Je bent nu helemaal ontspannen. Je benen zijn ontspannen, je armen zijn ontspannen, je romp is helemaal ontspannen. Adem rustig in en uit. Bij de inademing vult je buik zich met lucht, bij de uitademing laat je de lucht je lichaam langzaam verlaten. Je bent nu helemaal ontspannen. Je hebt je lichaam overgegeven aan de mat. Laat maar gaan. Concentreer je op je ademhaling, wanneer je afgeleid wordt door gedachten, accepteer die gedachten dan, stop ze in een doosje en adem door.
Ik ben inderdaad helemaal ontspannen. Het werkt. Tot ik opeens een snerpend Amerikaans stemgeluid van achter de zaal hoor klinken. Een schel “excuse me” galmt door de ruimte. Er is een mevrouw die midden in de meditatie van de yogales iets wil vragen aan de instructrice! In welk doosje zal ik mijn “godverdegodverdegodver”-gedachte eens stoppen? Ik accepteer de gedachte dat ik het hoofd van de vragenstelster wil laten afrukken door een wild beest maar niet vóórdat ik haar ontspannen ledematen eigenhandig één voor één met bijl en zaag heb bewerkt. Mijn lichaam is alleen helemaal niet ontspannen meer. Mijn benen niet, mijn romp niet en mijn armen ook niet.
Er is een typisch Amerikaans verschijnsel dat echt alleen maar hier voorkomt. Gelukkig maar. Het is een bepaald soort vrouw. De vrouw die heeft geleerd assertief te zijn, voor zichzelf op te komen en vooral goed voor zichzelf te zorgen want “een ander doet het niet”. Ik doel niet op de Nederlandse variant van “een goeie meid is op haar toekomst voorbereid”. Ik bedoel zelfs niet de Nederlandse vijftiger met henna gekleurd haar die in een zaal vol mensen het lege podium beklimt om op blote voeten en met dichte ogen te dansen op Afrikaanse trommuziek en zichzelf heeft voorgenomen niet meer met zich te laten sollen. Het soort vrouw over wie ik het nu heb, kent U in Nederland niet. Het is de vrouw die haar gerecht drie keer terugstuurt naar de keuken omdat ze vermoedt dat er toch een beetje eigeel in haar “all egg white” omelet is geslopen. Het is de vrouw die zich nimmer nooit niet het kaas van de boterham zou laten eten (als ze kaas zou eten). Als er een verdwaalde pit in haar verse “oj” (orange juice) zit dan foetert ze het personeel uit. Ze wil haar caesar salad zonder caesar en haar friet zonder aardappel.
Ik kom tegenwoordig regelmatig met dit soort vrouwen in aanraking. U moet weten dat ik sinds een tijd wat vaker in het medische circuit verkeer. Niet omdat ik ziek ben (tenminste niet dat ik weet) maar omdat ik een kind verwacht. In Amerika brengt dat – mits je goed verzekerd bent – een héle hoop controles en zwangerschapsvoorlichtingsavonden met zich mee. En op dat soort avonden vind je dit soort vrouwen. Zij kunnen je altijd wel wijzen op alwéér een nieuwe wetenschappelijke studie waaruit is gebleken dat groene bladgroenten gezonder zijn dan rode appels, dat een geboortebad effectief is in het opvangen van de weeën, dat het Chico Keyfit 30 autostoeltje het veiligst is en dat het belang van het interviewen van alle drieduizend-vierhonderd-achtenvijftig kinderartsen in Connecticut een absolute noodzaak is. Een ieder die dat niet doet, moet preventief het ouderschap worden ontzegd. Zo’n vrouw komt standaard bewapend met notitieblokje naar de bijeenkomst en heeft altijd, hier zijn geen uitzonderingen mogelijk, een watje van een vent. Zo’n man op teenslippers die de vraag “Wat doe jij eigenlijk?”, altijd beantwoordt met “wat zij wil”.
Dit verderfelijke soort geeft mij de indruk dat ik zeer onverantwoordelijk bezig ben omdat ik mij niet heb ingelezen in ALLES. Alsof ik alle onheil over mezelf afroep door me niet alle wetenschappelijke artikelen die verschijnen eigen te maken. Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee.
Ik accepteer de gedachten die ik over dit soort vrouwen heb en zal ze niet met hun notitieblokjes te lijf gaan. Ik blijf rustig zitten en laat het allemaal over me heen komen. Ik ben helemaal ontspannen.
Een omelet eten zonder eigeel is hier heel gewoon. Ik vind het absurd. Als U het mij vraagt zit de smaak van het ei nu juist in de dooier. Voor vandaag bereid ik dan ook een luchtige omelet met eiwit én eigeel.
Voor 1 persoon heeft U nodig:
2 grote scharreleieren, waarvan U het eiwit en het eigeel scheidt.
zeezout en versgemalen peper
een klontje boter
25 gr belegen kaas
Sla de eiwitten stijf in een vetvrije kom, tot het schuim stevige pieken vormt. Klop de eidooiers in een andere kom met wat zeezout en peper tot een romige massa. Spatel het eiwitschuim voorzichtig met een lepel door het eigeel. Verwarm de boter in een middelgrote koekenpan. Schenk vervolgens het eimengsel uit over de bodem van de pan. Bak 2 minuten op matig vuur waarna U de kaas over de omelet strooit. Bak de omelet nog een minuut of wat totdat de onderkant lichtbruin kleurt. Vouw de omelet dubbel en laat op een bord glijden.
donderdag 17 november 2011
Veeleisende vrouwen
Labels:
eieren,
luchtige kaasomelet
donderdag 10 november 2011
De marathon
Ze werd geboren uit een verkrachting. Haar moeder was toen dertien jaar oud. Haar moeder liet haar in de steek en ze werd geadopteerd door ouders die haar lichamelijk en geestelijk mishandelden. Ze ging aan de cocaïne, kwam in aanraking met justitie en toen ze zelf 13 was, werd ook zij verkracht om vervolgens te bevallen van een doodgeboren kind. Kunt U raden over wie ik het nu heb? Ze is heden ten dage één van de meest succesvolle en rijkste vrouwen ter wereld. Juist, Oprah Winfrey. Tegen alle verwachtingen in, vechtend tegen overgewicht en racisme, werd zij de stinkend rijke beroemdheid die ze nu is. Dit verhaal moet U motiveren en inspireren om meer uit Uw eigen leven te halen. Als zij het kan, kan U het ook. Gebruikt U wel Uw volledige potentieel in dit leven? Kom van die bank af en begin met de eerste dag van Uw nieuwe leven!
Mocht U in de gelukkige positie verkeren een oorlogsveteraan zonder benen, een bijstandsmoeder, een allochtoon met een verstandelijke beperking of een meer dan driehonderd kilo wegende persoon te zijn, dan zullen Amerikanen U spoedig in hun hart sluiten. Het enige dat U hoeft te doen is de boel omgooien. Een flinke dosis doorzettingsvermogen en bijbehorende tranen doen de rest.
Ik denk dat U inmiddels wel kunt raden waar ik afgelopen zondag was. De marathon van New York. De marathon, een hardloopevenement dat in de loop der jaren van een sportieve prestatie is verworden tot een bedevaartsoord voor een ieder die zichzelf iets te bewijzen heeft. Uiteraard waren Echtgenoot en ik al vroeg uit de veren. Echtgenoot wilde zien of Geoffrey Mutai opnieuw zou laten zien hoe oppermachtig hij op dit moment is. En reken maar dat hij het liet zien. In twee uur, vijf minuten en zes seconden (twee minuten en zesendertig seconden sneller dan het oude parcoursrecord) rende hij de finish over. Wij stonden op één uur en zevenenvijftig minuten en zagen hem gracieus als een hinde over de laatste helling in Central Park rennen. Wat een prachtig gezicht. En wat een fantastische sporthelden volgden. Onze eigen Rens Dekkers finishte als twintigste. Echtgenoot herkende hem en juichte hem enthousiast toe. Ik volgde zijn voorbeeld. Rens verloor zeker drie seconden omdat hij van verbazing bijna vergat te rennen. Als late inschrijver in het eliteveld droeg hij geen naam onder zijn nummer. En in dat verre New York zal hij waarschijnlijk niet hebben verwacht in het Nederlands aangemoedigd te worden. Bovendien, de grote sterren, daar is niemand in geïnteresseerd. De serieuze amateurs die er fulltime banen op nahouden, negen keer of vaker in de week trainen, tot ze een bloedsmaak in hun strot hebben en hun benen bij elke stap pijn doen, die worden niet interessant geworden. De mensen die hard hebben getraind om de marathon binnen een redelijke, sportief te bewonderen tijd te rennen worden maar mondjesmaat toegejuicht.
Mensen, en met name Amerikanen, houden van de stumpers die zich na zevenenhalf uur over de finish slepen. Ik ben er zondagavond getuige van geweest. Het was inmiddels donker, de meeste renners hadden uitgelopen, waren gedoucht, hadden geslapen en gegeten. De snelle Kenianen zaten alweer in Kenia. Waren wellicht alweer aan het trainen voor de Olympische marathon in Londen. Onze Rens zat bij moeders thuis achter een bord dampende andijviestamppot. Daar kwamen ze, onze overwinnaars. Murphy met zijn moeilijke knieën, Jessica, tranen met tuiten huilend en Connor, badend in het zweet, hijgend om zuurstof, struikelend over de finish na een wandeling die niet veel langer was dan die U en ik op een herfstdag door het bos afleggen (of misschien loopt U het Pieterpad wel). De toeschouwers aan de kant joelden hun kelen schor. De spandoeken met teksten als “Run, Connor, Run” en “Getting up early to make this sign wasn’t easy either” kwamen nu tevoorschijn. De claxons, fluitjes en vuvuzela’s werden druk bespeeld. De stumpers zijn de echte helden van Amerika.
Voor deze week een après-marathonsoepje: kaas-mosterdsoep met tortellini. Een tikkeltje ordinair maar wel erg smakelijk.
1 rode paprika
25 gr boter
25 gr bloem
150 gr sperziebonen
1 groentebouillonblokje
half zakje tortellini met kaasvulling
2,5 deciliter melk
150 gr geraspte oude kaas
2 el grove mosterd
zout en peper
Smelt in een soeppan de boter en roer de bloem erdoor. Voeg in gedeelten 6 deciliter water toe en roer af en toe.
Breng het water aan de kook.
Maak intussen de sperziebonen schoon en snijd de paprika in reepjes.
Voeg paprika, sperziebonen, bouillontablet en pasta toe.
Laat alles met de deksel op de pan 12 minuten koken.
Voeg de melk, geraspte kaas en mosterd toe.
Verwarm de soep al roerend tot de kaas is gesmolten. De soep mag nu niet meer koken.
Breng op smaak met zout en peper
Mocht U in de gelukkige positie verkeren een oorlogsveteraan zonder benen, een bijstandsmoeder, een allochtoon met een verstandelijke beperking of een meer dan driehonderd kilo wegende persoon te zijn, dan zullen Amerikanen U spoedig in hun hart sluiten. Het enige dat U hoeft te doen is de boel omgooien. Een flinke dosis doorzettingsvermogen en bijbehorende tranen doen de rest.
Ik denk dat U inmiddels wel kunt raden waar ik afgelopen zondag was. De marathon van New York. De marathon, een hardloopevenement dat in de loop der jaren van een sportieve prestatie is verworden tot een bedevaartsoord voor een ieder die zichzelf iets te bewijzen heeft. Uiteraard waren Echtgenoot en ik al vroeg uit de veren. Echtgenoot wilde zien of Geoffrey Mutai opnieuw zou laten zien hoe oppermachtig hij op dit moment is. En reken maar dat hij het liet zien. In twee uur, vijf minuten en zes seconden (twee minuten en zesendertig seconden sneller dan het oude parcoursrecord) rende hij de finish over. Wij stonden op één uur en zevenenvijftig minuten en zagen hem gracieus als een hinde over de laatste helling in Central Park rennen. Wat een prachtig gezicht. En wat een fantastische sporthelden volgden. Onze eigen Rens Dekkers finishte als twintigste. Echtgenoot herkende hem en juichte hem enthousiast toe. Ik volgde zijn voorbeeld. Rens verloor zeker drie seconden omdat hij van verbazing bijna vergat te rennen. Als late inschrijver in het eliteveld droeg hij geen naam onder zijn nummer. En in dat verre New York zal hij waarschijnlijk niet hebben verwacht in het Nederlands aangemoedigd te worden. Bovendien, de grote sterren, daar is niemand in geïnteresseerd. De serieuze amateurs die er fulltime banen op nahouden, negen keer of vaker in de week trainen, tot ze een bloedsmaak in hun strot hebben en hun benen bij elke stap pijn doen, die worden niet interessant geworden. De mensen die hard hebben getraind om de marathon binnen een redelijke, sportief te bewonderen tijd te rennen worden maar mondjesmaat toegejuicht.
Mensen, en met name Amerikanen, houden van de stumpers die zich na zevenenhalf uur over de finish slepen. Ik ben er zondagavond getuige van geweest. Het was inmiddels donker, de meeste renners hadden uitgelopen, waren gedoucht, hadden geslapen en gegeten. De snelle Kenianen zaten alweer in Kenia. Waren wellicht alweer aan het trainen voor de Olympische marathon in Londen. Onze Rens zat bij moeders thuis achter een bord dampende andijviestamppot. Daar kwamen ze, onze overwinnaars. Murphy met zijn moeilijke knieën, Jessica, tranen met tuiten huilend en Connor, badend in het zweet, hijgend om zuurstof, struikelend over de finish na een wandeling die niet veel langer was dan die U en ik op een herfstdag door het bos afleggen (of misschien loopt U het Pieterpad wel). De toeschouwers aan de kant joelden hun kelen schor. De spandoeken met teksten als “Run, Connor, Run” en “Getting up early to make this sign wasn’t easy either” kwamen nu tevoorschijn. De claxons, fluitjes en vuvuzela’s werden druk bespeeld. De stumpers zijn de echte helden van Amerika.
Voor deze week een après-marathonsoepje: kaas-mosterdsoep met tortellini. Een tikkeltje ordinair maar wel erg smakelijk.
1 rode paprika
25 gr boter
25 gr bloem
150 gr sperziebonen
1 groentebouillonblokje
half zakje tortellini met kaasvulling
2,5 deciliter melk
150 gr geraspte oude kaas
2 el grove mosterd
zout en peper
Smelt in een soeppan de boter en roer de bloem erdoor. Voeg in gedeelten 6 deciliter water toe en roer af en toe.
Breng het water aan de kook.
Maak intussen de sperziebonen schoon en snijd de paprika in reepjes.
Voeg paprika, sperziebonen, bouillontablet en pasta toe.
Laat alles met de deksel op de pan 12 minuten koken.
Voeg de melk, geraspte kaas en mosterd toe.
Verwarm de soep al roerend tot de kaas is gesmolten. De soep mag nu niet meer koken.
Breng op smaak met zout en peper
vrijdag 4 november 2011
Tafelmanieren
Onze zelfuitgeroepen “polderdandy” Jort Kelder heeft sinds een aantal weken een nieuw programma “Hoe heurt het eigenlijk?”. In het programma onderzoekt Jort op komische wijze de mores van de oude en nieuwe elites van Nederland. Oud geld wordt bezocht in kasteel of op landgoed, nieuw geld ontmoet hij op de Miljonair Fair, in het Gooi of in St. Tropez. Zo leerde ik van Jort dat als je wilt laten zien dat je oud geld “bent” je er bij moet lopen als clochard, je huis met mos moet laten begroeien en in een tweedehands autootje moet rondrijden. Nieuw geld rijdt ofwel met een open golfwagentje over de pas gemaaide nieuw verworven eigen hectaren ofwel in een P.C. Hoofstraat-tractor door de P.C. Hooftstraat zonder ooit gehoord te hebben van P.C. Hooft, laat staan iets van de goede man te hebben gelezen. Nieuw geld zegt horloge in plaats van klokje en braadt zich oranjebruin onder de zonnebank.
Jort is in zijn programma bewapend met bretels en een editie van Amy Groskamp-ten Have’s “Hoe heurt het eigenlijk?”: “een etiquette-bijbel die al generaties geldt als de houvast voor ‘nette mensen’ in kwesties van fatsoen en goede smaak”. Ik laat die bretels graag aan hem over maar heb voor de gelegenheid wel Amy’s boek ter hand genomen. Ik vraag me namelijk al een tijd af hoe het heurt aan tafel. Amy geeft duidelijkheid: “Zij, die gesteld zijn op goede vormen en manieren (en dit geldt óók voor dagelijksch gebruik in den huiselijken kring!) moeten niet: leunen, noch over de tafel hangen, niet eten met de ellebogen op de tafel geplant, niet met open mond eten, niet smakken, niet slurpen, niet morsen, nimmer met de vingers de spijzen aanraken, niet praten met eten in den mond, niet drinken met eten in den mond, geen eten - ook geen kruimels - uit den mond laten vallen, geen groote happen nemen noch de mond haastiglijk vol proppen, nimmer aardappelen met het mes snijden, niet spelen met het dessertzilver, dat boven aan het bord ligt, noch de steel van het wijnglas tusschen de vingers laten draaien, noch pilletjes draaien van broodkruimels, onder het praten niet gesticuleeren met vork, mes of lepel in de hand en ten slotte: niet prakken! d.w.z. eten fijndrukken met de vork, de verkregen substantie omroeren en nog eens omroeren en ten slotte naar den mond brengen; ook stapele men z'n bord niet torenhoog op. Dat alles is in strijd met de goede vormen”.
Deze wil ik U ook niet onthouden: “Mocht het gebeuren, dat men een vischgraat of iets waaraan een bedorven smaak is in den mond krijgt dan brenge men vork of lepel dwars voor de lippen en wippe het oneetbare stuk er rustig en zonder opzien te baren uit, op dezelfde wijze waarop men pitten van gestoofde vruchten, - compôte - op den lepel deponeert”.
Amy is getuige de phrase “ook stapele men z’n bord niet torenhoog op” vast nooit in Amerika geweest! Hamburgers en hotdogs eet men bovendien niet alleen met de hand en met de ellebogen op tafel maar ik zie hier ook dikwijls kruimels uit monden vallen, en monden worden wel degelijk “haastiglijk” volgepropt met “groote happen”. De Amerikaan deinst er bovendien niet voor terug om zijn hap hamburger weg te spoelen met een grote slok Cola, het liefst weggeslurpt door een rietje. Ik mag daar niet flauw over doen: in een hamburgertent vind je hamburger-tafelmanieren. Dat zal allemaal best.
Er zijn echter Amerikaanse tafelgewoonten (zeg maar gerust, hindernissen) waar ik Amy niet over hoor en die ik graag met U deel. Gedeelde smart schijnt halve smart te zijn. Of je nu in een chique of eenvoudig restaurant eet, het gaat hier vrijwel altijd mis. De bediening is veel te aanwezig. Op veel te hoge toon (alsof toonhoogte en vriendelijkheid hand in hand gaan) vragen diensters veel te vaak of alles nog naar wens is. Afgezien van het feit dat U dit vijf minuten geleden ook al vroeg en ons nu wéér stoort in onze conversatie, is alles inderdaad naar wens. Fijn dat U mijn glas veel te koud water waar ik één slok uit heb genomen, nog even bijvult. Kom dat over een paar minuten nog maar eens doen. U weet hoe snel water verdampt en ik moet me niet teveel op mijn gezelschap kunnen concentreren. Moet ik met volle mond echt antwoord geven op de vraag of mijn eten smaakt? En, als ik mijn bestek zo neerleg, betekent dit inderdaad dat ik nog niet uitgegeten ben. Toch fijn, dat U alvast de rekening aan ons presenteert en daar, met die liefkozende stem van U, bij zegt dat we vooral onze tijd moeten nemen! De tijd nemen voor je maaltijd lukt ook zo gemakkelijk wanneer de borden van je gesprekspartners bij het laatste hapje direct onder hun snufferd worden weggetrokken. Het is zo gezellig eten met een afgeruimde tafel. Is dit nu zoals het in Amerika heurt? Er zijn gelukkig ook Amerikanen die zich dit afvragen. De vraag is: wordt het inmiddels als goede service beschouwd om een bord weg te nemen zodra iemand duidelijk maakt klaar te zijn met eten?
Na Kelderiaans onderzoek moet ik vaststellen dat het antwoord op die vraag niet eenduidig is. Over het algemeen is het ook hier etiquette om de tafel pas af te ruimen als iedereen klaar is met eten. Echter veel restaurantgangers willen blijkbaar zo snel mogelijk van hun bord verlost worden. Ze schuiven hun bord zover mogelijk bij zich vandaan om het bedienend personeel te informeren over deze wens. Dieetboekenschrijver Jonny Bowden raadt het zelfs aan in zijn “Living the low carb life”. Bestel gerust een hamburger, eet de helft en laat de andere helft zo snel mogelijk ophalen zodat je niet gedachteloos de rest van je bord leegeet enkel en alleen omdat je een langzame tafelgenoot hebt.
Deze hamburger-tafelmanieren houden inmiddels dus ook de chique restaurants in hun greep. Bestel gerust foie gras (als je daar voor de rest geen morele bezwaren tegen hebt), eet de helft en laat de andere helft voordat je “foie gras” kunt zeggen weer meenemen. Als U van plan bent het gehele gerecht op te eten, dan moet U dat zelf weten, maar kijk dan niet op van een verdwijnende taille en een verschijnende rekening. Zo worden wij – de beschaafde liefhebbers van kleine Franse hapjes – geslachtofferd. We moeten bunkeren als machinebankwerkers om nog enigszins aan ons gerief te kunnen komen. Vergeet het maar dat U twee glazen wijn kunt drinken in de twintig minuten tijd die U van de dienster krijgt om Uw bord leeg te eten. Dineren wordt er niet leuker op. Maar, neem gerust Uw tijd. Die rekening wacht wel.
Thuis eten kan dus wel zo ontspannen zijn. Voor vandaag stel ik een groene salade voor met gekarameliseerde pecannoten, blauwe kaas en peer.
De hoeveelheden voor de salade laat ik een beetje aan ieders fantasie over. Houdt U van Amerikaanse torenhoge stapelhoeveelheden of bent U een meer bescheiden eter?
Nou vooruit, voor vier personen heb je ongeveer nodig:
Voor de gekarameliseerde noten:
150 gr pecannoten
2 of 3 el bruine suiker
1 tl olijfolie
1 el balsamico azijn
bakpapier
Voor de vinaigrette:
olijfolie
1 citroen
1 tl dijonmosterd
zout en peper
Voor de rest heb je nodig:
2 rijpe peren, geschild en in partjes gesneden
groene sla (neem verschillende soorten)
blauwe kaas, bijvoorbeeld gorgonzola, verbrokkeld, hoeveelheid naar smaak
Meng suiker, olie en azijn in een pan op middelhoog vuur totdat de suiker is gesmolten en de siroop aan het bubbelen is, ongeveer drie minuten. Doe de pecannoten erbij en roer totdat de noten allemaal bedekt zijn onder een laagje siroop, hooguit vijf minuten. Spreid de noten uit over een bakplaat bedekt met bakpapier en laat rusten totdat de noten volledig zijn afgekoeld.
Maak een simpele vinaigrette op basis van olijfolie, citroensap, zout, peper en wat dijonmosterd. Leg de gewassen en gecentrifugeerde sla op een plat bord en meng met de vinaigrette. Doe dit bij voorkeur met de hand. Het is veel lekkerder als je de sla niet helemaal overgiet met vinaigrette maar net genoeg gebruikt om de sla een dun laagje te geven. Je kunt de hoeveelheid veel beter inschatten als je de vinaigrette met de hand door de sla mengt. Verdeel er de gekarameliseerde pecannoten, de verbrokkelde blauwe kaas en de partjes peer over.
Jort is in zijn programma bewapend met bretels en een editie van Amy Groskamp-ten Have’s “Hoe heurt het eigenlijk?”: “een etiquette-bijbel die al generaties geldt als de houvast voor ‘nette mensen’ in kwesties van fatsoen en goede smaak”. Ik laat die bretels graag aan hem over maar heb voor de gelegenheid wel Amy’s boek ter hand genomen. Ik vraag me namelijk al een tijd af hoe het heurt aan tafel. Amy geeft duidelijkheid: “Zij, die gesteld zijn op goede vormen en manieren (en dit geldt óók voor dagelijksch gebruik in den huiselijken kring!) moeten niet: leunen, noch over de tafel hangen, niet eten met de ellebogen op de tafel geplant, niet met open mond eten, niet smakken, niet slurpen, niet morsen, nimmer met de vingers de spijzen aanraken, niet praten met eten in den mond, niet drinken met eten in den mond, geen eten - ook geen kruimels - uit den mond laten vallen, geen groote happen nemen noch de mond haastiglijk vol proppen, nimmer aardappelen met het mes snijden, niet spelen met het dessertzilver, dat boven aan het bord ligt, noch de steel van het wijnglas tusschen de vingers laten draaien, noch pilletjes draaien van broodkruimels, onder het praten niet gesticuleeren met vork, mes of lepel in de hand en ten slotte: niet prakken! d.w.z. eten fijndrukken met de vork, de verkregen substantie omroeren en nog eens omroeren en ten slotte naar den mond brengen; ook stapele men z'n bord niet torenhoog op. Dat alles is in strijd met de goede vormen”.
Deze wil ik U ook niet onthouden: “Mocht het gebeuren, dat men een vischgraat of iets waaraan een bedorven smaak is in den mond krijgt dan brenge men vork of lepel dwars voor de lippen en wippe het oneetbare stuk er rustig en zonder opzien te baren uit, op dezelfde wijze waarop men pitten van gestoofde vruchten, - compôte - op den lepel deponeert”.
Amy is getuige de phrase “ook stapele men z’n bord niet torenhoog op” vast nooit in Amerika geweest! Hamburgers en hotdogs eet men bovendien niet alleen met de hand en met de ellebogen op tafel maar ik zie hier ook dikwijls kruimels uit monden vallen, en monden worden wel degelijk “haastiglijk” volgepropt met “groote happen”. De Amerikaan deinst er bovendien niet voor terug om zijn hap hamburger weg te spoelen met een grote slok Cola, het liefst weggeslurpt door een rietje. Ik mag daar niet flauw over doen: in een hamburgertent vind je hamburger-tafelmanieren. Dat zal allemaal best.
Er zijn echter Amerikaanse tafelgewoonten (zeg maar gerust, hindernissen) waar ik Amy niet over hoor en die ik graag met U deel. Gedeelde smart schijnt halve smart te zijn. Of je nu in een chique of eenvoudig restaurant eet, het gaat hier vrijwel altijd mis. De bediening is veel te aanwezig. Op veel te hoge toon (alsof toonhoogte en vriendelijkheid hand in hand gaan) vragen diensters veel te vaak of alles nog naar wens is. Afgezien van het feit dat U dit vijf minuten geleden ook al vroeg en ons nu wéér stoort in onze conversatie, is alles inderdaad naar wens. Fijn dat U mijn glas veel te koud water waar ik één slok uit heb genomen, nog even bijvult. Kom dat over een paar minuten nog maar eens doen. U weet hoe snel water verdampt en ik moet me niet teveel op mijn gezelschap kunnen concentreren. Moet ik met volle mond echt antwoord geven op de vraag of mijn eten smaakt? En, als ik mijn bestek zo neerleg, betekent dit inderdaad dat ik nog niet uitgegeten ben. Toch fijn, dat U alvast de rekening aan ons presenteert en daar, met die liefkozende stem van U, bij zegt dat we vooral onze tijd moeten nemen! De tijd nemen voor je maaltijd lukt ook zo gemakkelijk wanneer de borden van je gesprekspartners bij het laatste hapje direct onder hun snufferd worden weggetrokken. Het is zo gezellig eten met een afgeruimde tafel. Is dit nu zoals het in Amerika heurt? Er zijn gelukkig ook Amerikanen die zich dit afvragen. De vraag is: wordt het inmiddels als goede service beschouwd om een bord weg te nemen zodra iemand duidelijk maakt klaar te zijn met eten?
Na Kelderiaans onderzoek moet ik vaststellen dat het antwoord op die vraag niet eenduidig is. Over het algemeen is het ook hier etiquette om de tafel pas af te ruimen als iedereen klaar is met eten. Echter veel restaurantgangers willen blijkbaar zo snel mogelijk van hun bord verlost worden. Ze schuiven hun bord zover mogelijk bij zich vandaan om het bedienend personeel te informeren over deze wens. Dieetboekenschrijver Jonny Bowden raadt het zelfs aan in zijn “Living the low carb life”. Bestel gerust een hamburger, eet de helft en laat de andere helft zo snel mogelijk ophalen zodat je niet gedachteloos de rest van je bord leegeet enkel en alleen omdat je een langzame tafelgenoot hebt.
Deze hamburger-tafelmanieren houden inmiddels dus ook de chique restaurants in hun greep. Bestel gerust foie gras (als je daar voor de rest geen morele bezwaren tegen hebt), eet de helft en laat de andere helft voordat je “foie gras” kunt zeggen weer meenemen. Als U van plan bent het gehele gerecht op te eten, dan moet U dat zelf weten, maar kijk dan niet op van een verdwijnende taille en een verschijnende rekening. Zo worden wij – de beschaafde liefhebbers van kleine Franse hapjes – geslachtofferd. We moeten bunkeren als machinebankwerkers om nog enigszins aan ons gerief te kunnen komen. Vergeet het maar dat U twee glazen wijn kunt drinken in de twintig minuten tijd die U van de dienster krijgt om Uw bord leeg te eten. Dineren wordt er niet leuker op. Maar, neem gerust Uw tijd. Die rekening wacht wel.
Thuis eten kan dus wel zo ontspannen zijn. Voor vandaag stel ik een groene salade voor met gekarameliseerde pecannoten, blauwe kaas en peer.
De hoeveelheden voor de salade laat ik een beetje aan ieders fantasie over. Houdt U van Amerikaanse torenhoge stapelhoeveelheden of bent U een meer bescheiden eter?
Nou vooruit, voor vier personen heb je ongeveer nodig:
Voor de gekarameliseerde noten:
150 gr pecannoten
2 of 3 el bruine suiker
1 tl olijfolie
1 el balsamico azijn
bakpapier
Voor de vinaigrette:
olijfolie
1 citroen
1 tl dijonmosterd
zout en peper
Voor de rest heb je nodig:
2 rijpe peren, geschild en in partjes gesneden
groene sla (neem verschillende soorten)
blauwe kaas, bijvoorbeeld gorgonzola, verbrokkeld, hoeveelheid naar smaak
Meng suiker, olie en azijn in een pan op middelhoog vuur totdat de suiker is gesmolten en de siroop aan het bubbelen is, ongeveer drie minuten. Doe de pecannoten erbij en roer totdat de noten allemaal bedekt zijn onder een laagje siroop, hooguit vijf minuten. Spreid de noten uit over een bakplaat bedekt met bakpapier en laat rusten totdat de noten volledig zijn afgekoeld.
Maak een simpele vinaigrette op basis van olijfolie, citroensap, zout, peper en wat dijonmosterd. Leg de gewassen en gecentrifugeerde sla op een plat bord en meng met de vinaigrette. Doe dit bij voorkeur met de hand. Het is veel lekkerder als je de sla niet helemaal overgiet met vinaigrette maar net genoeg gebruikt om de sla een dun laagje te geven. Je kunt de hoeveelheid veel beter inschatten als je de vinaigrette met de hand door de sla mengt. Verdeel er de gekarameliseerde pecannoten, de verbrokkelde blauwe kaas en de partjes peer over.
donderdag 27 oktober 2011
High five
Om een beladen moment in een film te benadrukken maken filmmakers gebruik van slow motion. Van jongs af aan een fan van boksfilms, houd ik erg van deze techniek. De vertraagde ram op een kaak die de stand van de mond verandert en misschien de mond zelfs breekt, het bitje dat uit de mondholte wordt geslagen en met vertraging op de grond terechtkomt en de zweetdruppels die met extra geweld en vaart het gezicht van de geslagene verlaten. Ik kan daar ademloos naar kijken. Met sportwedstrijden kunnen ze er ook wat van. Met name harde overtredingen worden, indien onbestraft gebleven, eindeloos in “slowmo” herhaald. Ook dat is smullen. Smullen met afgrijzen omdat je soms daadwerkelijk kunt zien dat er bij een sliding een been wordt gebroken of een meniscus wordt gescheurd. Het aanschouwen doet een beetje zeer. Jammer dat ook arthouse movies van de techniek gebruikmaken. Die films zijn vaak al zo tergend langzaam dat ik niet inzie waarom we in extra vertraging moeten worden gekweld door het vooruitzicht dat die waterdruppel pas over een minuut de bodem van dat glas gaat raken. Waar zit daar in vredesnaam de spanningsboog?
Gisteren had ik mijn eigen slow motion moment. U moet weten dat ik sinds een aantal maanden weer dans. Dat gaat vaak erg goed hoewel ik vermoed dat dit meer te maken heeft met het beroerde niveau van de medecursisten dan met mijn talent. Er werd een nieuw pasje geïntroduceerd en dat had ik al snel onder de knie. Het ging lekker en ik vermoedde nog niets. En toen gebeurde het, op een moment dat je het het minst verwacht. De les was afgelopen en ik liep volstrekt onschuldig naar mijn flesje water. De danslerares kwam mij echter achterop en stak haar arm demonstratief en enthousiast in de lucht. Zij verwachtte van mij hetzelfde! Oh God, ze verwachtte een high five. Ik kon niet teleurstellen. Zweterig ongemak bekroop me en schaamte maakte zich van mij meester. In slow motion zag ik mijn eigen arm de hare in de lucht ontmoeten. Een klap van de twee handen en het moment was vervlogen. In mijn gedachten bleven de handen echter nog een tijdje in de lucht hangen, de handen tegen elkaar aan gedrukt. Een high five is vies. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die daar zo over denkt. U heeft daar vast ook zo Uw gedachten over. Het heeft iets samenzweerderigs. Ik zal er niet van opkijken als we binnenkort een foto in de krant zien staan van Angela Merkel en Nicolas Sarkozy die hun snode plannen voor Europa beklinken met een triomfantelijke high five. Angela geeft inmiddels al teddyberen aan Nicolas. Zo’n dure Duitse Steiff beer – zal die uit een Nederlands pensioenfonds zijn gefinancierd? – dus een high five laat niet lang meer op zich wachten. De danslerares wilde met mij high fiven omdat ik haar danspasje had begrepen. Als je een danspasje begrijpt dan ben je binnen. Moammar Gaddafi danste in 2009 nog keurig in de maat en kreeg een high five van Barack Obama. Vergis je je in de passen, dan kan dit zo afgelopen zijn. Dan wil Angela haar beer terug en moet Gaddafi en plein public worden geliquideerd. Dat levert prachtige slow motion beelden op voor de film. Wat ik zeg, je moet uitkijken met high fives.
Zullen we voor de gelegenheid maar eens onze spruiten roosteren in plaats van stuk koken (zie “Eva kookt over”)? Dit is zo simpel dat het nauwelijks een recept is te noemen. Het is slechts een suggestie om spruiten eens op een andere manier te bereiden. Mij bevalt deze manier zeer!
Je hebt hiervoor nodig:
zoveel spruiten als je op kunt
olijfolie
grof zeezout
peper
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius. Maak de spruitjes schoon. Meng de spruitjes in een kom met een ruime hoeveelheid olijfolie, zout en peper. Leg de spruiten in een ovenschaal en rooster in dertig tot veertig minuten bruin en knapperig. Amerikanen geven de voorkeur aan grote spruiten: Nederlanders verkiezen de kleinere. De roostertijd is uiteraard afhankelijk van de grootte van de spruit. Schud de ovenschotel van tijd tot tijd om de spruitjes aan alle kanten bruin te roosteren. Besprenkel met extra zeezout en eet de spruitjes alsof het frietjes zijn.
Gisteren had ik mijn eigen slow motion moment. U moet weten dat ik sinds een aantal maanden weer dans. Dat gaat vaak erg goed hoewel ik vermoed dat dit meer te maken heeft met het beroerde niveau van de medecursisten dan met mijn talent. Er werd een nieuw pasje geïntroduceerd en dat had ik al snel onder de knie. Het ging lekker en ik vermoedde nog niets. En toen gebeurde het, op een moment dat je het het minst verwacht. De les was afgelopen en ik liep volstrekt onschuldig naar mijn flesje water. De danslerares kwam mij echter achterop en stak haar arm demonstratief en enthousiast in de lucht. Zij verwachtte van mij hetzelfde! Oh God, ze verwachtte een high five. Ik kon niet teleurstellen. Zweterig ongemak bekroop me en schaamte maakte zich van mij meester. In slow motion zag ik mijn eigen arm de hare in de lucht ontmoeten. Een klap van de twee handen en het moment was vervlogen. In mijn gedachten bleven de handen echter nog een tijdje in de lucht hangen, de handen tegen elkaar aan gedrukt. Een high five is vies. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die daar zo over denkt. U heeft daar vast ook zo Uw gedachten over. Het heeft iets samenzweerderigs. Ik zal er niet van opkijken als we binnenkort een foto in de krant zien staan van Angela Merkel en Nicolas Sarkozy die hun snode plannen voor Europa beklinken met een triomfantelijke high five. Angela geeft inmiddels al teddyberen aan Nicolas. Zo’n dure Duitse Steiff beer – zal die uit een Nederlands pensioenfonds zijn gefinancierd? – dus een high five laat niet lang meer op zich wachten. De danslerares wilde met mij high fiven omdat ik haar danspasje had begrepen. Als je een danspasje begrijpt dan ben je binnen. Moammar Gaddafi danste in 2009 nog keurig in de maat en kreeg een high five van Barack Obama. Vergis je je in de passen, dan kan dit zo afgelopen zijn. Dan wil Angela haar beer terug en moet Gaddafi en plein public worden geliquideerd. Dat levert prachtige slow motion beelden op voor de film. Wat ik zeg, je moet uitkijken met high fives.
Zullen we voor de gelegenheid maar eens onze spruiten roosteren in plaats van stuk koken (zie “Eva kookt over”)? Dit is zo simpel dat het nauwelijks een recept is te noemen. Het is slechts een suggestie om spruiten eens op een andere manier te bereiden. Mij bevalt deze manier zeer!
Je hebt hiervoor nodig:
zoveel spruiten als je op kunt
olijfolie
grof zeezout
peper
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius. Maak de spruitjes schoon. Meng de spruitjes in een kom met een ruime hoeveelheid olijfolie, zout en peper. Leg de spruiten in een ovenschaal en rooster in dertig tot veertig minuten bruin en knapperig. Amerikanen geven de voorkeur aan grote spruiten: Nederlanders verkiezen de kleinere. De roostertijd is uiteraard afhankelijk van de grootte van de spruit. Schud de ovenschotel van tijd tot tijd om de spruitjes aan alle kanten bruin te roosteren. Besprenkel met extra zeezout en eet de spruitjes alsof het frietjes zijn.
Labels:
geroosterde spruitjes,
spruitjes
donderdag 20 oktober 2011
Billen
Tijdschriften: ik ben er dol op. Zó dol dat Moeder en Schoonmoeder een roulatiesysteem hebben ontwikkeld waardoor ik iedere maand mijn portie Nederlandse modetijdschriften thuisgestuurd krijg. In de Jantje van deze maand las ik dat het tegenwoordig zomaar kan gebeuren dat kleuters op school voor hun verjaardag trakteren op Iphones. Ik trakteerde altijd op zelfgemaakte kaasmuisjes (de oren bestonden uit kleine stukjes chips), zelfgebakken chocolade dobbelstenen van cake of een volgetekende envelop gevuld met rozijnen. Na het uidelen mocht je als jarige de klassen rond en als feestelijk slot kreeg je een sticker. Die sticker mocht je vaak zelf uitzoeken! Die leerkrachten staan nu dan toch mooi in hun hemd met hun armzalige stickers. Of hebben die tegenwoordig Steve Jobs gadgets waar de kleuters hun keuze uit mogen maken? U kunt trouwens ook niet verwachten dat U heden ten dage een kinderpartijtje bij U thuis kunt vieren met slingers, ballonnen, limonade en een bordspel. De huidige kleuter verwacht een kinderspa waar hij of zij een manicure krijgt, met als sluitstuk een chocolademasker. Zo las ik. Allemaal reuze handige informatie, zelfs als U geen kinderen hebt. Ik kan me geen leven meer voorstellen zonder die kennis. In september las ik al dat Kate Middleton zwanger was van prins William (wie had dat mogelijk geacht, van die William, bedoel ik dan, hè) en nog wel van een tweeling. Dat soort informatie kun je vrij gemakkelijk opdoen in de rij van de supermarkt in People Magazine. Of het waar is, valt te betwijfelen. Dat het amusant is, daar twijfel ik nooit aan. Als U wilt weten hoe U met zes minuten per dag sterkere binnendijspieren krijgt, dan raad ik U de Cosmo van deze maand aan.
Amerika is het land der tijdschriften (het land van de onbeperkte mogelijkheden is het nooit geweest). In News Haven verkoopt mijn Pakistaan een paar honderd verschillende tijdschriften. Ik telde er alleen al elf over wapens. Er zijn speciale tijdschriften over messen, zwaarden en vuurwapens. Deze laatste categorie maakt het leeuwendeel uit van de collectie. Ook als je ziek, zwak en misselijk bent dan heeft de tijdschriftenwereld je genoeg te bieden. Heb je arthritis dan kun je kiezen tussen het Arthritis Journal en de Arthritis Today. Wil je lijken op Hulk Hogan dan zijn er stuk of vijfentwintig bodybuilding tijdschriften te koop. De snor zul je jezelf ergens anders moeten laten aanmeten. Ik kan de eindeloze stroom hobbytijdschriften, dierentijdschriften, eet-, seks-, dieet-, mode-, roddel, royalty-, muziek en puzzelbladen ongetwijfeld onbesproken laten. Hoewel de categorie “hiphop” mij blijft fascineren.
Met name het tijdschrift “Straight Stuntin” is een absolute eyecatcher. Playboy en Hooters magazine steken daar schraal bij af. Op de cover prijkt elke maand weer een rappende neger in een ruimvallend joggingpak met dikke gouden ketting die geflankeerd wordt door twee zeer schaars geklede zwarte meisjes met enorme achterwerken. Prachtige achterwerken die ze voor de foto nog wat pronter naar achteren hebben gestoken terwijl de dames zich schalks kijkend naar de toeschouwer wenden. Het is een fantastisch blad. Straight Stuntin Magazine beoogt bekendheid te geven aan vrouwen die anders onopgemerkt zouden blijven. Het tijdschrift geeft erkenning aan “our sisters” zonder dat zij zich hoeven te verlagen om die erkenning te krijgen. Dagelijks zien de makers van het blad vrouwen dingen presteren die geen aandacht krijgen omdat deze vrouwen nog geen celebrity status hebben. Dit tijdschrift wil een einde maken aan deze onterechte anonimitiet, aldus de doelstelling van de makers. Dat wist U vast niet, dat naakte vrouwen op tijdschriften symbool staan voor onze emancipatie.
Het werd hoog tijd dat het hebben van een pront goed geolied achterwerk als talent wordt beschouwd. Hoe vaak moeten we niet horen dat iemand zo’n mooie stem heeft of zo goed piano kan spelen? De dames in dit tijdschrift zijn echt veel talentvoller dan J.lo, Beyonce of Shakira met hun schamele scharregatjes. Deze bipsen zijn voller, groter, zwarter en glanzender.
De kont was ten onrechte het ondergeschoven kindje, werd oneerbiedig bestempeld tot “zitvlak”, “gat” of “krent”. De makers van “Straight Stuntin” geven ons eindelijk een verdiende schop onder onze reet.
Voor deze week een recept dat ik bij toeval ontdekte. Ik ben vast niet de enige die standaard een halve bak ricotta op het punt van bederf in de koelkast heeft staan. Wat te doen wanneer ook U graag een steentje aan de emancipatie wilt bijdragen? Hoe krijgt U het gewenste achterwerk? Welnu, maak ricottakusjes, ofwel: baci di ricotta. Een heerlijk calorierijk dessert!
Voor ongeveer dertig kusjes heb je nodig:
250 gr ricotta
1 ei
75 gr bloem
1 1/2 tl bakpoeder
snufje zout
1/2 tl kaneel
1 el suiker
1/2 tl vanille extract
olie om te frituren
wat poedersuiker om de kusjes te bestrooien
Klop de ricotta en het ei in een kom tot een glad mengsel. Klop de bloem, het bakpoeder, het zout, de kaneel, de suiker en het vanille extract erdoor tot een glad beslag.
Verhit de frituurolie in een diepe koekenpan of een frituurpan tot ongeveer 175 graden celsius. In een koekenpan lukt het prima maar gebruik wel voldoende olie. Schep met een theelepel bolletjes van het beslag en laat ze voorzichtig in de olie glijden. Bak er 5-6 tegelijk. De balletjes draaien zich om wanneer ze goed zijn. De baktijd is ongeveer 2 minuten.
Laat ze uitlekken op keukenpapier en leg ze daarna opgestapeld op een mooi bord. Bestrooi met poedersuiker en eet ze zo warm mogelijk.
Amerika is het land der tijdschriften (het land van de onbeperkte mogelijkheden is het nooit geweest). In News Haven verkoopt mijn Pakistaan een paar honderd verschillende tijdschriften. Ik telde er alleen al elf over wapens. Er zijn speciale tijdschriften over messen, zwaarden en vuurwapens. Deze laatste categorie maakt het leeuwendeel uit van de collectie. Ook als je ziek, zwak en misselijk bent dan heeft de tijdschriftenwereld je genoeg te bieden. Heb je arthritis dan kun je kiezen tussen het Arthritis Journal en de Arthritis Today. Wil je lijken op Hulk Hogan dan zijn er stuk of vijfentwintig bodybuilding tijdschriften te koop. De snor zul je jezelf ergens anders moeten laten aanmeten. Ik kan de eindeloze stroom hobbytijdschriften, dierentijdschriften, eet-, seks-, dieet-, mode-, roddel, royalty-, muziek en puzzelbladen ongetwijfeld onbesproken laten. Hoewel de categorie “hiphop” mij blijft fascineren.
Met name het tijdschrift “Straight Stuntin” is een absolute eyecatcher. Playboy en Hooters magazine steken daar schraal bij af. Op de cover prijkt elke maand weer een rappende neger in een ruimvallend joggingpak met dikke gouden ketting die geflankeerd wordt door twee zeer schaars geklede zwarte meisjes met enorme achterwerken. Prachtige achterwerken die ze voor de foto nog wat pronter naar achteren hebben gestoken terwijl de dames zich schalks kijkend naar de toeschouwer wenden. Het is een fantastisch blad. Straight Stuntin Magazine beoogt bekendheid te geven aan vrouwen die anders onopgemerkt zouden blijven. Het tijdschrift geeft erkenning aan “our sisters” zonder dat zij zich hoeven te verlagen om die erkenning te krijgen. Dagelijks zien de makers van het blad vrouwen dingen presteren die geen aandacht krijgen omdat deze vrouwen nog geen celebrity status hebben. Dit tijdschrift wil een einde maken aan deze onterechte anonimitiet, aldus de doelstelling van de makers. Dat wist U vast niet, dat naakte vrouwen op tijdschriften symbool staan voor onze emancipatie.
Het werd hoog tijd dat het hebben van een pront goed geolied achterwerk als talent wordt beschouwd. Hoe vaak moeten we niet horen dat iemand zo’n mooie stem heeft of zo goed piano kan spelen? De dames in dit tijdschrift zijn echt veel talentvoller dan J.lo, Beyonce of Shakira met hun schamele scharregatjes. Deze bipsen zijn voller, groter, zwarter en glanzender.
De kont was ten onrechte het ondergeschoven kindje, werd oneerbiedig bestempeld tot “zitvlak”, “gat” of “krent”. De makers van “Straight Stuntin” geven ons eindelijk een verdiende schop onder onze reet.
Voor deze week een recept dat ik bij toeval ontdekte. Ik ben vast niet de enige die standaard een halve bak ricotta op het punt van bederf in de koelkast heeft staan. Wat te doen wanneer ook U graag een steentje aan de emancipatie wilt bijdragen? Hoe krijgt U het gewenste achterwerk? Welnu, maak ricottakusjes, ofwel: baci di ricotta. Een heerlijk calorierijk dessert!
Voor ongeveer dertig kusjes heb je nodig:
250 gr ricotta
1 ei
75 gr bloem
1 1/2 tl bakpoeder
snufje zout
1/2 tl kaneel
1 el suiker
1/2 tl vanille extract
olie om te frituren
wat poedersuiker om de kusjes te bestrooien
Klop de ricotta en het ei in een kom tot een glad mengsel. Klop de bloem, het bakpoeder, het zout, de kaneel, de suiker en het vanille extract erdoor tot een glad beslag.
Verhit de frituurolie in een diepe koekenpan of een frituurpan tot ongeveer 175 graden celsius. In een koekenpan lukt het prima maar gebruik wel voldoende olie. Schep met een theelepel bolletjes van het beslag en laat ze voorzichtig in de olie glijden. Bak er 5-6 tegelijk. De balletjes draaien zich om wanneer ze goed zijn. De baktijd is ongeveer 2 minuten.
Laat ze uitlekken op keukenpapier en leg ze daarna opgestapeld op een mooi bord. Bestrooi met poedersuiker en eet ze zo warm mogelijk.
Labels:
baci di ricotta,
dessert,
ricotta
donderdag 13 oktober 2011
Pruimentaart
Er stond altijd al wel een opmerkelijk lange rij maar daar had ik verder nooit iets achter gezocht. De taartjes waren ook verdacht duur en daar had ik mijn schouders maar voor opgehaald. Ik had sinds een paar maanden een absolute verslaving opgevat voor pruimentaart. En deze pruimentaart, te koop op de biologische markt in New Haven, was de lekkerste pruimentaart ter wereld. Zaterdag, drie weken geleden, was ik pas om elf uur op de markt. De pruimentaart was uitverkocht. De verkoper vertelde me dat er net een mevrouw was langsgeweest die alle resterende zeven stukken had gekocht. Ik heb serieus overwogen naar deze vrouw uit te kijken, haar te vloeren en er met de taartjes vandoor te gaan. De verkoper was me behulpzaam door me haar signalement op te geven. De verkoper was trouwens voor het overige ook ontzettend aardig. Uiteindelijk verliet ik zijn kraampje met een galette van abrikozen en een enkele verdwaalde pruim. In een vlaag van volwassenheid, daar word ik de laatste tijd wel vaker door overvallen, besloot ik de taart zelf te gaan bakken. New Haven is immers al crimineel genoeg zonder dat ik ook nog eens op boevenpad ga. Dat viel nog niet mee. Wat zat er in deze verzameling van vreugde? Het lekkerste van de taart was de combinatie van zoet en zuur. Van het ietwat knapperige deeg, de zachte zoete spijsvulling en dan het zure antwoord van de pruimen. Ik kon geen recept vinden dat ook maar enigszins in de buurt leek te komen van dit perfecte taartje.
Ik heb het wel geprobeerd. Uiteindelijk leek de Dimply Plum Cake van Smittenkitchen.com (een formidabele kookwebsite!) qua uiterlijk nog het meest op mijn taart.
En toch was het hem niet. En dat baarde me zorgen. De verkoper had me immers verteld dat het pruimenseizoen weldra afgelopen zou zijn en ik dus spoedig elke zaterdag met lege handen zou komen te staan. Je moet er niet toch niet aan denken. Ik was al op zoek naar afkickklinieken.
En opeens was daar de oplossing. Op het taartdoosje van de galette bleek de naam van de bakkerij te staan: “Sono Bakery.” Sono bleek voor South Norwalk te staan, een plaatsje waar de verkoper van de marktkraam de eigenaar bleek te zijn van een “beroemde” bakkerij. De verkoper/eigenaar/bakker en uitvinder van mijn taartje bleek, behalve een redelijk aantrekkelijke Italo-Amerikaan, John Barricelli, een voormalige assistent van Martha Stewart. Nu was, zo las ik, onze John ook regelmatig te bewonderen in The Martha Stewart Show en in Everyday Baking. Wist ik veel, ik heb geen televisie. De Sono Baking Company bleek een eigen kookboek te hebben. En in dat kookboek, U raadt het al, stond het recept voor mìjn pruimentaartje. Diezelfde dag reden Echtgenoot en ik naar South Norwalk om het kookboek te bemachtigen. De verkoper was er niet. Wel stond er een dame die haar oprechte spijt betuigde over het feit dat ze me alleen een ongesigneerd exemplaar van het kookboek kon geven. Maar, of ik wist, dat de heer Barricelli vaak zelf op de biologische markt in New Haven staat? Ik zou mijn boek daar ter plaatse van handtekening en inscriptie kunnen voorzien. Ik heb mevrouw vriendelijk bedankt voor deze suggestie en snel twee cinnamon raisin buns besteld voor de zondagochtend.
Op pagina 112 staat het recept. John (ik mag John zeggen) schrijft in zijn voorwoord dat hij het recept voor Martha Stewart bedacht toen hij nog als assistent voor haar werkte. Hij maakte de taart toen met acht verschillende soorten pruimen tijdens een zomerse “dinner party”. Hij raadt ons echter aan om rijpe zwarte pruimen te gebruiken, bijvoorbeeld Santa Rosa of Black Beauty omdat die zo mooi paars kleuren wanneer je ze bakt. Oh, houd je niet nu al van John?
Een week later, op zaterdag, vond de Aansnijding plaats. Het leek op een lancering van een ruimteveer met dat verschil dat ik bij een lancering altijd stilletjes hoop dat er iets spectaculair misgaat. Het voelde bijna alsof mijn wereld onder mijn voeten zou wegzakken als deze taart, waar ik ziel en zaligheid in had gelegd en waar ik voor naar South Norwalk was gegaan, bleek te zijn mislukt. Echtgenoot deelde in mijn nerveuze anticipatie. De taart overtrof al mijn verwachtingen. Het is, met afstand, de lekkerste taart die ik ooit bakte. Hieronder volgt het recept:
Je hebt hier zo’n lage taartvorm van ongeveer 23 cm met ribbelrand en losse bodem voor nodig. En John gebruikt een foodprocessor maar mijn Nederlandse foodprocessor kan ik hier niet gebruiken dus ik volstond met een schone theedoek, een deegroller en veel geduld. Ik zal in de “vertaling” van mijn recept gebruikmaken van cups in plaats van grammen. Je zou kunnen zeggen dat 1 cup bloem 136 gram is maar omdat een cup een volumemaat is en het aantal gram dus per ingrediënt verschilt, is het toch echt handiger om de Amerikaanse weegeenheden te gebruiken. De meeste maatbekers bevatten zowel de Nederlandse als de Amerikaanse eenheden. Of gebruik mijn favoriete nieuwe speelgoed:
De bodem van de taart is een halve hoeveelheid van deze Pâte Sucrée waarover je nodig hebt:
2 cups bloem
1 cup ongezouten boter op kamertemperatuur
¼ cup suiker
1 tl grof zout
1 groot ei
1 grote eierdooier
1. Doe de bloem in een schaal en klop luchtig met een garde; zet apart.
2. In een andere kom klop je de boter, de suiker en het zout met een mixer luchtig, ongeveer drie minuten. Neem de randen van de kom goed mee. Voeg het ei en de eierdooier toe en mix verder. Voeg de bloem toe en mix tot de bloem is opgenomen in het mengsel.
3. Schep de helft van dit deeg op een stuk huishoudplastic, vorm van het deeg een platte diskette en verpak in het plastic. Doe hetzelfde met de andere helft (en bak daar te zijner tijd een ander taartje mee!). Leg het deeg in de koelkast tot het stevig is (in ieder geval twee uur).
4. Rol het deeg op een licht met bloem bestrooide ondergrond uit. Gebruik niet teveel bloem omdat het deeg anders te droog wordt. Doe het deeg in de taartvorm. Het taartje moet een opstaande rand hebben. Zet de taartvorm weer even in de koelkast om de bodem te laten opstijven, ongeveer een half uurtje.
Voor de amandelcrème heb je nodig:
½ cup hele blanke amandelen (dus zonder schil)
6 el suiker
1 tl grof zout
6 el ongezouten boter, op kamertemperatuur
2 grote eieren, op kamertemperatuur
1 ½ tl amandelextract (gebruik alsjeblieft altijd extract en niet die kunstmatige essence die supermarkten vaak durven te verkopen)
3 el bloem
5. Verwarm de oven voor op 190 graden celsius.
6. Om de amandelcrème te maken, heb je of een foodprocessor nodig. In dat geval pulseer je de amandelen, de suiker en het zout in 10 seconden fijn. Voor het geval dat je, net als ik, lijd onder de omstandigheden van constante verhuizingen naar het buitenland waardoor de helft van je keukenapparatuur het niet doet, trek je een half uur uit voor het fijnstampen van de amandelen. Wanneer ze fijn zijn, voeg je de suiker toe.
Voeg dan de boter toe en mix door elkaar. Ik gebruikte daar mijn elektrische mixer voor. Voeg de eieren en mix totdat de eieren helemaal zijn opgenomen. Voeg dan het amandelextract toe en de bloem tot alles is geabsorbeerd.
Opbouw van de taart, hiervoor heb je nodig:
¾ cup abrikozenjam, gezeefd zodat er geen klontjes meer inzitten.
6 tot 8 rijpe zwarte pruimen (ik kon er maar vijf in mijn taart kwijt)
1 tot 2 el suiker om te bestrooien
7. Haal de taartbodem uit de koelkast en bestrijk met ¼ cup abrikozenjam. Verdeel vervolgens de amandelcrème over de bodem. Snijd de pruimen doormidden, haal de pit eruit en snijd ze in kwartjes. Leg de kwartjes, met de ronde zijde naar boven, rondom in de crème en druk zachtjes om ze een mooi plaatsje te geven. Besprenkel de taart met 1 tot 2 eetlepels suiker. Zet het taartje op een met bakpapier bekleed rooster in de oven.
8. Bak de taart 40 tot 45 minuten (bij mij had hij 45 minuten nodig). Keer het taartje halverwege de baktijd. De crème moet goud kleuren en de korst moet goudbruin zijn. Zet de taart op een rek om te laten afkoelen.
9. Terwijl de taart nog warm is, verwarm je in een klein pannetje de resterende abrikozenjam totdat deze vloeibaar is. Smeer de taart in met deze jam. Laat de taart volledig afkoelen voordat je hem serveert.
Ik heb het wel geprobeerd. Uiteindelijk leek de Dimply Plum Cake van Smittenkitchen.com (een formidabele kookwebsite!) qua uiterlijk nog het meest op mijn taart.
En toch was het hem niet. En dat baarde me zorgen. De verkoper had me immers verteld dat het pruimenseizoen weldra afgelopen zou zijn en ik dus spoedig elke zaterdag met lege handen zou komen te staan. Je moet er niet toch niet aan denken. Ik was al op zoek naar afkickklinieken.
En opeens was daar de oplossing. Op het taartdoosje van de galette bleek de naam van de bakkerij te staan: “Sono Bakery.” Sono bleek voor South Norwalk te staan, een plaatsje waar de verkoper van de marktkraam de eigenaar bleek te zijn van een “beroemde” bakkerij. De verkoper/eigenaar/bakker en uitvinder van mijn taartje bleek, behalve een redelijk aantrekkelijke Italo-Amerikaan, John Barricelli, een voormalige assistent van Martha Stewart. Nu was, zo las ik, onze John ook regelmatig te bewonderen in The Martha Stewart Show en in Everyday Baking. Wist ik veel, ik heb geen televisie. De Sono Baking Company bleek een eigen kookboek te hebben. En in dat kookboek, U raadt het al, stond het recept voor mìjn pruimentaartje. Diezelfde dag reden Echtgenoot en ik naar South Norwalk om het kookboek te bemachtigen. De verkoper was er niet. Wel stond er een dame die haar oprechte spijt betuigde over het feit dat ze me alleen een ongesigneerd exemplaar van het kookboek kon geven. Maar, of ik wist, dat de heer Barricelli vaak zelf op de biologische markt in New Haven staat? Ik zou mijn boek daar ter plaatse van handtekening en inscriptie kunnen voorzien. Ik heb mevrouw vriendelijk bedankt voor deze suggestie en snel twee cinnamon raisin buns besteld voor de zondagochtend.
Op pagina 112 staat het recept. John (ik mag John zeggen) schrijft in zijn voorwoord dat hij het recept voor Martha Stewart bedacht toen hij nog als assistent voor haar werkte. Hij maakte de taart toen met acht verschillende soorten pruimen tijdens een zomerse “dinner party”. Hij raadt ons echter aan om rijpe zwarte pruimen te gebruiken, bijvoorbeeld Santa Rosa of Black Beauty omdat die zo mooi paars kleuren wanneer je ze bakt. Oh, houd je niet nu al van John?
Een week later, op zaterdag, vond de Aansnijding plaats. Het leek op een lancering van een ruimteveer met dat verschil dat ik bij een lancering altijd stilletjes hoop dat er iets spectaculair misgaat. Het voelde bijna alsof mijn wereld onder mijn voeten zou wegzakken als deze taart, waar ik ziel en zaligheid in had gelegd en waar ik voor naar South Norwalk was gegaan, bleek te zijn mislukt. Echtgenoot deelde in mijn nerveuze anticipatie. De taart overtrof al mijn verwachtingen. Het is, met afstand, de lekkerste taart die ik ooit bakte. Hieronder volgt het recept:
Je hebt hier zo’n lage taartvorm van ongeveer 23 cm met ribbelrand en losse bodem voor nodig. En John gebruikt een foodprocessor maar mijn Nederlandse foodprocessor kan ik hier niet gebruiken dus ik volstond met een schone theedoek, een deegroller en veel geduld. Ik zal in de “vertaling” van mijn recept gebruikmaken van cups in plaats van grammen. Je zou kunnen zeggen dat 1 cup bloem 136 gram is maar omdat een cup een volumemaat is en het aantal gram dus per ingrediënt verschilt, is het toch echt handiger om de Amerikaanse weegeenheden te gebruiken. De meeste maatbekers bevatten zowel de Nederlandse als de Amerikaanse eenheden. Of gebruik mijn favoriete nieuwe speelgoed:
De bodem van de taart is een halve hoeveelheid van deze Pâte Sucrée waarover je nodig hebt:
2 cups bloem
1 cup ongezouten boter op kamertemperatuur
¼ cup suiker
1 tl grof zout
1 groot ei
1 grote eierdooier
1. Doe de bloem in een schaal en klop luchtig met een garde; zet apart.
2. In een andere kom klop je de boter, de suiker en het zout met een mixer luchtig, ongeveer drie minuten. Neem de randen van de kom goed mee. Voeg het ei en de eierdooier toe en mix verder. Voeg de bloem toe en mix tot de bloem is opgenomen in het mengsel.
3. Schep de helft van dit deeg op een stuk huishoudplastic, vorm van het deeg een platte diskette en verpak in het plastic. Doe hetzelfde met de andere helft (en bak daar te zijner tijd een ander taartje mee!). Leg het deeg in de koelkast tot het stevig is (in ieder geval twee uur).
4. Rol het deeg op een licht met bloem bestrooide ondergrond uit. Gebruik niet teveel bloem omdat het deeg anders te droog wordt. Doe het deeg in de taartvorm. Het taartje moet een opstaande rand hebben. Zet de taartvorm weer even in de koelkast om de bodem te laten opstijven, ongeveer een half uurtje.
Voor de amandelcrème heb je nodig:
½ cup hele blanke amandelen (dus zonder schil)
6 el suiker
1 tl grof zout
6 el ongezouten boter, op kamertemperatuur
2 grote eieren, op kamertemperatuur
1 ½ tl amandelextract (gebruik alsjeblieft altijd extract en niet die kunstmatige essence die supermarkten vaak durven te verkopen)
3 el bloem
5. Verwarm de oven voor op 190 graden celsius.
6. Om de amandelcrème te maken, heb je of een foodprocessor nodig. In dat geval pulseer je de amandelen, de suiker en het zout in 10 seconden fijn. Voor het geval dat je, net als ik, lijd onder de omstandigheden van constante verhuizingen naar het buitenland waardoor de helft van je keukenapparatuur het niet doet, trek je een half uur uit voor het fijnstampen van de amandelen. Wanneer ze fijn zijn, voeg je de suiker toe.
Voeg dan de boter toe en mix door elkaar. Ik gebruikte daar mijn elektrische mixer voor. Voeg de eieren en mix totdat de eieren helemaal zijn opgenomen. Voeg dan het amandelextract toe en de bloem tot alles is geabsorbeerd.
Opbouw van de taart, hiervoor heb je nodig:
¾ cup abrikozenjam, gezeefd zodat er geen klontjes meer inzitten.
6 tot 8 rijpe zwarte pruimen (ik kon er maar vijf in mijn taart kwijt)
1 tot 2 el suiker om te bestrooien
7. Haal de taartbodem uit de koelkast en bestrijk met ¼ cup abrikozenjam. Verdeel vervolgens de amandelcrème over de bodem. Snijd de pruimen doormidden, haal de pit eruit en snijd ze in kwartjes. Leg de kwartjes, met de ronde zijde naar boven, rondom in de crème en druk zachtjes om ze een mooi plaatsje te geven. Besprenkel de taart met 1 tot 2 eetlepels suiker. Zet het taartje op een met bakpapier bekleed rooster in de oven.
8. Bak de taart 40 tot 45 minuten (bij mij had hij 45 minuten nodig). Keer het taartje halverwege de baktijd. De crème moet goud kleuren en de korst moet goudbruin zijn. Zet de taart op een rek om te laten afkoelen.
9. Terwijl de taart nog warm is, verwarm je in een klein pannetje de resterende abrikozenjam totdat deze vloeibaar is. Smeer de taart in met deze jam. Laat de taart volledig afkoelen voordat je hem serveert.
Labels:
fruit,
pruimen,
SoNo Plum tart
donderdag 6 oktober 2011
Hondenbewustzijnsdag
We zaten in het verkeerde dorpje, afgelopen zondag. Echtgenoot en ik waren in Essex op zoek naar antieke meubelen maar hadden natuurlijk in Branford moeten zijn voor de jaarlijkse hondendag, of beter Hondenbewustzijnsdag (Dog Awareness Day). Helaas kom je daar dan pas achter wanneer je net in de zon op een terras bent gaan zitten voor een verfrissing en de “What to do in Connecticut this Fall” openslaat. In Branford was op dat moment een hondenparade aan de gang. Volgens het huis-aan-huiskrantje was de dag vorig jaar een daverend succes geweest. Met name de wedstrijd om wie de lelijkste hond heeft had veel toeschouwers getrokken. Een terugkerend succesnummer is het zegenen van de dieren door de dominee van de Branford Clergy Association. Het afgelopen jaar was daar een paard op afgekomen maar, werd ons verzekerd in het krantje, als je dier niet zelf kan komen, dan volstaat het ook om je baasje met je foto te laten langskomen. De dominee kon zich namelijk best voorstellen dat cavia’s, goudvissen en slangen een andere besteding van hun zondag voor ogen hadden. Ik vind het bijzonder vrijgevochten dat dominees tegenwoordig ook bereid zijn om slangen te zegenen. Er was ongetwijfeld een tijd in de geschiedenis dat dominees daar veel minder toe genegen waren. Kreeg Eva lang geleden geen erg slechte raad van een slang? Sterker nog, een paar honderd jaar eerder werden ratten, katten, bijen en andere dieren niet zelden geëxcommuniceerd of ter dood veroordeeld bij onbetamelijk gedrag. In 1510 werd een groep ratten berecht door de rechtbank in Autun voor het opeten en vernietigen van de graanoogst. Tenminste, dat was de bedoeling. De ratten reageerden nooit op de oproepen van de rechtbank. Hun advocaat Chassenee bepleitte dat dit geen kwade wil van de ratten was maar dat het Openbaar Ministerie er eerst maar eens voor moest zorgen dat de stad kattenvrij zou worden gemaakt zodat gedaagden veilige toegang tot de rechtbank zouden hebben. De zaak werd geseponeerd. In Falaise werd in 1386 een zeug op het stadsplein gevierendeeld. Ze had een klein kind gedood en gedeeltelijk opgegeten. Dat moet je ook niet doen. Haar zes biggen werd clementie verleend op grond van hun jeugdige leeftijd en hun moeders slechte voorbeeld. Jattende vossen werden regelmatig voor het gerecht gedaagd. Slangen hebben van oorsprong geen al te beste reputatie in het Christendom. In Branford houdt men echter van ieder dier.
Sommige dieren zijn op hun beurt niet geneigd om zich door een dominee te laten inzegenen. Zo is poes Elisabeth overtuigd atheïst (anders hadden we haar nooit uit het asiel gehaald) maar ik ken ook zat hindoeïstische dieren (koeien), boeddhistische (de meeste vissen en vogels behalve haringen, sprotjes en duiven) en anderzijds godsdienstig georiënteerde dieren (chihuahua’s voelen zich vaak aangetrokken tot Kabbalah, neushoorns tot Scientology).
En er zijn ook nog wel andere redenen te verzinnen waarom uw poedel, pekinees, Duitse herder of Belgische dwerghond anderzijds verhinderd zijn op de zondag. Zondag is bijvoorbeeld de aangewezen dag voor Barking Buddha Doga, ook wel Yoga Doga, kortom, yoga met je hond. “Relaxing the world one dog at a time.” Vind maar eens een hond die tijd heeft voor een dominee wanneer hij allang in neerwaartse hond op zijn yogamat staat. Door het hart open te stellen in relatie tot uw hond, vinden u en uw hond een diepere plaats van verbinding van alle dingen des levens. Die diepere verbinding wordt door honden altijd gezocht omdat ze roedeldieren zijn. Het vinden van eenheid staat bij hen op de eerste plaats. Maar dat wist u al.
Niet elke hond is zo spiritueel aangelegd. U zult er dus ook genoeg vinden die hun poot optillen bij de gedachte aan yoga alleen. Zij gaan liever naar de sportschool voor wat cardiovasculaire training. Een beetje op de loopband en daarna door naar de kapper voor een knipbeurt. Een poedel in de Upper West Side in New York raadde me ooit Biscuits and Baths aan omdat ze vond dat ik er wat vreemd bijliep.
Gelukkig voor Echtgenoot en mij krijgen we komende zondag een herkansing. In Essex wordt dan de “Dogs on the Dock” gehouden. Om twee uur ‘s middags begint de hondenparade waarin vorig jaar 50 honden meeliepen. Daarna zijn er verschillende wedstrijden waaronder het beste kostuum, het beste nautische kostuum (de parade vindt niet voor niets op de kade plaats) en de beste baas/hond look-alike. Lezer, u weet waar u ons komende zondag kunt vinden.
Voor vandaag nog eenmaal een recept met pompoen. Er werd mij deze week specifiek om een recept voor pompoensoep gevraagd. Deze is heel eenvoudig en maak ik regelmatig.
Voor zes personen
1 pompoen
1 moesappel
25 gr boter
1 ui, gesnipperd
2 tl kerriepoeder
9 dl groentebouillon
1 tl gehakte verse salie
1,5 dl troebele appelsap
Verwijder de schil en zaad van de pompoen en hak de pompoen in stukken. Schil de appel, verwijder het klokhuis en snijd ook deze in stukken.
Verhit de boter in een grote pan, voeg de gesnipperde ui toe en bak hem in 5 minuten zacht. Roer het kerriepoeder erdoor. Geef dit nog twee minuten. Voeg dan de bouillon, pompoen, appel en salie toe. Breng aan de kook, draai vervolgens het vuur laag, dek de pan af en laat alles 20 minuten pruttelen totdat de pompoen en de appel zacht zijn.
Pureer de soep met een staafmixer. Voeg vervolgens de appelsap en zout en peper toe. Warm opnieuw langzaam op zonder de soep te laten koken.
Abonneren op:
Posts (Atom)
