donderdag 16 juni 2011

Open sollicitatie aan onze minister-president

Wij hebben een familietalent, of, zo je wilt, een familiegebrek. Alle drie hebben we er in meer of mindere mate last van. Als we iets niet interessant vinden dan hebben we ons de vaardigheid meester gemaakt om te luisteren maar niet te horen. Onze desinteresse betreft met name de technische aspecten van het leven. Terwijl we zogenaamd geïnteressseerd luisteren naar iemand die ons uitlegt hoe je een stopcontact fabriceert, een cd op mp3 zet of hoe je Celsius omrekent naar Fahrenheit, dwalen onze gedachten af naar wat we vanavond gaan koken, proberen we ons ervan te vergewissen dat we niets tussen onze tanden hebben zitten, of we kijken naar de kont van een voorbijganger. De zaken die ik niet interessant vind, kan ik dan ook niet of nauwelijks. Wiskunde heb ik moeten laten vallen, klokkijken kon ik pas op mijn dertiende (waarom staan die wijzers niet gewoon keurig op bepaalde cijfers?) en waarom spreken we niet van links, rechts, rechtdoor of naar beneden, maar van West, Oost, Noord en Zuid? Met name deze laatste lacune in mijn ontwikkeling wreekt zich in de Verenigde Staten waar men alles het liefst aanduidt met windrichtingen: “neem de ingang aan de westerzijde”.

Ik vraag me af of ik in dit huidige kabinet kans had gemaakt op een ministerpost. Ik denk zelf aan het Ministerie van Financiën of iets met infrastructuur. Ik heb Kunstgeschiedenis gestudeerd en dat lijkt mij de geschikte vooropleiding. Kan ik lekker ten oosten of westen van het land een nieuwe snelweg laten aanleggen. Maar kan iemand mij vertellen of die Noord/Zuidlijn in Amsterdam nu van boven naar beneden of van links naar rechts loopt? In financiën ben ik trouwens ook echt heel goed: ik kan al jaren pinnen en geld over de balk smijten als de beste. Iedereen die mij kent kan bevestigen dat er niets op mijn hoofdrekenen valt af te dingen. Mark (ik mag toch wel Mark zeggen?), ik zie je reactie graag tegemoet en hoop dat dit alles aanleiding vormt mij uit te nodigen op gesprek zodat ik me nader aan je kan voorstellen (mag wel tutoyeren toch?). Voor alle duidelijkheid: tutoyeren betekent jij-zeggen. Ik weet niet waarom ze daar tegenwoordig zulke dure woorden voor gebruiken.

Voordat ik in je kabinet plaatsneem moeten me er wel een paar kleine dingetjes van het hart. Maak je niet druk: ik zal Jip-en-janneke taal bezigen ( dat is een ander woord voor gebruiken) en het niet al te ingewikkeld maken. Ik wil alleen zo graag van je weten waarom de politiek al jaren zo’n minachting voelt voor cultuur. En Mark, jouw partij van Vrijheid en Democratie, vertoont hier helemaal een sterk staaltje van. Waarom steekt het je zo dat 0,4 procent van de 250 miljoen euro die we uitgeven aan subsidiëring van maatschappelijke activiteiten naar de kunst gaat? Waarom heb je in vredesnaam een man tot staatssecretaris van cultuur benoemd die ook naar eigen zeggen een oelewapper is? Onze Halbe: “Kunst is smaak, je moet er blij van worden, het moet je energie geven”. Hij is geen kunstkenner en vindt dat niet erg omdat dit eerder een voordeel is dan een nadeel wanneer er zoveel bezuinigd moet worden. Lekker onpartijdig, zo zonder voorkeuren. Sinds wanneer? Sinds wanneer laten we ons liever opereren door een chirurg zonder afgeronde medicijnenopleiding omdat dat been er tóch af moet?

Al in 2006 schreef jullie fractievoorzitter Stef Blok, die Bedrijfskunde heeft gestudeerd, dat het maar eens afgelopen moest zijn met het subsidiëren van kunst. Ook Halbe Zijlstra lijkt een hekel te hebben aan kunst en met name aan gesubsidieerde kunst. Je had Halbe niet gelukkiger kunnen maken dan met de mededeling dat hij de stekker uit bepaalde in zijn ogen toch waardeloze culturele instellingen mocht trekken. 200 miljoen bezuinigen op al die zaken die hij toch niet snapt is als een jongensdroom die eindelijk uitkomt. Hij beseft  “dat er pijn in zit” en dan lacht hij dat misselijke besmuikte lachje en verklaart dat hij liever naar de Efteling gaat dan dat hij naar die oude “plaatjes” in het Rijksmuseum kijkt. Dat is toch immers niet meer van deze tijd. Halbe is als een arts die het liefst alleen maar slechtnieuwsgesprekken voert.

Mark, Stef, Halbe, ik denk dat het niet onverstandig is om jullie beter te laten voorlichten voordat jullie dingen roepen die zelfs voor Geert te kort door de bocht zouden zijn. Jullie noemen de Verenigde Staten zo graag als voorbeeld voor bepaalde beslissingen in jullie beleid. Zo schrijft Stef dat “New York niet het Mekka van de schilderkunst is geworden dankzij de genereuze overheid”. Vernieuwing in de kunst is met andere woorden niet afhankelijk van overheidssteun. Helaas vergeet hij daarbij twee dingen. Kunstenaars als Mark Rothko en Jackson Pollock (ik neem aan dat hij het over deze generatie kunstenaars heeft wanneer hij spreekt over de bloeiende New Yorkse art scene) werden wel degelijk financieel gesteund door de overheid, namelijk door het Federal Art Project. Dit project was een onderdeel van het veel grotere Works Progress Administration, door President Roosevelt geïnitieerd om Amerika en zijn kunstenaars door de crisisjaren heen te helpen. Het project maakte geen onderscheid tussen abstracte en figuratieve kunst. In een periode waarin abstracte kunst nog niet zo breed werd geapprecieerd en verkocht, zorgde de overheid voor een vast inkomen voor deze kunstenaars en stond deze overheidssteun aan de wieg van hun succes.

Ten tweede, is de samenleving in de Verenigde Staten volstrekt anders georganiseerd dan in Nederland. Amerikanen betalen namelijk nauwelijks belasting en de rijken bepalen zodoende zelf waar hun geld heengaat. De rijken doen hier niets liever dan het financieren van een nieuwe vleugel in een museum of het bekostigen van een leerstoel aan een universiteit. Deze schenkingen betekenen prestige en bovendien zijn giften tot 1 miljoen dollar per jaar belastingaftrekbaar. Stef, heb je je nooit afgevraagd hoe het toch komt dat elk Amerikaans boerengehucht zo’n goede concertzaal heeft? Zo’n systeem kun je natuurlijk ook in Nederland introduceren. Als je rijke Nederlanders niet langer 52% belasting laat betalen (waarover mensen als Halbe dan beslissingen mogen nemen) dan geef ik je op een briefje dat ook de Nederlandse elite massaal aan het cultureel doneren zal slaan. Geen rijk mens zal het nog in zijn hoofd halen om te investeren in het openbaar onderwijs van Oosterwolde wanneer hij van datzelfde geld een toneelgezelschap van zijn naam kan voorzien. Halbe, je kansen op een baan in de politiek zouden in zo’n scenario zo goed als verkeken zijn. Ik zal je dat nog eens uitgebreider uitleggen. Het onderwijssysteem is hier namelijk ook helemaal anders en na alles wat ik over je gelezen heb, lijkt het me voor jou niet haalbaar om hier een dergelijk "succes" te oogsten.

Mark, lieverd, nogmaals: ik houd me aanbevolen. Het is nog niet te laat om het tij te keren. Je hoeft nog niet als minkukel de geschiedenisboeken in. Echt niet, maar wacht niet te lang.

Speciaal voor jullie heren politici heb ik een recept uitgekozen uit mijn allereerste kookboek. Het zijn “Toverpaddestoelen” en ze zijn niet al te moeilijk om te maken. Bij uitzondering voeg ik een afbeelding van het eindresultaat toe. Ik weet immers hoe dol Halbe is op “plaatjes”. 

Voor vier personen:

200 ml slagroom
2 bananen
4 halve perziken uit blik
1 el chocolade-hagelslag

Schep de slagroom op een bord. Strijk de room op het bord uit. Pel de bananen en snijd ze in vier stukjes. Snijd de punten er af. Zet de stukjes banaan rechtop in de room. Zet de halve perziken boven op de stukken banaan. Strooi er nu de chocolade-hagelslag over. 

donderdag 9 juni 2011

Gebakken lucht

Ik zal het maar eerlijk opbiechten: deze blog is met moeite van de grond gekomen. Ik heb me weer eens overgegeven aan een oude valkuil. Eentje waar ik telkens weer in val en waar ik moeilijk uit omhoog kan kruipen. Ik heb het over mijn verslaving aan Amerikaanse televisieseries. Nu kun je zelfs in intellectuele kringen zonder schroom verkondigen hoezeer je weer hebt genoten van het vierde seizoen van Mad Men, maar het is veel moeilijker met evenveel verve te verdedigen dat je het ook bij seizoen 8 van Grey’s Anatomy absoluut niet droog kon houden. Het helpt heus niet dat schrijvers als Conny Palmen hebben bekend verslaafd te zijn aan As the World Turns. Ook ik heb die soap tien jaar gevolgd maar onderwijl was ik niet mijn zevende boek aan het schrijven. Voor haar is de soapserie als een moeder die haar een verhaaltje voorleest. Ik heb een schare moeders nodig om aan mijn dagelijkse portie drama te komen. Het televisiegenre dat met kop en schouders boven alle andere uitsteekt is de ziekenhuisserie, gevolgd door de advocaten-tegen-de-klippen-op drama’s.

De wonderbaarlijke wederopstanding van een langdurig comateus patient in de hitserie Medisch Centrum West - minuten vóórdat de stekker eruit werd getrokken -  heeft mijn liefde voor de ziekenhuisserie voor eeuwig bestendigd. Godzijdank is de kwaliteit van ziekenhuisseries er sindsdien wel op vooruit gegaan. Ik had overigens ook best dokter willen worden, ware het niet dat ik gruwel van alles wat het menselijk lichaam uitscheidt. Als patienten mij zouden kunnen beloven zich te gedragen en al hun lichaamssappen bij zich zouden houden, dan sluit ik een omscholing niet uit.

Het is een gevleugelde uitspraak geworden om te zeggen dat je “al kunt huilen bij het testbeeld”: ik snotter om alles wat mijn geliefde personages in hun fictieve levens meemaken. Vaak kun je al van mijlenver aan zien komen wat er in zo’n aflevering gaat gebeuren. Het maakt me niet uit. Sterker nog, het zou weleens kunnen bijdragen aan een extra stormvloed van tranen. Zoals wanneer de enige chirurg zonder het uiterlijk van een Don Juan maar wel met een prikkelbaar karakter opeens lieve kleine kwetsbaarheden blijkt te hebben die hij plots met een enkeling deelt. Of wanneer blijkt dat de bloedmooie jonge arts zo afstandelijk doet omdat hij bang is vanwege zijn prachtigheid niet serieus te worden genomen. Alle doktoren belanden uiteindelijk ooit zelf als lijdend object op de operatietafel. En ondanks kleine overlevingskansen redden ze het gelukkig allemaal. Tranen met tuiten.

Wie denkt er nu niet aan de candirú wanneer hij een man met vreselijke pijn aan zijn blaas in een ziekenhuisbed ziet liggen? Het is dat kleine visje uit de Amazone dat, wanneer zo’n arme ziel in de rivier plast, door de urinebuis zijn weg omhoog vindt en het lichaam van zo’n man penetreert. Wanneer een kind lijdt aan allerlei onverklaarbare medische klachten dan weet ik eerder dan de doktoren dat het Munchausen by proxy is: een syndroom waarbij het kind opzettelijk ziek wordt gemaakt door meestal de moeder om aandacht van de doktoren te krijgen. IVF zorgt er voor dat vrouwen vierlingen krijgen met allerhande complicaties, Siamese tweelingen willen na jaren eindelijk worden gescheiden omdat één van hen verliefd is geworden en het gebrek aan privacy nu wat nijpend wordt (niet iedereen is immers meteen in voor een trio). Jarenlang televisiekijken heeft mij een medisch specialist gemaakt. Bovendien weet ik inmiddels ook hoe ik als gearriveerd chirurg een lekkere jonge co-assistent aan de haak kan slaan. Ik zie heus carrièremogelijkheden.

Ik hoop niet dat dit allemaal zwaar overdreven is en het er in een echt ziekenhuis heel anders aan toe gaat. Ze doen het toch wel allemaal in de linnenkast? Keer op keer zie ik dat ze daar betere dokters van worden. Mocht het gebakken lucht wezen, laat het dan smakelijke zijn: een chocoladepavlova met slagroom en frambozen. Een heel lekker toetje voor tijdens een nog sappiger soap. 

Voor zes tot acht personen: 

6 eiwitten
200 gram fijne suiker
3 el ongezoet cacaopoeder (gezeefd)
1 tl balsamico of rode wijnazijn
60 gram fijngehakte donkere chocolade (de 70% chocolade)

Voor de topping:
bakje slagroom
1 grote doos frambozen
2-3 el grofgeschaafde chocolade

Verwarm de oven voor op 180 graden celsius. Bedek een bakplaat met bakpapier. Een goede tip: bakpapier is veel makkelijker te hanteren wanneer je het eerst natmaakt. Houd het bakpapier even onder de kraan, knijp het uit en je kunt het vervolgens in elke gewenste vorm "vouwen". Mix de eiwitten stijf. Je moet er pieken van kunnen vormen. Dit lukt niet in een vette schaal. Zorg dat je schaal absoluut vetvrij is. Ook zorgvuldig zijn met het eieren scheiden. Een beetje eigeel bij het eiwit en het stijfkloppen wordt al een stuk lastiger! Mix er dan de suiker bij, lepel voor lepel totdat de merengue stijf en glanzend is. Sprenkel er de cacao, azijn en de fijngehakte donkere chocolade bij. Roer het allemaal goed door elkaar. Leg dit mengsel als in formaat van een taart op het beklede bakblik. Plaats de schuimtaart in de oven en verlaag de temperatuur tot 150 graden. Laat een uur tot een uur en een kwartier in de oven staan. De taart moet dan droog zijn maar wel nog een beetje meegeven onder je vingers. Zet de oven uit en laat de chocolademerengue compleet afkoelen. 
Als je klaar bent om de pavlova te eten dan schuif je hem op een mooi bord. Je klopt de slagroom stijf. Gebruik zo min mogelijk of geen suiker; de merengue is zoet genoeg. Doe de slagroom op de merengue, leg de frambozen erop en schaaf er wat grove chocoladesnippers over. 





donderdag 2 juni 2011

Ergernissen 1


Het was vroeg in de ochtend en er klonk een hysterisch geschreeuw op straat. Als je in New Haven woont dan kijk je daar niet snel meer van op. Dit keer werd het geschreeuw echter niet onderbroken door een luid “Put your hands behind your back”. Nee, dit gekrijs duurde voort. Het was een vrouw die stennis schopte. En er was niemand die haar blèren beantwoordde. Geen politie in de buurt. Mijn sensatiezucht won het van mijn volwassenheid en ik besloot op het balkon een kijkje te gaan nemen. Poes Elisabeth stond daar al en was zo nieuwsgierig dat ze haar lijfje tot voorbij haar schoudertjes door de spijlen van het balkon had geworsteld. Het geschreeuw kwam uit één vrouw. Op niet mis te verstane wijze liet zij een voorbijganger weten niet gecharmeerd te zijn van de aandacht die hij had voor haar kont. Ze beëindigde haar betoog met nog een aantal forse schuttingwoorden, draaide zich om en vervolgde haar weg. De man keek nog een keer naar haar derrière en liep, wijselijk, de andere kant op. Ik bleef, samen met de poes, achter op het balkon. Ook wij gaven onze ogen nog een laatste maal de kost. Het was eerlijk gezegd een batterij waar je niet bepaald omheen kon. Bovendien was haar bips gestoken in een broek die weinig te raden overliet. Haar ergernis was echter vast gelegitimeerd. Ergernis is eigenlijk altijd legitiem, helemaal als deze op een zo amusante wijze wordt geuit.

Of het nu komt omdat we de lente hebben overgeslagen en we nu opeens in tropische temperaturen verkeren, ik weet het niet maar ik erger me aan alles. Misschien nog wel het meest aan het feit dat New Haven niet Amsterdam is. Amerikanen hebben vaak een volstrekt ander gevoel voor gezelligheid dan ik. Ik kan dit weekend naar een Aardbeienfestival in Orange. Onbeperkt zomerkoninkjes eten, begeleid met levende muziek en spelletjes voor de kinderen. In Amsterdam had ik naar het Weekend van de Rollende Keukens in het Westerpark gekund. Het hele Westergasfabriekterrein vol culinaire brandweerwagens en zwingende cocktailcampers. Ongetwijfeld met allemaal mooie en goedgeklede jonge mensen. In Orange kan ik rekenen op gebleekte afgeknipte spijkerbroeken en veel te luid gejoel. Ik houd best van kneuterigheid en ik ben dol op aardbeien maar genoeg is genoeg. De Amerikaanse gezelligheid doet me vaak denken aan een liedje van Maarten van Roozendaal. Je wilt er bijna geld voor betalen om er geen deelgenoot van te hoeven zijn. Gezelligheid als het toppunt van gruwelijkheid. Hij noemt een aantal treffende voorbeelden: een zelfgeschreven lied op een bestaande melodie, een limerick, bowlen met collega’s aan het einde van de week, een laaf en funcondooms met aardbeiensmaak (die zal ik in Orange wel niet aantreffen). Liever in Amsterdam bowlen met collega’s dan nog één keer een barbecue met lui die allemaal vinden dat DSK zonder proces in de diepste cel van Rykers Island kan worden gegooid, de sleutel kan worden weggeworpen en hij daar de komende 30 jaar mag wegrotten. Als hij het kamermeisje echt heeft gemolesteerd, dan moet hij worden bestraft maar zullen we vóór die tijd nog maar even onze mond houden? Laat iemand hier alsjeblieft eens ongepast aan mijn kont zitten of ernaar kijken! Al die correctheid komt me mijn neus uit. Krijgt mijn kont werkelijk alleen maar aandacht wanneer ik er één kweek van meer Amerikaanse afmetingen?

En nog iets: wat is dat toch met Amerikanen dat ze zo luid met hun kauwgom smakken? Denken ze dat de frisheid beter tot hun adem doordringt wanneer ze als koeien kauwen en herkauwen en, bij gelegenheid, een belletje wegknappen? Je kunt de route van het kauwgompje volgen in de open mond. Ik kan je vertellen dat dit net zomin werkt als een rij sneller laten gaan door zo dicht mogelijk bij elkaar te gaan staan en zoveel mogelijk “aan te sluiten”. Dat enthousiaste naar voren schuiven laat de cassière echt niet harder werken. De efficiëntie is hier überhaupt niet zo groot. Mensen beginnen hier veel vroeger met werken, stoppen veel later en werken door op zaterdag en nooit komt hier iets af. Ooit in een fastfoodrestaurant geweest voor een kop koffie en minder dan een half uur hoeven wachten?

Met Moeder- en Vaderdag pakt men hier groots uit. Bloemen, cadeaus en brunchen met de kinderen. Al weken word ik via e-mail bestookt door allerhande winkeliers die mij Vaderdaggeschenken aanraden. Ik ben hier net zo weinig in geïnteresseerd als in “enlargement of my manhood”. Ik wil er helemaal geen centimeters bij. Ik vertelde aan een Amerikaanse vriend dat ik mijn hele basisschooltijd asbakken heb gekleid ter gelegenheid van dit soort dagen. Wij deden dit allemaal in de jaren tachtig. Hij kon het amper geloven. Zijn verwondering bereikte een hoogtepunt toen ik hem meedeelde dat we onze kindervingertjes gebruikten om in de randen van de door ons gefabriceerde bakjes de gleuven te drukken waar je je sigaret in kunt leggen. Ik kon mezelf nauwelijks bedwingen te vermelden dat we hierbij als achtjarigen ook zelf een sigaret ter hand namen om het product uit te testen. Zouden ze hier denken dat je ouders aanzet tot roken door een asbak te kleien? Het zou mij niets verbazen. En ook dat ergert me.

Als jij ook in een slecht humeur verkeert en je geen zin hebt om te koken:

Koop lekkere aardbeien (al dan niet in Orange, Connecticut), was ze en haal er daarna pas de kroontjes vanaf. Je wilt namelijk niet dat de aardbeien waterig worden. Halveer de vruchten en sprenkel er wat lekkere oude stroperige balsamico-azijn over. Als dit nog niet genoeg troost biedt, dan kun je er best nog een beetje suiker overheen sprenkelen. En een dikke reep chocolade is dan ook geen slecht idee. 

donderdag 26 mei 2011

Dag des Oordeels


Het was zaterdagavond, vijf voor zes en we zaten in een restaurant in Waterbury. Het was me al een paar keer door het hoofd geschoten. Als je in elk bushokje het Einde der Tijden aangekondigd ziet staan, dan laat dat je toch niet geheel onberoerd. De wereld zou kunnen vergaan en mijn anti-religieuze opvoeding zou zich eindelijk wreken. Echtgenoot en ik hadden daarop besloten uit eten te gaan. Als de Dag des Oordeels echt zou aanbreken, de doden uit hun graven zouden verrijzen en de levenden bijna allemaal zouden sterven, dan zouden we er tenminste een gratis maaltijd aan overhouden. Al die zaken overdenkend, stond er die avond opeens een man op. Hij schraapte luidruchtig zijn keel en vroeg het etende publiek om aandacht. Hij wilde graag, nu het spreekwoordelijke tien voor twaalf was aangebroken, nog even zeggen hoeveel hij van zijn vrouw had gehouden. Die vrouw zat met haar servet op schoot naast hem. Hij bedankte zijn kinderen—ook aanwezig—en het personeel van het restaurant en ging weer zitten. Wij brachten een toost uit op de man en zijn gezin en wellicht op onze eigen naderende dood. Het werd zes uur en er gebeurde niets, vijf over zes en nog steeds waren de ons beloofde aardbevingen niet losgebarsten. Behalve een paar obers met veel te volle borden was er niemand langsgelopen die er uit zag alsof hij dood was. Echtgenoot en ik trokken alvast onze portemonnee.

Toen dacht ik nog dat de Dag des Oordeels wellicht op 21 mei 2011 zou plaatsvinden. Harold Camping was niet de enige die zijn idee moest bijstellen. De werkelijke Dag des Oordeels kwam op de dag na de “Commencement”, wanneer de afgestudeerde Yale-studenten hun studentenkamers moeten verlaten en hun zomervakanties beginnen. Het is op dat moment dat je het ware gezicht van de Verenigde Staten ziet. Alle “rich college kids” gooien hun meubels de straat op en de arme zwarte bevolking verzamelt zich daar om de afdankertjes op te halen. Sterker nog, te beschermen met hun leven. Onder de afgestudeerden zaten ook heus Afro-Amerikaanse kinderen en onder de armoedzaaiers zag ik een enkele blanke maar over het algemeen is het toch volstrekt duidelijk dat het de Afro-Amerikanen zijn die in het getto wonen en de blanken die in de “gothic-fairytale-bubble”, die Yale University heet, vertoeven.

Dat er eindelijk een zwarte president is, doet hier niets aan af. Er wonen bijna 40 miljoen Afro-Amerikanen in dit land en 95% van hen heeft op Barack Obama gestemd. Met zo’n hoog percentage Afro-Amerikanen, Hispanics en Aziaten op wiens steun hij kon rekenen mocht het inderdaad wel eens gebeuren dat er een zwarte president zou komen. Obama won echter niet de meerderheid van de blanke stemmen. En het is hem tot nu toe niet gelukt om de ongelijkheid die ik elke dag om me heen zie vlot te trekken. Ik heb het hem bovendien niet zien proberen. Wat ik wel heb gezien is dat de jongens aan Wall Street (diezelfden die onze economie om zeep hebben geholpen!), inmiddels weer boven Jan zijn. Zij hebben het zelfs beter dan ooit. De rijken zijn de afgelopen jaren alleen nog maar rijker geworden. Twee politicologen (Hacker en Pierson) rekenden voor dat Amerika in de extreme concentratie van rijkdom bij een kleine elite niet onderdoet voor landen als Ghana en Nicaragua. Het is de “winner-take-all-politics”. Deze politcologen leggen niet de schuld bij de vrije markt maar bij de politiek. Ook Europa staat immers onder druk van concurrentie van lagelonenlanden en daar is de kloof tussen arm en rijk veel minder toegenomen. Een paar cijfers die je van je stoel doen vallen. De top 1-procent harkt hier jaarlijks een biljoen dollar binnen. De top binnen die top zag het jaarinkomen stijgen van 4 miljoen dollar in 1974 tot 35 miljoen dollar nu. Hacker en Pierson beargumenteren dat dit komt omdat de rijken de meeste invloed hebben in de besluitvorming. Zij lobbyen hun weg door Washington en zorgen goed voor zichzelf. Belastinghervorming komt dus vooral ten goede aan de mensen die nu ook al zwemmen in het geld. Obama staat erbij en kijkt ernaar.

Dit is duidelijk niet voor iedereen het land van de onbegrensde mogelijkheden. Net zomin als een 89-jarige radiomaker in staat bleek om het Einde der Tijden te voorspellen, kan Obama een happy end voor iedere burger garanderen. Dat is bijzonder teleurstellend. Camping is in de herkansing gegaan. We kunnen ons gaan opmaken voor een nieuwe Dag des Oordeels: 21 oktober 2011 moet het dit keer gaan gebeuren. We zullen het zien. We gaan maar niet uit eten. We kunnen ons zo’n grapje niet weer veroorloven.

Ik wacht geduldig op Obama’s herkansing.

In de tussentijd kunnen we maar het beste een armeluismaaltijd op tafel zetten. Een "oudje" van Donna Hay:

Pappardelle met venkel en olijven

2 rode uien, gehakt
2 kleine venkelknollen, in reepjes
2 el olijfolie
1 3/4 dl witte wijn (ik maakte hem zonder de wijn en dat is, vind ik, lekkerder!)
375 gr. pappardelle
1/4 kop basilicumblaadjes (een goede handvol)
1 kop zwarte olijven (zoveel als je lekker vindt)
10 kappertjes (ga jij ze tellen?)
6 ansjovisfilets, gehakt
parmezaanse kaas

Voor vier personen 

Leg ui en venkel in een ovenschaal en schep ze om met de olijfolie. Voeg eventueel de wijn toe (ik zou het niet doen) en bak 30 minuten in een op 200 graden voorverwarmde oven: de venkel moet gaar zijn. Kook de pappardelle in een pan met ruim kokend water beetgaar. Laat uitlekken.
Schep de pappardelle om met het venkelmengsel, de basilicum, olijven, kappertjes en ansjovis. Serveer met parmezaanse kaas en veel grofgemalen zwarte peper. 

donderdag 19 mei 2011

Talkshowwijsheid

Een fatsoenlijk aantal jaar geleden volgde ik dr. Phil, een televisie psycholoog die bekend is geworden onder de vleugels van mijn zwarte tante (zo verbonden voel ik me met haar) Oprah Winfrey en een eigen show was begonnen. Dr. Phil kon mensen echt helpen. Binnen een mum van tijd had hij altijd de kern van het probleem te pakken, stelde hij een behandelplan op en al voordat de show was afgelopen waren zijn patienten er zichtbaar beter aan toe. Hij was niet zo’n rare Emile Ratelband-achtige figuur die beweert dat als je iets niet onderkent, het ook niet bestaat. Of als je zegt dat iets lukt, het ook gegarandeerd lukt.

Nee, dr. Phil was oplossingsgericht en pragmatisch. De beste show die hij ooit maakte was getiteld: “Dr Phil, is this normal?” We keken naar een paarse vrouw. Alles aan haar was paars. Haar huis, de muren van haar huis, haar meubels, haar kapsel, haar kleding en haar echtgenoot. Bovendien at ze louter en alleen paars voedsel waardoor haar dieet voor het grootste deel bestond uit aubergines. In de uitzending vroeg ze aan dr. Phil of dit normaal was. Ik moet nog vaak aan die show denken. En ik vraag me zeker een aantal keer per week af of dit normaal is. Ik wend mijn hoofd ten hemel en vraag: Dr Phil, is this normal?

Zo was ik vorige week zondag in Salem, Massachusetts om een tentoonstelling te bezichtigen. Drie uur rijden heen, drie uur rijden terug en ik vroeg me niet eens af of dat normaal was want in mijn wereld is dat nu eenmaal zo. Op de tentoonstelling was een portret van Aeltje Uylenburgh te zien. Een prachtig door Rembrandt geschilderd portret van de oudere nicht van zijn echtgenote Saskia. Ik stond er naar te kijken met een bevriende kunsthistoricus en na een minuut werd ons op tamelijk brute wijze kenbaar gemaakt dat we plaats moesten maken. Er was een meneer in korte broek met witte hoog opgetrokken sportsokken genaderd die vond dat we hem belemmerden. Toen we in eerste instantie niet op zijn gemekker reageerden, besloot de meneer voor ons te gaan staan. Wat volgde was een ruzie waarin ik hem uitlegde dat hij überhaupt niet zo dicht bij een schilderij mocht staan, ik nog niet van plan was om verder te lopen en hij in de weg stond. Zijn reactie was bijzonder: hij stelde dat ik het schilderij aan het monopoliseren was. Nog nooit had ik zoveel vechtlust tijdens een museumbezoek meegemaakt. Deze man had er werkelijk veel voor over om naar Rembrandt te kijken. Ik vroeg me direct weer af: Dr. Phil, is this normal?

In Salem heeft in 1692 een hysterische heksenjacht plaatsgevonden waarbij 200 mensen na een onzinnig proces in de gevangenis werden gegooid en tenminste vierentwintig onschuldige mensen de dood vonden. Negentien mensen werden opgehangen, vier mensen stierven in de gevangenis en één man stierf onder een stapel rotsen omdat hij weigerde antwoorden te geven op de vragen van de rechtbank. Arthur Miller schreef hier in 1953 een toneelstuk over: “The Crucible,” een gedramatiseerde versie van de Salem heksenvervolgingen als een allegorie op de communistenjacht onder leiding van senator Joseph McCarthy. In beide gevallen ging het om zeer verstikkende processen waarin men geacht werd namen te noemen van andere schuldigen aan hekserij of communisme. Vingerwijzen om een eigen straf te ontkomen. Naar aanleiding van het stuk werd ook Miller ondervraagd door de House Committee on Un-American Activities. Hij werd in eerste instantie veroordeeld maar dit werd later teruggedraaid. Het stuk werd in 1996 verfilmd met glansrollen voor Winona Ryder en Daniel Day-Lewis.

Je kunt vandaag de dag moeilijk om deze historische gebeurtenis heen omdat je overal in de stad heksen ziet (NU wel!). Ik zag er een zittend op een stoep, compleet met zwarte puntmuts en wrat op de kin. Ik zag er een op straat lopen die flyers aan het uitdelen was. De vuilnisbakken worden opgesierd door een afbeelding met een heks die met haar bezem de straten van Salem aan het schoonvegen is. Al die heksenoverdaad deed mij uiteraard meteen weer denken aan mijn oude vertrouwde dr. Phil en ik vroeg hem of dit normaal was.

Het maakt niet uit waar je binnenstapt, een bibliotheek, een winkel, de dokter of een faculteit. Waar je ook komt, overal hangt een enorme bus met handsanitizer. Dit lijkt absoluut onnodig omdat ik nog nooit een volk heb gezien dat zo fanatiek zijn handen wast als het Amerikaanse. En dat is heel prettig. In Amsterdam zat ik eens met mijn beste vriendin in een café waar we goed zicht hadden op het mannentoilet. Acht van de tien mannen wasten hun handen niet. Een beetje aangeschoten hebben wij vervolgens bierviltjes volgekalkt met instructies over hygiene en die bij het mannentoilet opgehangen. Dit hielp geenszins. In Amerika lijkt het bordje: “Employees must wash their hands before returning to work” zowel bij de werknemers als bij de klanten juist zeer goed aan te slaan. Ze wassen dat het ze een lieve lust is, met een enorme hoeveelheid zeep. 

Oprah leerde mij eens dat je je handen moet wassen totdat je het hele liedje “Happy Birthday to you” in je hoofd hebt uitgezongen. Sneller klaar en je handen zijn nog niet schoon. “Happy birthday”? Laat me niet lachen: sommige Amerikanen zijn zo lang aan het wassen dat het dichter in de buurt komt van het eindeloze “Paradise by the dashboard light”. Die handsanitizer kan ik dus absoluut niet volgen en weer wend ik me tot dr. Phil.

Dr. Phil zwijgt in alle toonaarden.

Voor vandaag twee soepjes (omdat heksen daar nu eenmaal van houden). Ze zijn simpel en smakelijk. Voor deze keer is het toegestaan om bouillonblokjes te gebruiken omdat je het verschil hier werkelijk niet proeft. 

Groene groentesoep
voor vier personen

1 kruidenbouillonblokje
1 bosje groene asperges
1 bosui
1 kleine komkommer
1 handvol spinazieblaadjes
6 kerstomaatjes
10 blaadjes munt
zout en peper

Breng in een grote pan 1 liter water met het bouillonblokje aan de kook. Was alle groenten. Snij de punten van de asperges, snij de houtige onderkant eraf en snij de asperges in kleine stukjes. Snij de ui en de komkommer in dunne plakjes. Snij de tomaatjes in vieren. Knip de munt fijn. Kook alle groenten, behalve de aspergepunten, tien minuten in de bouillon. Voeg op het laatste moment de aspergepunten, de munt en een beetje zout en peper toe. Serveer de soep warm, lauw of gekoeld.

Het is lekker om in een andere pan een stukje witte vis te pocheren en dit erbij te eten. 

Hete zure soep
voor vier tot zes personen

Een bekend recept:

1 1/2 liter kippenbouillon
1 royale el. tomyam-pasta
4 kaffir limoenblaadjes, fijngehakt
1 stengel citroengras, de buitenste bladeren verwijderd, grof gehakt
sap van 1 limoen
4 el vissaus
2 kleine verse rode of groene chilipepers, fijngehakt
1 el suiker
150 gr stropaddestoeltjes of champignons, gehalveerd. 
500 gr gepelde rauwe garnalen, ontdooid, als ze uit de vriezer komen
5 kleine lente-uitjes, in korte stukjes en dan in reepjes gesneden
klein bosje koriander, gehakt
(alle ingredienten zijn bij een goede toko te koop)

Verhit de bouillon en tomyam-pasta in een grote pan, samen met de limoenblaadjes, het citroengras, het limoensap, de vissaus, de chilipepers en de suiker. Laat aan de kook komen, doe er de paddenstoelen bij en laat die een paar minuten meesudderen. Dan zijn de garnalen en de lente-uitjes aan de beurt. Laat die 2 tot 3 minuten meekoken of tot de garnalen gaar zijn. De garnalen moeten gaar zijn maar nog wel mals. Strooi er de koriander over en serveer. 







vrijdag 13 mei 2011

Eenheidsworst


Vorige week stond ik in een boetiek in New York met een mooie oudroze bloes in mijn hand. Ik overwoog de bloes te passen ondanks het feit dat ik een hekel heb aan passen. De verkoopster bespeurde mijn weerzin en probeerde mij over de streep te trekken met een tevreden “all of my customers just LOVE that blouse!” Nu had ze het bijna verbruid. Voor een Nederlander is dat soort reclame funest. Hoewel het uiteraard prettig is als anderen je kledingstijl kunnen waarderen, willen wij onder geen voorwaarden gekleed gaan zoals de rest. We zijn graag zo uniek mogelijk.

Het zou de Nederlandse fascinatie voor Twitter kunnen verklaren. Waarom niet wereldkundig maken dat je je bed net hebt verschoond? Het is een zo originele en eigengereide stap. Trouwens, ligt het aan mij of is dat getwitter een geheimschrift waar slechts een aantal mensen het alfabet van kent? Hoe zit het met dat #? “Het lekkere van to-do lijstjes is het met een rode pen doorstrepen #effectief werken”. Ik snap er niets van. Wel leuk, Youp van het Hek: “Lees net: Engels dorpszwembad verwarmd door crematorium. Ik zou alleen maar op mijn rug zwemmen. Solidariteit!”

Nederlanders vinden zichzelf nu eenmaal bijzonder. Misschien dat ze daarom zo massaal ‘s avonds de gordijnen openlaten. Dat afschuwelijke Postbank-liedje uit de jaren negentig waarin de Nederlander zich manifesteert als “de bevolker van een klein stukje aarde, met iedereen in zijn waarde” was niet voor niets zo populair. En ons wetten laten voorschrijven, daar doen we al helemaal niet aan. Dat merken we inderdaad aan de kleine horeca-ondernemer die het rookverbod aan zijn laars lapt.

Steeds vaker merk ik dat Amerikanen hierin tegenovergesteld zijn. Zij willen juist precies dezelfde babyshower of bruiloft als de buren. Van een “wedding planner” hoorde ik eens dat ze voor Nederlanders telkens weer iets nieuws moet verzinnen. Als het maar gek en anders is. Terwijl Amerikanen hun bruiloft zo veel mogelijk willen laten lijken op alle andere Amerikaanse bruiloften. Alleen wellicht met net iets meer gasten en iets meer eten. Niks geen ja-woord hangende aan een parachute.

Als je om half acht ‘s ochtends door de stad rijdt dan zie je overal het identieke werkvolk. De verpleegsters in mintgroen op crocs, de studenten in Yale-sweater, de zakenheren in te groot pak en de vrouwen in slechtzittende spijkerbroeken. In New York valt het niet zo op maar het is verbazingwekkend hoeveel mensen in de rest van dit land een lelijke spijkerbroek dragen. De mannen weten heus wel dat ze hun pakken te groot dragen en dat die grove stappers met spekzolen niet mooi staan. Ze zijn echter zo bang om voor homo—de enige goed geklede man in dit deel van de wereld—te worden versleten dat ze hun Goofy-uiterlijk op de koop toe nemen. Waarschijnlijk zijn Obama’s pakken daarom ook altijd drie maten te groot.

De gemene deler is dat werkelijk iedereen een felgekleurde metalen bidon bij zich draagt. Hoewel het water hier werkelijk niet binnen is te houden, wordt er gedronken alsof we in voortdurende staat van woestijn verkeren.

Wat ik wel sympathiek vind is dat Amerikanen elkaars adviezen zo trouw opvolgen. Mond-tot-mondreclame is hier heel belangrijk. En zo gebeurt het dan dat iedereen opeens zonder morren afreist naar Wallingford om daar in een even onooglijke neonverlichte nagelstudio exact dezelfde manicure te ondergaan als om de hoek. Gewoon omdat ze onderling afgesproken lijken te hebben dat het daar beter is.

De gemiddelde Amerikaan heet dan ook Bill, Jack, Tim, Jennifer, Sarah of Jane. Echtgenoot en ik kennen zes Christopers en zo sociaal zijn we nu ook weer niet. Hollywoodsterren kunnen dan ook niet anders dan zichzelf van deze grijze massa onderscheiden. Gwyneth Paltrow kreeg een Apple en Moses, Mariah Carey is zojuist bevallen van Moroccan en Monroe. “I’m Moroccan”: Marokko heeft 32 miljoen inwoners die allemaal hetzelfde kunnen zeggen. En dat terwijl ik denk dat Mariah echt haar uiterste best heeft gedaan om iets unieks te bedenken. Mijn persoonlijke favorieten zijn toch wel Pilot Inspektor, Banjo en Moxie CrimeFighter. Al groeit je kind op met een totaal gebrek aan talent, het zal geen moeite krijgen om de aandacht op zich te vestigen.

Na enige aarzeling heb ik het bloesje gekocht. Ik woon per slot van rekening alweer bijna twee jaar in dit land.

Vandaag een recept dat ik momenteel geregeld maak: orecchiette met broccoli raap (ook wel bekend als rapini of broccoletti) en worst. Geen eenheidsworst maar lekker pittige Italiaanse worstjes. 

Voor 4 personen

400 gram orecchiete
1 flinke bos broccoli raap (trimmen)
2 el olijfolie
4 pittige Italiaanse worstjes 
1 teen knoflook, fijngehakt
600 ml kippenbouillon
55 gram roomboter
120 gram geraspte parmezaan
1 tl grof gemalen gedroogde rode peper

Breng in een grote pan water aan de kook en kook per persoon 100 gram orecchiette. 

Verwarm de olijfolie in een grote braadpan. Haal de worstjes uit hun omhulsel, prak ze in grove stukken en bak ze in de olijfolie totdat ze hun roze kleur kwijt zijn (een minuut of vijf), voeg dan de knoflook en de rode peper toe (een paar minuten). Daarna doe je de kippenbouillon erbij, breng je dit alles aan de kook en voeg je de broccoli raap toe. Met een deksel op de pan duurt het ongeveer vijf minuten (tot de rapen gaar zijn!). Ondertussen heb je de pasta uit laten lekken. Doe de boter en de parmezaan bij de raap, zet het vuur zacht en laat dit een beetje binden. Giet eventueel wat van de kippenbouillon af. Doe de pasta bij de saus en vermeng dit goed. 

donderdag 5 mei 2011

Laatste Avondmaal

“Ze streed een ongelijke strijd”: is meestal kanker. “Met verslagenheid hebben wij kennisgenomen van het overlijden van” suggereert een dodelijk gebrek aan fantasie. Alleen kunnen we niet achterhalen wiens gebrek dat was; was de overledene een enigszins saaie figuur of had hij/zij saaie vrienden?
Een goede rouwadvertentie is een kers op de taart van de overledene (en dat is altijd beter dan een stuk droge cake na de begrafenis). Als je nog maar één keer kunt vlammen dan moeten je laatste woorden toch goed zijn. Het feit dat je niet zelf verantwoordelijk bent (lees: dood) mag geen excuus zijn.
Als je nabestaanden je laten gaan met: “je was een rots in de branding en koerste recht door zee/je trotseerde storm en golven alleen…je had de wind niet mee”, dan mag je bijna blij zijn dat je je laatste adem hebt uitgeblazen. Heel populair in het genre is: “ Heel bijzonder, heel gewoon. Gewoon een hele bijzondere man”. In al mijn jaren van “onderzoek” heb ik deze talloze keren voorbij zien komen en ik kan hierop maar één ding zeggen. Als er tijdens je leven geen grote rol was weggelegd voor poëzie, dan kun je dat maar beter zo houden. Als je nog niet dood was dan is zo’n rouwadvertentie wel de genadeklap.

In Amerika kan ik mijn hart ophalen aan de rouwadvertenties. Waar veel mensen leven, gaan veel mensen dood. De Amerikaanse rouwadvertentie is om te smullen. In Nederland kan er nog al eens vaag worden gedaan over de doodsoorzaak. Bij prangende nieuwsgierigheid moet ik me dan tot google wenden om erachter te komen waaraan iemand is gestorven. Gelukkig beginnen de meeste nabestaanden inmiddels een online-condoleanceregister. Praktisch altijd is daar de benodigde informatie wel te vinden.

In Amerika wordt de doodsoorzaak vaak gewoon vermeld. Niet alleen dat, de Amerikaanse rouwadvertentie is vaak net een curriculum. De ene dode is nog slimmer en ambitieuzer geweest dan de andere. Overleden vrouwen hebben bovendien zelden het hoofd gestoten aan het glazen plafond en hebben moeiteloos een glansrijke carrière met moederschap gecombineerd. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de meest succesvolle doden. Deze personen krijgen een werkelijk fantastisch gedetailleerde necrologie. Het lijkt bijna wel alsof die mensen hun leven hebben geleefd voor dit geniale verslag. Het zal mijn morbide karakter wel zijn.

 Last Supper, Famous Final Meals from Death Row: een boek dat toch bijna niet te versmaden is? Wat bestellen terdoodveroordeelden als Laatste (Avond)maal? Robert Buell werd veroordeeld tot de doodstraf voor moord en seksueel misbruik van een 11-jarige in 1982. Hij heeft altijd volgehouden onschuldig te zijn en verzocht om één enkele ontpitte zwarte olijf. De moeilijkste bestelling kwam van ene Odell Barnes jr. (die een vrouw beroofde, mishandelde en doodstak in 1989, althans daarvoor is hij veroordeeld). Hij bestelde een portie Rechtvaardigheid, Gelijkheid en Wereldvrede. Ik kan het niet laten om te vermelden dat Dr. Pepper het favoriete drankje is onder de Texaanse terdoodveroordeelden. Ik vind het fascinerend.
Hieronder tref je mijn Laatste Avondmaal. Het is de goulash van mijn moeder (die overigens springlevend is!). Ik vind dit zó lekker dat ik vermoed bij het eten ervan in staat te zijn mijn op handen zijnde dood te vergeten. Het belang van een goede rouwadvertentie vergeet ik echter nooit.

1 ½ pond runderlappen (riblappen) in blokken
1 grote ui
1 uitgeperste knoflookteen
1 el paprikapoeder
kummelzaad (beetje met de franse slag)
1 el tomatenpuree
2 el boter
2 el bloem
1 rode paprika in grove stukken
paar aardappelen

Bestrooi de stukken vlees met peper en zout. Verhit de boter in een braadpan met een dikke bodem. Schroei de stukken vlees aan alle kanten dicht. Fruit de gesnipperde ui, het paprikapoeder en de bloem mee. Voeg de knoflook, het kummelzaad, de tomatenpuree en de paprika toe. Voeg heet water toe zodat het vlees onderstaat. Laat het vlees drie uur sudderen. Kook het laatste half uur wat in stukken gesneden aardappelen met de saus mee.