstewardess op JFK (de luchthaven van New York) iets van doen zou hebben met de verdwijning van onze koffers. Het maakt namelijk helemaal niet uit dat zo’n stewardess niet weet waar Frankfurt ligt. En ik sprong een gat in de lucht van blijdschap toen ik ontdekte dat twee Italianen ons gingen assisteren bij het terugvinden van onze bagage. Italianen zijn zo goed georganiseerd, spreken hun talen en houden zich aan hun afspraken. Dat geeft vertrouwen.

Ik at gisteren een bedrieglijk eenvoudig en licht voorgerecht: carpaccio di zucchine (carpaccio met courgettes)

Voor 2 personen

1 courgette
1 citroen
wat olijfolie
twee eetlepels balsamico-azijn
een blok parmezaanse kaas
zout en peper 

Schaaf de courgette in lange repen en marineer enige tijd in wat citroensap, olijfolie en zout en peper. Leg de courgette vervolgens op een groot plat bord. Druppel er wat lekkere stroperige balsamico-azijn overheen en schaaf er grof wat parmezaan over. Klaar. 

donderdag 14 juli 2011

Ergernissen 2


Ik ben aan het opruimen. Opruimen vind ik nog veel vervelender dan schoonmaken. Overal komen opeens de haarelastiekjes tevoorschijn die ik zo vergeefs heb gezocht toen ik ze nodig had. Als er een los haakje aan mijn nagel zit moest ik hem uit pure nood afbijten en nu heb ik zoveel kartonnen nagelvijltjes dat ik mijn eigen nagelstudio zou kunnen beginnen. Het is wellicht ook niet handig om op te ruimen wanneer het zo tergend warm is. Gisteren zag ik op het Nederlandse journaal een item over “stedelijke hitte-eilanden”. Uit het briljante onderzoek “Hitte-stress in Rotterdam” blijkt dat dichtgebouwde gebieden ettelijke graden warmer zijn dan de parken en weilanden eromheen. Je meent het? Is het heus? Wie had kunnen vermoeden dat dichte bebouwing een verkoelend windje in de weg zou kunnen staan? Klimaatonderzoeker Sonja stelt vast dat veel mensen minder goed slapen als de warmte in de stad blijft hangen. Ik ben blij dat er eindelijk een onderzoeker is die dit definitief bevestigt. Ik maar denken dat ik de enige ben die last heeft van deze vorm van slapeloosheid.

Tip van de onderzoekers: dat donkere asfalt is het ergst, gele klinkers zijn veel beter. Ja joh, gele klinkers. Een uitstekend idee, kunnen we werkelijk overal onze dure pumps stuklopen op van die irritante kinderkopjes. Laten we inderdaad ruim investeren in het verkoelen van de Nederlandse steden. We moeten die eindeloze hete Nederlandse zomers echt de kop indrukken voordat het te laat is.

Ik nodig Sonja gaarne uit om een bezoek aan New Haven of New York te brengen in deze tijd van het jaar. Ik ben benieuwd of zij hier ook een verschil constateert tussen de klamme, zweterige 38 graden op het grasveld of de tergende 38 graden op straat. Ik voorspel dat onze onderzoeker één groot hitte-eiland zal ontdekken dat zich uitstrekt tot over de hele Oostkust van de Verenigde Staten. Ik hoop dat haar nachtrust niet zal lijden onder die hitte. Ik zal overigens mijn mond maar houden over de “gevoelstemperatuur” die uiteraard vele malen hoger ligt dan de werkelijke temperatuur. Weermannen hebben het tegenwoordig ook over “gevoelstemperatuur”. Hebben ze het over hun eigen gevoelstemperatuur wanneer ze zeggen dat het in Nederland 24 graden wordt maar het “aanvoelt” als een ruime 28?

Nog een ergernis. In George Street, een niet al te vrolijke straat hier in het dorp, hangt een groot bord waarop een waarschuwing staat voor automobilisten: “Slow down, Save lives”. Is dat niet werkelijk het stomste dat je ooit hebt gelezen? To save a life is iets anders dan to spare a life en weer volstrekt iets anders dan to save money. Sparen en redden zijn niet hetzelfde. Ik zou spontaan in een verkeersongeval kunnen geraken. Hoezo kun je levens redden door langzamer te rijden? Hoe werkt zoiets? Is er van hoger hand al bepaald wie er eigenlijk zou moeten sterven aan één of andere enge ziekte en schrap ik er eentje van de dagelijkse dodenlijst door langzamer te gaan rijden? Worden er op miraculeuze wijze mensen genezen enkel en alleen omdat Echtgenoot zijn snelheid aanpast? Dat kan niet! Nogmaals: dat kan niet. Je kunt hooguit een leven “sparen” maar je kunt geen leven “redden” door vaart te minderen.

Aan steeds meer Nederlandse universiteiten worden colleges in het Engels gegeven. Dit levert hilarische linguïstische misverstanden op. Wat te denken van: “ I tried to lead you around the garden” (ik probeerde je om de tuin te leiden) of “I have an equation picked from the sky” (ik heb een vergelijking uit de lucht gegrepen). Misschien moet ik het erop houden dat ik het er warm van heb (I have it there warm from).

De ergernissen vliegen me net zo hard om de oren als de nieuw ontdekte Michelangelo’s uit de lucht komen vallen. Het ene schilderij is nog lelijker dan het andere. Het is direct nieuwswaardig wanneer iemand ten onrechte suggereert dat één of ander prul van de hand van Michelangelo is of als een malloot in de craquelé in de ogen van de Mona Lisa cijfers herkent. Graven naar het graf van Mona Lisa lijkt me ook al zo’n weinig nuttige onderneming. Ik vermoed dat Sonja connecties heeft met de domste onderzoekers van het kunsthistorisch veld? Het zou kunnen dat ze allemaal door de hitte bevangen zijn. Ik raad ze in dat geval aan om een verkoelend grasveldje op te zoeken.

Ik ga verder met opruimen. Misschien sta ik morgen wel in de krant met een nieuw ontdekte Michelangelo die ik bij toeval onder het stof uit de kelder van ons huis heb gevist.

Voor vandaag kofte kebab met pitabrood, tzatziki en een Libaneze tomatensalade. Recepten uit verschillende landen die goed bij elkaar passen. Eet ze in een stadspark om te ontsnappen aan stedelijke hitte-eilanden. Of thuis, onder een dekentje met pantoffels aan.

Voor vier tot zes personen

750 gr runder- of lamsgehakt
1 middelgrote ui, fijngesneden
50 gr bladpeterselie, fijngesneden
zout en peper

Kruid het gehakt met zout en peper en vermeng alles met de hand tot een soepele massa. Meng de ui en de peterselie erdoor. Vorm er 2 cm dikke en 7 cm lange worstjes van. Leg ze op een met olie ingevet vel aluminiumfolie en rooster ze 8 minuten onder de hete grill tot ze goudbruin zijn; keer ze halverwege de tijd. 

Tzatziki

2 tenen knoflook, zeer fijn gehakt
2 el olijfolie
1 el citroensap
1 kleine komkommer
1 tl zout
600 gr Griekse yoghurt
2 el gedroogde munt

Doe de knoflook, olijfolie en het citroensap in een kommetje en zet apart.

Schil de komkommer in de lengte in strepen - verwijder op de ene baan de schil en laat die op de andere baan zitten. Rasp de komkommer grof, strooi er zout over en laat de komkommerrasp in een fijne zeef in de gootsteen uitlekken. Druk het vocht er met je handen uit. 

Doe de yoghurt in een kom en roer de munt erdoor. Voeg het knoflook-olijfoliemengsel en de komkommer toe. Strooi er zwarte peper bij. Serveer de tzatziki niet meteen maar bewaar het mengsel in de koelkast en laat de smaken wat op elkaar inwerken. 

Tomatensalade

5 tomaten, in kleine blokjes gesneden en de zaadjes verwijderd
feta, hoeveelheid naar smaak
handvol verse munt
zout en peper

Leg de fijngesneden tomaten op een plat bord. Verkruimel de feta tussen je vingers en strooi over de tomaten. Was de munt en snijd deze fijn. Strooi ook deze over de tomaten. Voeg een beetje zout en peper toe. Als je de combinatie tomaat en verse munt hebt geproefd dan is tomaat en basilicum opeens een beetje saai. Dat beloof ik. 

donderdag 7 juli 2011

Huwelijkse hoeksteen


Het was de rilette van eend die Laura en Steve samenbracht. Steve had na een vermoeiende dag op zijn werk zin gekregen in eendenpaté en stapte net voor sluitingstijd een delicatessenzaak in Brooklyn binnen. Laura werkte daar achter de kassa. Zij was niet blij met de klant die zich schamele minuten voor sluiting bij haar meldde maar werd getroffen door zijn zachtheid. Hij was direct verliefd. Steve, een jaar eerder gescheiden en vader van twee kinderen, werd een vaste klant in de winkel. Hij stapte zelfs elke dag een halte eerder uit de metro om in haar winkel zijn boodschappen te doen. Hij besteedde elk bezoek minstens honderd dollar om langer bij zijn caissière in de buurt te zijn. Hij droomde van de dag dat ze bij de charcuterie zou gaan werken of achter de kazen zodat hij tenminste een gesprek met haar kon voeren. Bij de kassa stond altijd zo’n lange rij en doorstroom was gewenst. Om tijd te rekken vroeg hij haar om informatie over de producten dicht bij de kassa: de frisse-ademsnoepjes en de kauwgom. Hij kocht ze naar hartelust hoewel hij ze nooit gebruikte. Zij gaf hem gratis gebakjes en dat moedigde hem aan. Na verscheidene maanden van die gebakjes, de eendenrilette en eindeloze hoeveelheden knoflookworsten—wat bij elkaar volgens de huisdokter een enorme stijging van Steve’s cholesterol veroorzaakte—had hij eindelijk de moed om haar uit te vragen. Zij was helaas al verloofd met een Noord-Europese man, tevens gescheiden en met kinderen. Na enige tijd verbrak Laura deze verloving. Een afspraakje met Steve werd eindelijk werkelijkheid. Dit was in 2006. Steve en Laura verloofden zich in 2009 en ze zijn op 18 juni van dit jaar getrouwd in Prospect Park in Brooklyn.

Ik verzin geen woord van bovenstaande alinea. Sterker nog, mijn tekst is een hele korte samenvatting van het veel uitgebreidere artikel dat de New York Times wijdde aan dit stel. Laura en Steve zijn niet beroemd. Waarom hun ontmoeting voor de krant zo nieuwswaardig was is mij niet duidelijk. Dat het weleens zo zou kunnen zijn dat Steve en Laura kapitalen hebben betaald voor hun paginagrote huwelijksaankondiging wil ik niet weten. De details zijn desalniettemin om te smullen. Steve kreeg een steeds hoger cholesterol omdat hij zich ongans at aan eend en deed niet alleen zijn spijkerbroek voor het eerste afspraakje in de wasmachine maar hij liet warempel ook op de valreep nog zijn haar knippen. Laura ging, in de tijd tussen hun eerste afspraakje en hun verloving, naar het conservatorium in Baltimore maar werd uiteindelijk barista. De moraal van het verhaal doet een beetje afbreuk aan het zoete artikel (zoals de moraal wel vaker het vermogen blijkt te bezitten om de dingen te verpesten): “Liefde heeft altijd een prijs maar Steve kreeg veel meer dan hij ooit voor die paté heeft hoeven betalen.” Die laatste zin verzin ik niet. Dat deed de verslaggeefster van de Times al voor me.

Afgezien van het feit dat ik een vurige anti-monarchist ben (om wonend in de Verenigde Staten nu te stellen dat ik een Republikein ben, ligt wat gecompliceerd) denk ik dat ik wel hierom zo weinig belangstelling heb voor Koninklijke huwelijken. Prins Pils zal vast zijn eigen broek niet hebben gewassen voordat hij onze blonde breedgekuite schone mee uitnam. Alle ontroerende details van de liefde ontbreken. In plaats daarvan wordt me bijna opgedrongen dat ik interesse moet hebben voor de trouwjurk van een volslagen onbekende vrouw die nu opeens prinses wordt. Mijn grote interesse voor mode kent echter een grens bij trouwjurken die doorgaans toch vooral wit en enkellang zijn.

In de staat New York mogen homoseksuelen nu ook trouwen. Uiteraard ben ik van mening dat als hetero’s zich in de echt mogen verbinden, homo’s dit ook moeten kunnen doen. Wanneer ik echter jubelende berichten vanuit de Nederlandse media lees over de acceptatie van het homohuwelijk in New York dan erger ik me een beetje. Het is weinig kritisch. Het gevaar – zeer reëel en door velen gevreesd – is dat homo’s die niet zullen trouwen, als stel niet serieus zullen worden genomen. Ik ervaar dit als hetero zelf al twee jaar aan den lijve. Was ik niet Echtgenote K geweest dan had ik geen visum gekregen en was ik niet met dezelfde egards behandeld. Ik had nog geen bibliotheekpas bij Echtgenoots werk kunnen aanvragen! Het huwelijk word je hier door de strot geduwd omdat andere vormen van een door de staat geregeld samenlevingsverband niet bestaan. Je kunt hier geen samenlevingscontract afsluiten en dus zul je moeten trouwen, homo of niet, trouwlustig of niet.

Zelf wil ik graag een volgende keer trouwen met een in witte enkellange bruidsjapon gehulde homo. 

Voor vandaag een wit gerecht. Bloemkool met een papje. Probeer nu alsjeblieft eens echt werk te maken van je roux. Het verschil is zo groot. Dit doe je zo:

Voor vier personen: 

1 liter melk
1 laurierblad
1 kleine ui
2 teentjes knoflook
50 gr boter
50 gr bloem
4 el slagroom
100 gram geschaafde pittige kaas (Cheddar, belegen kaas)
1 grote bloemkool
4 el fijngeraspte parmezaan

Schenk de melk in een pan en voeg het laurierblad toe. Schil de ui, steek er de knoflooktenen in en voeg aan de melk toe. Breng de melk aan de kook. Zodra de melk begint te rijzen, zet je het vuur uit en laat je de melk afkoelen. Verwarm de oven voor op 220 graden celsius. Smelt de boter in een pan met dikke bodem, roer de bloem erbij en laat het mengsel koken. Roer regelmatig. Het mengsel mag een beetje goudkleurig worden en gaan geuren. Giet de warme melk erbij en laat het mengsel bijna koken. Als je klontjes ziet, wanhoop dan niet. Je roert ze er makkelijk met een garde uit. Roer tot de saus dikker begint te worden. Zet het vuur laag en laat de saus nog een kwartier tot twintig minuten pruttelen. Voeg de slagroom en Cheddar/belegen kaas toe. 
Breek de bloemkool in grote roosjes. Breng een grote pan water aan de kook en laat de roosjes daarin vallen. Drie of vier minuten in het kokende water is voldoende. Giet de bloemkoolroosjes goed af. Breng de bloemkool nu over in een ovenschotel. Giet de kaassaus over de roosjes (het laurierblad en de ui met knoflook mogen nu worden weggegooid). Bestrooi de schotel met nog wat parmezaanse kaas. Zet de schotel in de oven en bak de bloemkool twintig minuten. Er heeft zich dan een gouden korst gevormd en de saus is lekker aan het bubbelen. 

donderdag 30 juni 2011

Christelijke abondantie


Soms kan ik de neiging nauwelijks onderdrukken. Ik zie ze, in het wild, op zondagochtend lopen. En ik kan het bijna niet weerstaan. Ik heb zin om zo’n brave christen een aai over zijn bolletje te geven. Zoals je doet bij een kind wanneer het zijn knie heeft geschaafd. Het heeft toch ook iets aandoenlijks om mensen keer op keer naar de kerk te zien lopen en daar weer met lege handen vandaan te zien gaan? Die neiging wordt vrij gemakkelijk de kop in gedrukt wanneer ik hetzelfde volk protesterend voor de New Havense abortuskliniek zie staan. Dat is zo’n smakeloos kwetsende bedoening dat mijn maag zich omdraait. Met spandoeken en geschreeuw proberen ze de ongelukkige vrouwen de toegang tot de kliniek te belemmeren. Ergernis is niet voldoende om uitdrukking te geven aan wat ik hiervan vind. Hun naïeve bolletjes wil ik nu tot bloedpulp slaan.

Ja, christenen kunnen me behoorlijk op de zenuwen werken. Zo zijn er hier natuurlijk ook gewoon te veel van. Ze komen werkelijk uit alle hoeken en gaten. Het lawaai van de kerkklokken is hier niet van de lucht. En reken er maar niet op dat ik hier spreek over een bescheten “Aan de Amsterdamse grachten” dat ik weleens uit de Westerkerk hoor komen. Nee, dit klokgelui gaat maar door, is keihard en er is melodieus bovendien geen touw aan vast te knopen. Ik kan natuurlijk best mijn eigen ergernis hierover verwoorden maar maak veel liever gebruik van “Tism” die dit op de rellerige website “FOK!” op heel eloquente wijze doet:

“Waarom Stuuren ze tegenwoordig niet gewoon een sms-je naar al die stoffige gereformeerde sukkels, met de tekst "Attentie, de klokken luiden nu een kwartier lang, geniet er maar van", zodat de niet geinterreseerden onder ons (een meerderheid) er geen last van hebben en de televisie en radio niet harder hoeven te zetten en dus de buren ook niet geïrriteerd raken en hoeven te moeten lopen zeiken dat die te hard staan. Waarom kennen ze niet met hun tijd mee gaan, het is toch allemaal achterhaalt, of nie!?”

Ik vind het fijn dat ik niet de enige ben die zich ergert. Tegenwoordig troost ik me met de gedachte dat Tism zich ergens ook zit op te winden. Dat klokluiden: ik snap het gewoon niet. Degenen die naar de kerk gaan, weten dit inmiddels toch wel van tevoren? Of zijn christenen, net als vissen? Hebben ze een geheugen van twee seconden? Moeten de kerkklokken laten horen dat ze nog steeds de goede kant op lopen?

36% van de Nederlanders gelooft dat er “iets” is. Als je met die mensen praat, verzuchten zij vaak een bezwerend “er is meer tussen hemel en aarde”. Alsof dit gegeven alleen hen al met meer wijsheid begiftigt. Deze mensen noem je ietsisten. Dat maakt mij vanzelfsprekend een espressist: ik geloof heilig in een sterke kop espresso in de ochtend. Ik heb geen kerkklokken nodig om me aan mijn geloof te herinneren en maak gaarne een tripje naar de winkel wanneer mijn voorraad geloof op dreigt te raken. Op de basisschool had ik welgeteld één kind in de klas dat in God geloofde. Hij vergeleek geloven in God met het ruiken van een scheet. Ook een scheet kun je niet zien maar hij bestaat wel. Dit is misschien het “iets” waar al die Nederlanders inmiddels in geloven.

De Paus twitterde twee dagen geleden voor het eerst: “Dear Friends, I just launched News.va Praised be Our Lord Jesus Christ! With my prayers and blessings, Benedictus XVI”. Ik moet zeggen dat ik beter vermaak vind in de christelijke wijsheden die om de paar weken op een letterbord bij de St Paul’s Union American church op de hoek van onze straat verschijnen. 


Echtgenoot en ik fantaseren er lustig op los. De teksten verschijnen als donderslag bij heldere hemel. Wie schrijft ze? Iets of God? Hoeveel letters heeft Hij/Het in zijn letterbak? Hopelijk geeft Hij/Het me binnenkort antwoord op mijn vraag naar de kerkklokken.

We wachten af. 

Voor deze week een recept voor een lekkere hostie: wentelteefjes. Of je deze nu wilt eten om dichter bij Jezus te zijn of omdat je je zondagochtend ontbijtend (al dan niet onder het genot van klokgelui) wilt doorbrengen.

1 ei
2 zakjes vanillesuiker
1 el kaneelpoeder
2 1/2 dl melk
8 sneetjes oud wit brood
40 gram boter

In een diep bord klop je het ei, de vanillesuiker, het kaneelpoeder en de melk los. Snijd de korstjes van het brood. Wentel de sneetjes brood per stuk door het eimengsel en leg ze op een diep bord op elkaar. Schenk de rest van het eimengsel over de stapel boterhammen. Laat dit intrekken totdat alle sneetjes doorweekt zijn. Verhit in een grote koekenpan de helft van de boter en bak de helft van het brood in ongeveer vijf minuten goudbruin. Verhit de rest van de boter en bak op dezelfde manier de rest van het brood. Serveer met suiker, kaneelpoeder of lekkere jam. 




donderdag 23 juni 2011

Lelijk taalgebruik


Ik hoorde het een paar weken geleden voor het eerst. Echtgenoot werd door een onbekende man, van wie hij net een paar sportsokken had gekocht, aangesproken met “buddy”. “Did you find everything you need, buddy?”. Ik kende dat woord voorheen alleen maar in de context waarin het thuishoort: als vriendelijke aanduiding van een gekwalificeerd vrijwilliger die zo goed is om zijn vrije tijd door te brengen met het ondersteunen van mensen met een levensbedreigende ziekte. Sinds wanneer was echtgenoot buddy’s met deze vreemdeling? Leidt echtgenoot een schaduwleven? En kon ik er nog iets aan doen om deze ramp af te wenden? De man was namelijk niet dodelijk ziek: hij leed slechts aan lelijk taalgebruik. “Buddy”, dat klinkt bijna zo erg als: “alrighty” of “See you later, alligator”. In het Nederlands zo lelijk als “goeiesmorgens” of “doei, doei”. Eén keer “doei” is ernstig, bij twee keer kop eraf!

Ik zal vast niet de enige zijn die bij domme Nederlanders vrij direct aan de zanger van Volumia moet denken. Zijn naam is Xander de Buisonjé en het zou mij niet verbazen als het hem een hele tijd heeft gekost om dit goed te kunnen spellen. Het leven is te kort om moeilijk te lopen denken, zo verkondigde hij ooit met verve. Dit moet de tekst van zijn bekende meezinger “Hou me vast” verklaren. “Niemand weet waarom de nacht weer dag wordt”? Op de website van de Hervormde Kerk in Nijkerk kunnen we lezen dat dit komt omdat Hij de zon en de maan in zijn hand heeft en zorgt voor de afwisseling van dag en nacht. Inmiddels zijn er echter ook mensen die vermoeden dat dit te maken heeft met het draaien van de aarde. De kant die naar de zon is gekeerd heeft licht. De kant die van de zon is weggekeerd heeft nacht. “Niemand weet waarom een bloem verwelkt?” Dit, beste Xander, komt door het hormoon ethyleen dat de groei en ontwikkeling van planten regelt. Als je een roos van een struik snijdt, dan maakt de roos meer ethyleen aan en zal de bloem eerder vergaan. “Niemand weet waarom er mensen slapen in de kou”? Dat is inderdaad een lastige. Er zijn mensen die zich geen huis kunnen veroorloven. Je hebt ze ook die zich niet willen conformeren aan onze “huisje, boompje, beestje”-idealen en prefereren op straat te leven, en anderen hebben het misschien snel warm. Xanders leven is te kort om over dit soort vragen na te denken. Nadenken zal wel niet echt zijn “ding” zijn.

Trouwens, waarom is het nog steeds niet strafbaar om “stukje” te gebruiken wanneer het heel duidelijk geen “stukje” kan betreffen. Er bestaat niet zoiets als een stukje tevredenheid. En mensen die het hebben over een “stukje” zelfontplooiing zou ik willen aanraden te beginnen bij een “stukje” fatsoenlijk taalgebruik. Laten we bij dezen afspreken alleen J.C. Bloem nog toe te staan een stukje te gebruiken: “Een stukje bos, ter grootte van een krant / Een heuvel met wat villaatjes ertegen / Geef mij de grauwe, stedelijke wegen / De’in kaden vastgeklonken vastgeklonken waterkant” Zo hoort het en niet anders.

In het Nederlands is “gewoon” en “eigenlijk” wat in de Verenigde Staten “like” is. Het woord wordt te pas en te onpas gebruikt en de betekenis is volstrekt hol. “Oh, this is like so amazing, like really”. “And then he was like.., and she was like.., and then I said that’s like awesome”. Ik maak geen grap. Menig gesprek verloopt volgens bovenstaand patroon. Ook het stippellijntje is niet gelogen. Het “like” wordt vaak niet ingevuld. De spreker probeert uitdrukking te geven aan een persoonlijke ervaring maar de ervaring is blijkbaar te machtig. Woorden schieten tekort en het “like” blijft in het luchtledige hangen. Als de spreker er “echt voor zou gaan” dan heeft hij wellicht meer kans om zijn “target” te halen. Dan kan hij dat thuis aan zijn “kids” vertellen of natuurlijk aan “de kleine”. De kriebels kruipen over mijn rug. Hasta la vista, baby!

“Kekke” pasta met paprikarelish

Voor vier personen

400 gram pasta 
4 takjes basilicum om te garneren

voor de relish:
1 tl komijnzaadjes, geplet
2 tl olijfolie
500 gram rode en gele paprika's in reepjes van 1/2 cm breed
5 teentjes knoflook, fijngehakt
2 middelgrote rode pepers, zonder de zaadjes, fijngehakt
4 middelgrote rijpe tomaten, ontveld
2 el zongedroogde tomaten, fijngesneden

Rooster de komijnzaadjes ca 1 min in een droge hete koekenpan. Voeg olie, paprika, knoflook en rode peper toe. Laat met deksel op de pan in ongeveer 40 minuten op zeer laag vuur zacht worden. Hak de tomaten grof. Doe tomaat en zongedroogde tomaat bij de paprika in de pan. Betrooi met wat zout en laat zonder deksel op hoog vuur 5 minuten inkoken tot een dikke saus. Kook ondertussen de pasta. Doe de saus bij de pasta en laat dit nog een minuut doorwarmen zodat de pasta de smaak van de saus goed kan opnemen. Garneer met basilicum. 



donderdag 16 juni 2011

Open sollicitatie aan onze minister-president

Wij hebben een familietalent, of, zo je wilt, een familiegebrek. Alle drie hebben we er in meer of mindere mate last van. Als we iets niet interessant vinden dan hebben we ons de vaardigheid meester gemaakt om te luisteren maar niet te horen. Onze desinteresse betreft met name de technische aspecten van het leven. Terwijl we zogenaamd geïnteressseerd luisteren naar iemand die ons uitlegt hoe je een stopcontact fabriceert, een cd op mp3 zet of hoe je Celsius omrekent naar Fahrenheit, dwalen onze gedachten af naar wat we vanavond gaan koken, proberen we ons ervan te vergewissen dat we niets tussen onze tanden hebben zitten, of we kijken naar de kont van een voorbijganger. De zaken die ik niet interessant vind, kan ik dan ook niet of nauwelijks. Wiskunde heb ik moeten laten vallen, klokkijken kon ik pas op mijn dertiende (waarom staan die wijzers niet gewoon keurig op bepaalde cijfers?) en waarom spreken we niet van links, rechts, rechtdoor of naar beneden, maar van West, Oost, Noord en Zuid? Met name deze laatste lacune in mijn ontwikkeling wreekt zich in de Verenigde Staten waar men alles het liefst aanduidt met windrichtingen: “neem de ingang aan de westerzijde”.

Ik vraag me af of ik in dit huidige kabinet kans had gemaakt op een ministerpost. Ik denk zelf aan het Ministerie van Financiën of iets met infrastructuur. Ik heb Kunstgeschiedenis gestudeerd en dat lijkt mij de geschikte vooropleiding. Kan ik lekker ten oosten of westen van het land een nieuwe snelweg laten aanleggen. Maar kan iemand mij vertellen of die Noord/Zuidlijn in Amsterdam nu van boven naar beneden of van links naar rechts loopt? In financiën ben ik trouwens ook echt heel goed: ik kan al jaren pinnen en geld over de balk smijten als de beste. Iedereen die mij kent kan bevestigen dat er niets op mijn hoofdrekenen valt af te dingen. Mark (ik mag toch wel Mark zeggen?), ik zie je reactie graag tegemoet en hoop dat dit alles aanleiding vormt mij uit te nodigen op gesprek zodat ik me nader aan je kan voorstellen (mag wel tutoyeren toch?). Voor alle duidelijkheid: tutoyeren betekent jij-zeggen. Ik weet niet waarom ze daar tegenwoordig zulke dure woorden voor gebruiken.

Voordat ik in je kabinet plaatsneem moeten me er wel een paar kleine dingetjes van het hart. Maak je niet druk: ik zal Jip-en-janneke taal bezigen ( dat is een ander woord voor gebruiken) en het niet al te ingewikkeld maken. Ik wil alleen zo graag van je weten waarom de politiek al jaren zo’n minachting voelt voor cultuur. En Mark, jouw partij van Vrijheid en Democratie, vertoont hier helemaal een sterk staaltje van. Waarom steekt het je zo dat 0,4 procent van de 250 miljoen euro die we uitgeven aan subsidiëring van maatschappelijke activiteiten naar de kunst gaat? Waarom heb je in vredesnaam een man tot staatssecretaris van cultuur benoemd die ook naar eigen zeggen een oelewapper is? Onze Halbe: “Kunst is smaak, je moet er blij van worden, het moet je energie geven”. Hij is geen kunstkenner en vindt dat niet erg omdat dit eerder een voordeel is dan een nadeel wanneer er zoveel bezuinigd moet worden. Lekker onpartijdig, zo zonder voorkeuren. Sinds wanneer? Sinds wanneer laten we ons liever opereren door een chirurg zonder afgeronde medicijnenopleiding omdat dat been er tóch af moet?

Al in 2006 schreef jullie fractievoorzitter Stef Blok, die Bedrijfskunde heeft gestudeerd, dat het maar eens afgelopen moest zijn met het subsidiëren van kunst. Ook Halbe Zijlstra lijkt een hekel te hebben aan kunst en met name aan gesubsidieerde kunst. Je had Halbe niet gelukkiger kunnen maken dan met de mededeling dat hij de stekker uit bepaalde in zijn ogen toch waardeloze culturele instellingen mocht trekken. 200 miljoen bezuinigen op al die zaken die hij toch niet snapt is als een jongensdroom die eindelijk uitkomt. Hij beseft  “dat er pijn in zit” en dan lacht hij dat misselijke besmuikte lachje en verklaart dat hij liever naar de Efteling gaat dan dat hij naar die oude “plaatjes” in het Rijksmuseum kijkt. Dat is toch immers niet meer van deze tijd. Halbe is als een arts die het liefst alleen maar slechtnieuwsgesprekken voert.

Mark, Stef, Halbe, ik denk dat het niet onverstandig is om jullie beter te laten voorlichten voordat jullie dingen roepen die zelfs voor Geert te kort door de bocht zouden zijn. Jullie noemen de Verenigde Staten zo graag als voorbeeld voor bepaalde beslissingen in jullie beleid. Zo schrijft Stef dat “New York niet het Mekka van de schilderkunst is geworden dankzij de genereuze overheid”. Vernieuwing in de kunst is met andere woorden niet afhankelijk van overheidssteun. Helaas vergeet hij daarbij twee dingen. Kunstenaars als Mark Rothko en Jackson Pollock (ik neem aan dat hij het over deze generatie kunstenaars heeft wanneer hij spreekt over de bloeiende New Yorkse art scene) werden wel degelijk financieel gesteund door de overheid, namelijk door het Federal Art Project. Dit project was een onderdeel van het veel grotere Works Progress Administration, door President Roosevelt geïnitieerd om Amerika en zijn kunstenaars door de crisisjaren heen te helpen. Het project maakte geen onderscheid tussen abstracte en figuratieve kunst. In een periode waarin abstracte kunst nog niet zo breed werd geapprecieerd en verkocht, zorgde de overheid voor een vast inkomen voor deze kunstenaars en stond deze overheidssteun aan de wieg van hun succes.

Ten tweede, is de samenleving in de Verenigde Staten volstrekt anders georganiseerd dan in Nederland. Amerikanen betalen namelijk nauwelijks belasting en de rijken bepalen zodoende zelf waar hun geld heengaat. De rijken doen hier niets liever dan het financieren van een nieuwe vleugel in een museum of het bekostigen van een leerstoel aan een universiteit. Deze schenkingen betekenen prestige en bovendien zijn giften tot 1 miljoen dollar per jaar belastingaftrekbaar. Stef, heb je je nooit afgevraagd hoe het toch komt dat elk Amerikaans boerengehucht zo’n goede concertzaal heeft? Zo’n systeem kun je natuurlijk ook in Nederland introduceren. Als je rijke Nederlanders niet langer 52% belasting laat betalen (waarover mensen als Halbe dan beslissingen mogen nemen) dan geef ik je op een briefje dat ook de Nederlandse elite massaal aan het cultureel doneren zal slaan. Geen rijk mens zal het nog in zijn hoofd halen om te investeren in het openbaar onderwijs van Oosterwolde wanneer hij van datzelfde geld een toneelgezelschap van zijn naam kan voorzien. Halbe, je kansen op een baan in de politiek zouden in zo’n scenario zo goed als verkeken zijn. Ik zal je dat nog eens uitgebreider uitleggen. Het onderwijssysteem is hier namelijk ook helemaal anders en na alles wat ik over je gelezen heb, lijkt het me voor jou niet haalbaar om hier een dergelijk "succes" te oogsten.

Mark, lieverd, nogmaals: ik houd me aanbevolen. Het is nog niet te laat om het tij te keren. Je hoeft nog niet als minkukel de geschiedenisboeken in. Echt niet, maar wacht niet te lang.

Speciaal voor jullie heren politici heb ik een recept uitgekozen uit mijn allereerste kookboek. Het zijn “Toverpaddestoelen” en ze zijn niet al te moeilijk om te maken. Bij uitzondering voeg ik een afbeelding van het eindresultaat toe. Ik weet immers hoe dol Halbe is op “plaatjes”. 

Voor vier personen:

200 ml slagroom
2 bananen
4 halve perziken uit blik
1 el chocolade-hagelslag

Schep de slagroom op een bord. Strijk de room op het bord uit. Pel de bananen en snijd ze in vier stukjes. Snijd de punten er af. Zet de stukjes banaan rechtop in de room. Zet de halve perziken boven op de stukken banaan. Strooi er nu de chocolade-hagelslag over. 

donderdag 9 juni 2011

Gebakken lucht

Ik zal het maar eerlijk opbiechten: deze blog is met moeite van de grond gekomen. Ik heb me weer eens overgegeven aan een oude valkuil. Eentje waar ik telkens weer in val en waar ik moeilijk uit omhoog kan kruipen. Ik heb het over mijn verslaving aan Amerikaanse televisieseries. Nu kun je zelfs in intellectuele kringen zonder schroom verkondigen hoezeer je weer hebt genoten van het vierde seizoen van Mad Men, maar het is veel moeilijker met evenveel verve te verdedigen dat je het ook bij seizoen 8 van Grey’s Anatomy absoluut niet droog kon houden. Het helpt heus niet dat schrijvers als Conny Palmen hebben bekend verslaafd te zijn aan As the World Turns. Ook ik heb die soap tien jaar gevolgd maar onderwijl was ik niet mijn zevende boek aan het schrijven. Voor haar is de soapserie als een moeder die haar een verhaaltje voorleest. Ik heb een schare moeders nodig om aan mijn dagelijkse portie drama te komen. Het televisiegenre dat met kop en schouders boven alle andere uitsteekt is de ziekenhuisserie, gevolgd door de advocaten-tegen-de-klippen-op drama’s.

De wonderbaarlijke wederopstanding van een langdurig comateus patient in de hitserie Medisch Centrum West - minuten vóórdat de stekker eruit werd getrokken -  heeft mijn liefde voor de ziekenhuisserie voor eeuwig bestendigd. Godzijdank is de kwaliteit van ziekenhuisseries er sindsdien wel op vooruit gegaan. Ik had overigens ook best dokter willen worden, ware het niet dat ik gruwel van alles wat het menselijk lichaam uitscheidt. Als patienten mij zouden kunnen beloven zich te gedragen en al hun lichaamssappen bij zich zouden houden, dan sluit ik een omscholing niet uit.

Het is een gevleugelde uitspraak geworden om te zeggen dat je “al kunt huilen bij het testbeeld”: ik snotter om alles wat mijn geliefde personages in hun fictieve levens meemaken. Vaak kun je al van mijlenver aan zien komen wat er in zo’n aflevering gaat gebeuren. Het maakt me niet uit. Sterker nog, het zou weleens kunnen bijdragen aan een extra stormvloed van tranen. Zoals wanneer de enige chirurg zonder het uiterlijk van een Don Juan maar wel met een prikkelbaar karakter opeens lieve kleine kwetsbaarheden blijkt te hebben die hij plots met een enkeling deelt. Of wanneer blijkt dat de bloedmooie jonge arts zo afstandelijk doet omdat hij bang is vanwege zijn prachtigheid niet serieus te worden genomen. Alle doktoren belanden uiteindelijk ooit zelf als lijdend object op de operatietafel. En ondanks kleine overlevingskansen redden ze het gelukkig allemaal. Tranen met tuiten.

Wie denkt er nu niet aan de candirú wanneer hij een man met vreselijke pijn aan zijn blaas in een ziekenhuisbed ziet liggen? Het is dat kleine visje uit de Amazone dat, wanneer zo’n arme ziel in de rivier plast, door de urinebuis zijn weg omhoog vindt en het lichaam van zo’n man penetreert. Wanneer een kind lijdt aan allerlei onverklaarbare medische klachten dan weet ik eerder dan de doktoren dat het Munchausen by proxy is: een syndroom waarbij het kind opzettelijk ziek wordt gemaakt door meestal de moeder om aandacht van de doktoren te krijgen. IVF zorgt er voor dat vrouwen vierlingen krijgen met allerhande complicaties, Siamese tweelingen willen na jaren eindelijk worden gescheiden omdat één van hen verliefd is geworden en het gebrek aan privacy nu wat nijpend wordt (niet iedereen is immers meteen in voor een trio). Jarenlang televisiekijken heeft mij een medisch specialist gemaakt. Bovendien weet ik inmiddels ook hoe ik als gearriveerd chirurg een lekkere jonge co-assistent aan de haak kan slaan. Ik zie heus carrièremogelijkheden.

Ik hoop niet dat dit allemaal zwaar overdreven is en het er in een echt ziekenhuis heel anders aan toe gaat. Ze doen het toch wel allemaal in de linnenkast? Keer op keer zie ik dat ze daar betere dokters van worden. Mocht het gebakken lucht wezen, laat het dan smakelijke zijn: een chocoladepavlova met slagroom en frambozen. Een heel lekker toetje voor tijdens een nog sappiger soap. 

Voor zes tot acht personen: 

6 eiwitten
200 gram fijne suiker
3 el ongezoet cacaopoeder (gezeefd)
1 tl balsamico of rode wijnazijn
60 gram fijngehakte donkere chocolade (de 70% chocolade)

Voor de topping:
bakje slagroom
1 grote doos frambozen
2-3 el grofgeschaafde chocolade

Verwarm de oven voor op 180 graden celsius. Bedek een bakplaat met bakpapier. Een goede tip: bakpapier is veel makkelijker te hanteren wanneer je het eerst natmaakt. Houd het bakpapier even onder de kraan, knijp het uit en je kunt het vervolgens in elke gewenste vorm "vouwen". Mix de eiwitten stijf. Je moet er pieken van kunnen vormen. Dit lukt niet in een vette schaal. Zorg dat je schaal absoluut vetvrij is. Ook zorgvuldig zijn met het eieren scheiden. Een beetje eigeel bij het eiwit en het stijfkloppen wordt al een stuk lastiger! Mix er dan de suiker bij, lepel voor lepel totdat de merengue stijf en glanzend is. Sprenkel er de cacao, azijn en de fijngehakte donkere chocolade bij. Roer het allemaal goed door elkaar. Leg dit mengsel als in formaat van een taart op het beklede bakblik. Plaats de schuimtaart in de oven en verlaag de temperatuur tot 150 graden. Laat een uur tot een uur en een kwartier in de oven staan. De taart moet dan droog zijn maar wel nog een beetje meegeven onder je vingers. Zet de oven uit en laat de chocolademerengue compleet afkoelen. 
Als je klaar bent om de pavlova te eten dan schuif je hem op een mooi bord. Je klopt de slagroom stijf. Gebruik zo min mogelijk of geen suiker; de merengue is zoet genoeg. Doe de slagroom op de merengue, leg de frambozen erop en schaaf er wat grove chocoladesnippers over.